Column Harriët Duurvoort

Baldwins zelfverkozen ballingsoord was een kwestie van overleven

De laatste zeventien jaar van zijn leven, tot zijn dood in 1987, bracht James Baldwin door in het schilderachtige Provençaalse kunstenaarsdorp Saint-Paul-de-Vence. Een overwoekerde oude boerderij, de uitlopende Alpen in de rug en de azuurblauwe zee in de verte. Activisten beijverden zich de afgelopen jaren tevergeefs om het huis te redden. Er moest een schrijversresidentie komen en een klein museum over een van de belangwekkendste Afro-Amerikaanse schrijvers. Maar een projectontwikkelaar overtroefde hen, het huis is inmiddels gesloopt om er een complex met luxe-appartementen en een infinitypool neer te zetten.

Meer dan veertig jaar woonde Baldwin vooral in Frankrijk, terwijl het overgrote deel van zijn oeuvre ging over ras in de Verenigde Staten. Nu de raciale verhoudingen in de VS onder Trump in een nieuw tijdperk van uitzichtloosheid zijn beland, is Baldwins duidende literatuur actueler dan ooit.

De zelfverkozen ballingschap was een kwestie van overleven. ‘I knew what it meant to be white and I knew what it meant to be a nigger, and I knew what was going to happen to me.’ In Harlem blijven betekende: gevangenis, iemand vermoorden of vermoord worden. Twee jaar voordat hij met 40 dollar in zijn broekzak naar Parijs vertrok, was zijn beste vriend van de George Washington Bridge gesprongen.

In 1970 streek hij neer in het vredige Saint-Paul-de-Vence. Het voorrecht van de wereldvermaarde romancier, die hij inmiddels was. Hij was zich daar zeer van bewust. Over racisme zei hij in 1985 in The Paris Review: ‘It’s not happening to me in the same way, because I’m James Baldwin. Ik zit niet in de ­metro en ik ben niet op zoek naar een dak boven mijn hoofd. Maar het is er nog steeds.’

Dwalend door het pittoresk-paradijselijke Saint-Paul-de-Vence besef ik dat hij uitgerekend hier de personages van de dit jaar verfilmde roman If Beale Street Could Talk tot ­leven bracht. Het is een tragisch liefdesverhaal van een jong zwart stel uit Harlem. Tish, zwanger van de creatieve ziel Fonny, die droomt van een kunstenaarsleven maar valselijk ­beschuldigd is van verkrachting, en dus een leven achter de tralies in het vooruitzicht heeft. Een verhaal over jonge dromers, klemgezet door de eeuwige setbacks van alledaags racisme: a ghetto tale.

Het contrast tussen Harlem en Saint-Paul-de-Vence kan niet groter. Alles ademt kunst, de middeleeuws meanderende steegjes herbergen galerie na galerie. Baldwins huis was een wonderschoon wandelingetje verwijderd van het legendarische hotel-restaurant Colombe d’Or, waar hij stamgast was. Gefrequenteerd door de grootste kunstenaars van de 20ste eeuw, die er hun hotelrekeningen mede betaalden in schilderijen. Hier kun je traditioneel Provençaals eten met een originele Picasso, ­Braque of Chagall aan de muur.

Even schiet het door mijn hoofd: is iemand nog wel de geëigende verteller van het gettoleven als hij dat bestaan zelf heeft verruild voor la dolce vita van de internationale intellectuele beau monde? Baldwins villa was een zoete inval voor vrienden die op de talrijke jazzfestivals speelden. Nina Simone, Miles Davis, Harry Belafonte, Stevie Wonder. Ik zie het voor me: eindeloze zomeravonden discussiëren over de miserabele toestand in zwart Amerika, het gemoed vederlicht door een pinot noir uit een mooi jaar, de zwoelzilte berglucht snuivend, de blik op de flakkerende lichtjes van de mondaine kustplaatsen in de verte. A refuge far from American madness, verklaarde Baldwin toen hij een eredoctoraat ontving van de universiteit van Nice.

Over de te bevechten demonen van racisme, kolonialisme en botsende multiculturaliteit in zijn eigen toevluchtsoord heeft Baldwin zich nooit uitgelaten. Hij gaf een stem aan alledaagse personages van Beale Street; op slechts een half uur rijden van zijn idyllische ballingsoord wonen mensen in bijna overeenkomstige omstandigheden. Nice kent equivalenten van Harlem, banlieues. ‘The projects’ heten HLM’s en bestaan uit verveloze betonkolossen, bewoond door arme bewoners, meest gekleurd. Broeinesten van criminaliteit, wanhoop en radicalisering. Met als tragisch dieptepunt de inwoner van Tunesische komaf, die drie jaar terug, verteerd door religieuze haat, 86 mensen doodreed.

Ergens zou ik willen dat een geest als Baldwin, die zo eloquent en persoonlijk de tragiek duidde van de Amerikaanse raciale verhoudingen, zijn licht over de grote uitdagingen in Frankrijk en in het kielzog daarvan Europa liet schijnen. Want ik kan het nog steeds niet bevatten. Racisme alleen kan dit niet verklaren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden