COLUMNMEREL VAN VROONHOVEN

Baan kwijt? Dan sta je er helemaal alleen voor. Net als de Poolse man achterin de tram

Met mijn capuchon ver over mijn hoofd getrokken en mijn tas tegen mijn lijf gedrukt, glip ik naar binnen. Snel de warme, droge tram in. Vlak achter mij klappen de deuren dicht. Ik sta oog in oog met een oneindige leegte. De tram is uitgestorven. Hoe anders dan toen het nog hutjemutje stond. Het coronavirus heeft alle natte jassen, uitstekende rugzakken en geïrriteerde blikken de tram uit gejaagd.

Ik trek mijn natte regenjas uit en plof neer. Pfff, wat is het nog vroeg. Net als ik de aantekeningen voor de lessen van straks uit mijn tas wil halen trekt een penetrante geur mijn aandacht. Een onmiskenbare walm van alcohol dringt mijn neusgaten binnen. Ik draai me om. Enkele bankjes verderop kijkt een man met grijzend haar en ingevallen ogen me ondeugend aan. Met dubbele tong begint hij in onverstaanbaar Nederlands luidkeels tegen me te praten. Ik herken het als Pools, uit de tijd dat ik voor ING in Warschau werkte. ‘Dit is mijn ontbijt’, zegt de man. In zijn hand heeft een bakje met iets roodbruins erin. ‘Gedroogd vlees, ik heb het gestolen. Ik weet het, dat is slecht, maar ik heb geen geld voor eten. Het bakje komt plots mijn kant op. ‘Neem gerust ook wat hoor.’

‘Nee, dank u’, zeg ik in het Pools terug. ‘Heel vriendelijk van u, maar ik heb al ontbeten’. Ik vraag hem hoe hij hier beland is. Enkele jaren geleden verliet hij huis en haard om in Nederland te werken. Ook zijn pasgeboren zoontje bleef in Polen achter. Hier zou hij genoeg geld verdienen om hem te kunnen laten studeren, zodat hij dokter kon worden, of advocaat. ‘Maar hier zit ik nu’, zegt de man terwijl hij zijn ogen neerslaat, ‘zonder baan, zonder geld en zonder huis.’

Hij werkte zeven dagen per week, 24 uur per dag, schilderde huizen, timmerde keukens en kasten. Toen werd hij ziek en raakte alles kwijt. ‘Mijn leven is kapot, kapot.’ Hij schudt zijn hoofd en staart stilletjes voor zich uit.

Nederland telt inmiddels bijna 40.000 dak- en thuislozen, een verdubbeling in 10 jaar tijd. Opvangcentra luiden al jaren de noodklok, het kabinet reageerde pas recent met acties. Na jarenlang liberaal woningbeleid zijn er te weinig betaalbare huurwoningen, de daklozenopvang zit overvol en zucht onder bezuinigingen. Steeds meer mensen leven op straat. Onder hen een toenemend aantal Oost-Europeanen. Vrij verkeer van werk en personen maakte het voor hen mogelijk om overal in de Europese Unie te werken, dus ook in Nederland. Maar voor de Oost-Europeanen zonder langere verblijfstatus en verzekering is er geen opvang. Baan kwijt? Dan sta je er helemaal alleen voor. Net als de Poolse man achterin de tram.

Alsof hij zich ons gesprek plots weer herinnert, verbreekt de man de stilte: ‘Mag ik misschien je telefoonnummer? Dan kan ik je eens bellen voor een afspraakje.’ Ik wijs naar mijn trouwring en zeg lachend: ‘Helaas, ik heb al een leuke man’.

Dan arriveert de tram bij de halte van mijn school. Ik trek mijn jas aan, pak mijn tas en neem afscheid: ‘Tot ziens, ik ga eruit. Ik moet werken’. De man fronst. Hij kijkt me vragend aan en roept: ‘Werken, zo’n mooie vrouw? Was nu maar met mij getrouwd, dan hoefde je nooit meer te werken!’

Dit is de eenentwintigste aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs. Lees hier de vorige aflevering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden