Opinie Lezersbrieven

Autisme wordt bij meisjes vaak slecht herkend door hulpverleners

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 22 september.

Beeld Bas van der Schot

Brief van de dag: autisme bij meisjes

Ik ben blij met de aandacht in het ­Magazine (15 september) voor depressieve kinderen. Onze dochter is nu 23 en kampt sinds haar basisschooltijd met depressieve periodes. We hebben enorm veel hulpverleners gezien en ze heeft ­diverse diagnoses gekregen, ze is opgenomen bij De Bascule op haar 13de jaar, en toch kwamen we maar niet verder.

Ik kan me de gevoelens van de geïnterviewde ouders zo goed voorstellen. Ook ik zag lachende scholieren naar huis fietsen en was boos dat mijn dochter daar geen onderdeel van uitmaakte, maar thuis zat. Volgens de docenten van de basisschool moest ze een schop onder haar kont krijgen en volgens sommige hulpverleners was ik een te lieve moeder.

Nadat ze na een crisisopname bij een bijzonder alerte psychiater van de Jeugd GGZ in Amsterdam terechtkwam, werd uiteindelijk de diagnose autisme vast­gesteld. Inmiddels was ze 19 jaar. Nu begint ze langzamerhand weer wat grond onder haar voeten te krijgen.

Ik wil met het verhaal van mijn dochter vooral aandacht vragen voor autisme bij meisjes. Doordat autisme bij meisjes zich vaak anders openbaart dan bij jongens, wordt het helaas nog steeds slecht herkend door hulpverleners. Met alle nare gevolgen van dien.

B. Snoeks, Heemstede

Hoera voor Asha!

Wat een treffend stuk van Asha ten ­Broeke (O&D, 21 september). Maar ook zo verdrietig als je die opsomming leest van haar leven met een lijf dat blijkbaar nog steeds niet geaccepteerd wordt. Laten we stoppen met het uitdragen van alleen maar ideaalplaatjes van slanke lijven, daarmee zeggen we zoveel over iedereen die hiervan ‘afwijkt’. Hoera voor Asha!

Koos Jansen, Bladel

Bert en Ernie

Kunnen Bert en Ernie niet blijven wat ze zijn: tijdloos, contextloos, en ver boven ons gewone stervelingen verheven?

Rob Dirksen, Utrecht

Klaas Dijkhoff

Klaas Dijkhoff wil de straffen in criminele wijken verhogen. De criminaliteitscijfers in zijn woonplaats Breda zijn veel hoger dan in ons dorp Lage Zwaluwe, dat 20 kilometer van Breda ligt. Moeten we in Lage Zwaluwe nu vrezen voor een verplaatsing van misdrijven uit Breda? Hopelijk levert Klaas dan ook de politiebescherming erbij.

Gerard van der Linden, Lage Zwaluwe

Gerechtelijke dwaling

‘Gerechtelijke dwaling’ (Villamoord, Ten eerste, 19 september) klinkt bijna poëtisch, maar dekt de lading niet. Ik zou eerder spreken van ‘justitiële blamage’.

Dorith Kalf, Breukelen

Honger versus CO2

Recht uit het hart in de krant (O&D, 20 september): concrete honger nu is een groter probleem dan mogelijke honger over 50 jaar. En daarvoor is nodig goedkope, grootschalige energie. CO2 is dan iets minder een issue.

Frits Spaans, Roosendaal

Werkloos

Nog geen twee dagen na Prinsjesdag komt de mededeling dat het aantal werklozen al een half jaar niet meer daalt. En het Journaal meldt vrolijk dat de overgebleven werklozen mensen zijn voor wie er geen passende vacatures zijn. Kan iemand mij uitleggen waarom een eerstegraads bevoegd neerlandicus, tevens hbo-gediplomeerd informaticus, niet aan de slag komt? Ik vergeet bijna te melden dat de persoon in kwestie 60 is. Maar gelukkig wordt er in dit land ­beslist niet op leeftijd gediscrimineerd.

Drs. Ing. D.J.C. Braggaar, Assen

Koninginnedag

Prinsjesdag was Koninginnedag. Past Máxima een bescheidener publiek optreden (O&D, 20 september)? Ze heeft het antwoord zelf gegeven. Met de waardigheid die past bij een koningin laat ze zien dat ze een uitbundige vrouw is gebleven, na droevige privégebeurtenissen. De koning gaat daar goed mee om, uit eigen ervaring.

René Roosjen, Roermond

Bas van der Schot Beeld Bas van der Schot

Voor neerlandici is er nog zoveel meer dan alleen het onderwijs

De universitaire studie Nederlands heeft veel aan populariteit verloren, zo blijkt uit diverse artikelen in de Volkskrant (Ten eerste, 17 september). Er worden diverse oorzaken genoemd, zoals de onaantrekkelijkheid van het schoolvak Nederlands, maar ook de matige beroeps­perspectieven worden genoemd. Vaak wordt naar voren gebracht dat een afgestudeerde altijd wel een baan vindt in het onderwijs en dat is niet voor elke 18-jarige een aanlokkelijk perspectief.

Maar waar komen de afgestudeerden nu werkelijk terecht? Een willekeurige steekproef onder 100 oud-studenten ­Nederlands van de Utrechtse universiteit laat zien dat slechts 15 van hen als docent in het voortgezet onderwijs werken. Nog eens 22 afgestudeerden werken weliswaar in het onderwijs, maar in andere functies. Zo zijn er onderwijsbeleidsmedewerkers en -coördinatoren, cursus- en materiaalontwikkelaars, en docenten Nederlands als Tweede Taal, al dan niet met een eigen bedrijf.

Daarnaast hebben afgestudeerden ­Nederlands werk gevonden als communicatieadviseurs bij de overheid, in het bedrijfsleven of in de medische sector. Ook zijn er afgestudeerden terechtgekomen in de boekenbranche, bij uitgeverijen of bij de publieke omroep. Zo’n 10 procent heeft een baan bij een universiteit of een ander academisch onderzoeksinstituut. Zowel de publieke sector, als de overheid, als commerciële en culturele non-profitorganisaties zijn plaatsen waar afgestudeerden Nederlands terecht kunnen komen.

Docent worden: het is een ­mogelijkheid voor Neerlandici, maar er is nog zoveel meer!

Jacomine Nortier, universitair hoofddocent Nederlands

Geertje Wilmsen, coördinator stages, alumni en arbeidsmarkt

Universiteit Utrecht

Grote liefde

Natuurlijk lees ook ik met pijn in mijn hart dat zo weinig studenten voor de studie Nederlands kiezen (Ten eerste, 17 september). Gelukkig herken ik me niet in de beschrijving van het schoolvak Nederlands en de daarbij behorende lesmethoden van Moniek Rump (Geachte redactie, 18 september). Mijn werkplezier als docent Nederlands komt voort uit een grote liefde voor taal, literatuur en natuurlijk pubers.

Zo las ik onlangs nog het prachtige ­gedicht Het huwelijk van Willem Elsschot met mijn zesdeklassers. Elsschot beschrijft een uitgeblust huwelijk, dat ­helaas bij veel 6vwo’ers herkenning ­oproept. Daarna dachten de leerlingen na in hoeverre hun droom en daad van elkaar verschilden, naar aanleiding van de zeer bekende regel uit dit gedicht: ‘Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren.’ Dat niet meer mensen hierover met jonge mensen zouden willen praten, is voor mij onvoorstelbaar.

Mirjam Campo, Amstelveen, docent Nederlands op het St. Nicolaaslyceum te Amsterdam

Waarom nog meer?

Van de Nederlanders is 85 procent tevreden. Maar slechts 35 procent denkt dat hun kinderen het financieel beter zullen hebben (Economie, 19 september). Als we nu al zo tevreden zijn, waarom moeten onze kinderen het dan nóg beter hebben? Waarom altijd meer? Als je als ouder moeite hebt om rond te komen, niet op vakantie kunt en je kind mogelijk niet de opleiding kunt laten volgen die het graag zou willen, dán kan ik me voorstellen dat je wenst dat je kind het financieel beter krijgt dan jij. Voor de rest is het zo goed, zoals het nu voor de meesten van ons is. Geld maakt niet gelukkig, toch? Waarom zou je dan meer willen?

Cathy van BeekBodegraven

Bevolkingsomvang

Het duurde even maar de politiek durft het aan; een discussie over de maximale bevolkingsomvang van Nederland (Ten eerste, 21 september). Lange tijd verwezen naar de prullenmand, omdat we meer mensen nodig zouden hebben in verband met de vergrijzing. Alsof die groei ook niet zelf zal vergrijzen. En dan? Nog meer mensen? In het artikel wordt aangegeven waarom de discussie belangrijk is: druk op gezondheidszorg, onderwijs , woningbouw en het in de benen houden van de verzorgingsstaat.

Wat ik mis in deze rij is de door de groei oplopende maatschappelijke spanning rond de haperende integratie van Nederlanders met een niet-westerse immigratieachtergrond. Tenslotte wordt de bevolkingsgroei (50 duizend per jaar) voor een belangrijk deel veroorzaakt door deze migratie. Of ontlopen we die discussie liever en laten die door radicaal rechts invullen?

S. PaulBussum

Fyra-debacle

Max Kooijmans meent dat de NS met de keuze voor 12 snelle locomotieven voor de snelle verbinding met Berlijn niets geleerd heeft van het Fyra-debacle (O&D, 19 september). Want ‘alle succesvolle snelle treinen bestaan uit treinstellen’. Dat is onjuist. De Fyra was een futuristisch ogende flitstrein van Italiaanse ­makelij, die door te veel technische ­gebreken uit de vaart is genomen en ­vervangen door een wel succesvolle trein die door een locomotief werd ­getrokken. Met voor het gemak dezelfde naam. De NS heeft in dit geval juist wél iets geleerd.

Gerrit van der Meij, Den Haag, civiel planoloog

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.