Column Nico Dijkshoorn

Ballonnen moet niet worden opgelaten, maar bij je blijven

Een proefballonnetje oplaten. Die zin lees ik de laatste dagen veel, met dank aan Klaas Dijkhoff. Toen ik 7 jaar oud was, bestonden er geen proefballonnen. Ik kreeg een ballon van mijn moeder en die zou ik altijd bewaren. Die ballon was voor eeuwig.

Zo zou ik voortaan door het leven gaan, met een rode ballon van mijn moeder aan mijn pols. Op straat zouden de mensen me nawijzen. Wat is dat nu? Hoe is het mogelijk? Die ballon zweeft precies een meter boven de hoofden van het winkelend publiek.’ En dan het gefluisterde antwoord: ‘Het is Nico, met zijn ballon.’

Ik zou sterven met die rode ballon om mijn pols. Iedereen erg verdrietig en die ballon vrolijk dansend naast mijn bed. Zo zat dat in mijn hoofd als 7-jarige. Ik snapte dat een ballon kapot kon gaan, maar dat deze ballon – een rode dus, omdat ballonnen in verhalen altijd rood zijn – steeds naar boven wilde, weg bij mij, dat wist ik niet.

En toch gebeurde het. Ik had jeuk, friemelde aan het touwtje om mijn pols, en daar ging hij. Ik maakte een vrij kansloos sprongetje, graaide naar het touw, maar tevergeefs. Juichend verdween de ballon, op weg naar iemand anders. Natuurlijk huilde ik en natuurlijk kreeg ik meteen een andere ballon, maar die was geel.

Ik probeerde zo vreugdeloos mogelijk met die gele vlek boven mijn hoofd te lopen. Thuis, op mijn kamer, maakte ik hem los. Ook deze probeerde te vluchten, maar hij snapte geen plafond. Dat maakte het allemaal alleen maar erger. Zou ik buiten hebben gelopen, dan was deze ballon ook bij mij weggegaan. Pas 23 jaar later legde iemand mij de werking van heliumgas uit.

Toch zit het diep. Ballonnen moet niet worden opgelaten. Ze moeten bij je blijven. Het hele idee dat je een kaartje onder een ballon hangt, daar voor de lol het woord proefballon op drukt en dat je die ballon met vijfhonderd andere mensen juichend na wuift, doet mij rillen. Waarom zou je een heel mooie ballon, met precies de goede kleur, loslaten?

Als 7-jarige kreeg ik de volgende uitleg: die ballon ging naar een kindje in een heel arm land en dat kindje had helemaal niks, wat wij ons hier niet konden voorstellen, en die ballon zou helemaal met de wolken meegaan en dan zouden de wolken hem gedag zeggen en daarna zou de ballon precies voor de voeten terechtkomen van een Afrikaans jongetje.

Lekker kut, dacht ik, of een variant daar op. Fuck Afrika en dikke vinger naar de wolken. Ik was toen waarschijnlijk te jong voor liefdadigheid. Het beviel mij helemaal niet, dat een of andere Afrikaan aan de haal ging met mijn ballon. En hoezo, voor zijn voeten? Wat was er mis met mijn voeten? Waarom had die ballon steeds aan mijn arm getrokken.

De vreselijke waarheid was: hij wilde mij niet. Hij wilde weg bij mij. Dat komt nu allemaal weer terug door Klaas Dijkhoff. Ik snap best dat het hele concept prima bij de VVD past, een met lucht gevulde boodschap ergens nutteloos en gerimpeld in een weiland weg laten rotten, maar ondertussen raakt het mij diep.

Daarom heb ik gisteren vijfhonderd ballonnen opgelaten, allemaal met hetzelfde kaartje. ‘Van mij. Niet van jou.’ De VVD mag die kreet kosteloos gebruiken in een volgende campagne. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.