Opinie

'Assad weg? Dat kan het ook alleen maar erger maken'

Waarom vertrokken Kaddafi, Ben Ali en Mubarak wel, maar de Syrische president Assad niet? Omdat het vertrek van Assad, meent Martin Janssen, helemaal niets zal oplossen - als het de situatie niet al erger maakt.

Beeld getty

Toen in december 2010 de Tunesische Bouazizi zichzelf in brand stak veroorzaakte deze gebeurtenis niet alleen in Tunesië zelf maar in de gehele Arabische wereld een enorm shockeffect. Bouazizi had een universitair diploma op zak maar was gedwongen dagelijks een karig bestaan bij elkaar te schrapen door met een fruitkar rond te trekken.

De druppel die deze emmer van menselijke ellende deed overlopen was de hardhandige en onrechtvaardige bejegening door de plaatselijke politie die de corrupte staat vertegenwoordigde. Bouazizi symboliseerde een verloren generatie, produkt van een enorme geboortegolf, zonder toekomstperspectief.

Er ontstond een volksopstand in Tunesië, en enkele dagen later zat president Ben Ali al in een vliegtuig naar Saoedie-Arabië. Men moet hierbij het verrassingselement niet onderschatten. In de gestagneerde politieke arena van het midden oosten werd iedereen volkomen verrast door de volksopstand. Zou men de Arabische wereld vergelijken met het voormalige Oostblok, dan leek Tunesië bovendien nog het meest op ex-Joegoslavië: het relatief meest liberale land. Ben Ali vertrok, maar de kopstukken van het regime bleven zitten.

Zoon Mubarak
Dit laatste schetst zeker ook de situatie in Egypte waar president Mubarak slechts het civiele gezicht was van een militair regime dat de werkelijke machthebber was. Er waren de afgelopen jaren ernstige geschillen gerezen tussen Mubarak en dit regime omdat Mubarak zijn zoon Djamal ( een zakenman zonder militaire achtergrond) wilde klaarstomen voor de erfopvolging wat de invloed van de militairen waarschijnlijk aanzienlijk zou verminderen.

De militairen zochten reeds jaren naar een mogelijkheid om zich van Mubarak te ontdoen en deze kans bood zich aan op 25 januari 2011. Wat we in Egypte zagen was een verkapte staatsgreep door het leger dat Mubarak dwong af te treden en hierdoor werd bewierookt als beschermer des volks.

De Egyptische Moslimbroeders kwamen volkomen volgens verwachting hierbij zegevierend uit de strijd maar voelen de hete adem in hun nek van de salafistische al-Nur partij en zullen daarom de komende tijd eerder harde conservatieve standpunten gaan innemen dan meer gematigde liberale opstellingen kiezen. De hamvraag in Egypte luidt: tot hoever is de legertop bereid hierin mee te gaan?

Economische ineenstorting Egypte
Egypte gaat een periode van grote politieke onrust tegenmoet die gepaard gaat met een economische ineenstorting. Men kan niet uisluiten dat we in Egypte uiteindelijk wellicht een herhaling zullen beleven van het Algerijnse scenario van 1991. Om te voorkomen dat de islamitische FIS de totale macht in handen zou krijgen greep het leger in, hierbij stilzwijgend gesteund door het westen.

De Libische Kaddafi werd slechts verdreven door de bombardementen van de NAVO die bovendien meer dan zes maanden nodig had om Kaddafi's marionettenleger te verslaan. Vanaf het begin was het duidelijk dat jihadistische groeperingen zeer nadrukkelijk aanwezig waren binnen de Libische oppositie. Na de dood van Kaddafi herhaalde zich het Irakese scenario van 2003: er lag geen draaiboek klaar voor de beroemde 'day after'.

De val van het Kaddafi-regime zal grote gevolgen krijgen voor het Afrikaanse achterland. De huidige problemen in Mali bijvoorbeeld zijn hier reeds direct mee verbonden. In Libië kan men zich afvragen of met het regime van Kaddafi ook niet de Libische eenheidsstaat ten val werd gebracht. Bijkomend probleem is dat de NAVO in Libië duidelijk de resolutie van de Veiligheidsraad heeft overtreden die slechts toestemming gaf om de burgerbevolking te verdedigen en niet de bedoeling had Kaddafi te onttronen.

Syrië
Dit laatste bepaalt in belangrijke mate de opstelling van Rusland en China ten opzichte van Syrië. Beide landen zijn vastbesloten een NAVO-optreden in Syrië te voorkomen. Dat is de eerste verklaring voor de geheel eigen dynamiek van de Syrische crisis. In tegenstelling tot de drie eerder genoemde landen is in Syrië bovendien de sektarische, godsdienstige dimensie aanwezig, die de situatie uiterst hachelijk maakt.

Syrië is momenteel het open strijdtoneel geworden tussen de soennitische en sjiietische regionale krachten. Rusland lijkt bezig in de Syrische haven Tartus een grote vloot op te bouwen wat zorgt voor een Koude Oorlog-sfeer. Na de teleurstellende resultaten in Egypte en Libië is het westen huiverig geworden voor dit Syrische wespennest. Dat vertaalt zich in halfslachtige verklaringen. Regionale machten als Turkije en Saoedie-Arabië spelen hierbij duidelijk de sektarische (soennitische) kaart.

De Syrische president heeft een sterke machtsbasis maar de voortslepende crisis heeft de potentie zich nog jarenlang voort te slepen en steeds gewelddadiger te worden. De oppositie is niet in staat het regime ten val te brengen maar omgekeerd moet ook geconstateerd worden dat de staat niet bij machte is de crisis te beëindigen.

Buitenspel
Politieke onderhandelingen vormen de enige uitweg maar het westen heeft zichzelf buitenspel gezet door voortdurend aan te dringen op het aftreden van de Syrische president. Nog veel sterker dan in Libië vormen in Syrië regime en staat twee zijden van dezelfde medaille. Regime en staat zijn zelfs dermate met elkaar verweven dat gevreesd moet worden dat de val van het regime zal leiden tot een verval van de staat en zelfs een verbrokkeling in geografische zin.

Een hervorming van het regime betekent dus ook een hervorming van de staat omdat het regime gelijk staat aan alle instituties van de Syrische staat, inclusief leger, politie, et cetera. In Europa hebben we een dergelijke situatie gezien na 1990 in Joegoslavië waar het vertrek van het regime uiteindelijk leidde tot de val en opdeling van de staat. Dat maakt dat voorzichtigheid geboden is.

Martin Janssen is arabist en woont in de Syrische hoofdstad Damascus

 
Ben Ali vertrok, maar de kopstukken van het Tunesische regime bleven zitten. En in Egypte was president Mubarak slechts het civiele gezicht van een militair regime dat de werkelijke machthebber was.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden