Column Aleid Truijens

Barbiebop Ibtihaj zal wel weer gekrijs opleveren over een ‘knieval’ voor de islam

Ze is beeldschoon, lichtbruin en heeft amandelvormige hertenogen. Ze is flink gespierd, haar blaas je niet omver. Ze draagt een schermpak, heeft een ­degen bij zich en een soort maliënkolder om haar gezicht te bedekken tijdens de wedstrijd. Een stoere meid, deze barbiepop. En kijk, ze draagt een hoofddoek! 

Dat wereldvrouw Barbie álle beroepen uitoefent, dokter, professor, rockster en politieagent, wisten we al. Anders dan haar vriend Ken, een sneue nietsnut, kan en durft ze alles en verdient ze haar eigen geld. Dus een topsportende barbie kon er best bij. Barbie als soortnaam dan, want deze Mattel-pop, sinds woensdag te koop, heet Ibtihaj Muhammad, naar de beroemde schermster die model voor haar stond.

Ibtihaj is ook een ‘curvy’ barbie. Als háár slanke sport­lichaam al ‘curvy’ heet, dus afwijkend, dan kun je nagaan hoe onhaalbaar het ideaal is. De standaard-barbie is nog altijd een all-American WASP-vrouw met onbestaanbare wespentaille, keiharde punttieten, lange potloodbenen en misvormde voeten die alleen in naaldhakken passen. 

Er bestonden al bijzondere barbies met hoofddoek, maar die zaten niet in het gewone Mattel-assortiment. ­Ibtihaj is er voor ieder kind. Welbegrepen commercieel belang natuurlijk, maar toch: goed van Mattel. Er zal wel weer veel gekrijs zijn over deze ‘knieval’ voor de islam, maar waarom zou een kwart van de kinderen in deze ­wereld geen pop mogen hebben die op hen lijkt? Het is leuk voor kinderen om te kunnen spelen met barbies in alle huidskleuren, maten en kledingstijlen. 

Zelf zou ik mijn dochter nooit meegeven dat een hoofddoek dragen een goed idee is. Net zomin als enig ander ­religieus accessoire, of tattoos met griezelige afbeeldingen. Alsjeblieft niet. Voor mij zijn het symbolen van waarden die ik niet voorsta. Maar anderen dragen ze wel en dat mag. Zelfs in een boerka, een verschrikkelijk kledingstuk waarmee vrouwen uitdrukken dat hun lichaam andermans bezit is, mag je rondlopen, op straat, in postkantoren en op stations. Daarin hebben de Deense demonstrerende vrouwen groot gelijk. Niemand heeft vrouwen te verbieden om iets aan te trekken. Maar het staat werkgevers ook vrij om werknemers met zo’n uitdossing niet aan te nemen. 

Het is niet de eerste keer dat de commercie voorop loopt bij maatschappelijk gevoelige kwesties. Ook dit jaar bij de Gay Pride steken bedrijven hun nek uit. Shell heeft tankstations in regenboogkleuren, bij Smullers eet je een patatje met roze mayo. En de Hema natuurlijk, die regenboog-tompouces verkoopt. Die halen het niet bij dat geweldige T-shirt met twee verliefde worsten van een paar jaar geleden, maar de opbrengst gaat naar het scholierennetwerk van het COC en naar het huwelijksfeest van vier stellen die in hun eigen land niet mogen trouwen. Het Hema-huwelijk. Briljant. 

Ook deze bedrijven hebben heus wel slim bedacht wat demonstratieve gay-vriendelijkheid hun oplevert, en er valt vast wat te zeuren over de ‘diversiteit’ van hun eigen personeel, maar een risico lopen ze wel. Kijk maar naar pakkenbedrijf Suitsupply dat adverteerde met twee zoenende mannen. Posters werden vernield en 15 duizend volgers op sociale media haakten af. Dat een Nederlandse basisschool bibberig terugdeinst voor homorollen in een musical is niet zo uitzonderlijk. Volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (mei 2018) is 74 procent van de Nederlanders positief over homoseksualiteit, maar die moet niet te dichtbij komen: 29 procent neemt aanstoot aan twee zoenende mannen. 

Dapper van die bedrijven om die nog altijd aanwezige intolerantie voor al wat afwijkt te trotseren. Bij ons mag iedereen dragen of uitdragen wat hij of zij wil. Ook poppen.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.