Column Toine Heijmans

Autorijden is anders, met dr. Alzheimer op de bijrijdersstoel

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

De bestel-Eend, Citroën AK400, van Toines vader. Beeld Familiealbum Toine Heijmans

De carrière van mijn vader voltrok zich langs een stijgende lijn, en is nu dus tot stilstand gekomen. In chronologische volgorde gaat het om een Renault 4, een Citroën AK 400, een Lada 1200 combi, een Lada 2105 combi, een Peugeot 405 break, een Citroën BX break, een Citroën BX business sport (met spoiler), een Citroën Xantia break en een Citroën C4 Picasso.

De Picasso staat nog voor het huis: onwrikbare trofee van de vervlogen tijd.

Mijn vader leerde me autorijden op bospaadjes en zondagse industrieterreinen. Mijn eerste keer: die hele logge Lada, die eindeloze motorkap voor me uitgestrekt, tonnen staal om in beweging te brengen. Op mijn commando.

Nu kon het leven beginnen.

Ik was 12.

Mijn vader vertelt nooit over zijn gevoelens, maar ik begreep onmiddellijk waarom zijn auto zijn koninkrijk was, zoals mijn auto mijn koninkrijk is. Omdat we er heersen over onszelf. Het is een plek met weinig gezeur.

Gezinswagens. En altijd Frans, behalve de Russen, maar die waren in drie jaar weggeroest.

Sinds hij loopt met dr. Alzheimer moet mijn vader elk jaar opnieuw rijexamen doen. Dat is cashen voor de organiserende instantie, en zoals bekend moet mijn vader niets van instanties weten, zeker als ze cashen. Komt er een computerbrief van de betreffende instantie, legt mijn moeder ’m weg om een luchtoorlog te voorkomen tussen mijn vader, de betreffende instantie en de oneerlijkheid in het algemeen. Godnondeju.

Mijn vader heeft gelijk, ook dat is bekend, al nemen ze het steeds minder van hem aan.

Schampt-ie bij het inparkeren een stoeprand. Die maken ze verdomme tegenwoordig veel te hoog. Die – mensen.

Autorijden is anders, met dr. Alzheimer op de bijrijdersstoel. De dr. eist onderweg de aandacht op, trekt aan mijn vaders benen en armen, wijst hem de verkeerde richting en leert hem onderdelen kennen van de auto die mijn vader nooit eerder had gezien. De autosleutel, bijvoorbeeld. Die daar bungelt naast - hoe heet dat. Sturen. Het stuur.

De bungelende dingen naast het stuur. Dat lijken wel autosleutels. En ze bungelen vrolijk. Zo vrolijk bungelend zie je sleutels niet vaak.

Verrast haalt mijn vader de sleutel uit het contact, terwijl we voor een stoplicht staan.

Sleutels hebben mijn vaders toenemende interesse. Waar ze zijn. Welke deur ze bedienen. De dag door gaan zijn handen naar zijn achterzak en als hij daar de sleutels vindt in het betreffende etuitje van zacht, zwart leer ontspant zijn gezicht.

Kort.

Want welke deur bedienen deze sleutels? En kunnen ze nu terug in de achterzak?

Het stoplicht op groen. Mijn vader rijdt zo goed, daar hoeft hij niet bij na te denken. Het is onderdeel van zijn bestaan. Het is zijn ademhalen.

Nu is zijn rijbewijs verlopen.

De auto moet eigenlijk verkocht.

Maar we durven het niet.

Dus blijft hij daar maar staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.