Column Huisarts Joost Zaat

Artsen hebben veel meer last van onbenullige toezichthouders dan van veeleisende patiënten

Toen er zestig jaar geleden wel ziekenfondsen maar geen almachtige zorgverzekeraars, zorgautoriteiten of antivaxers bestonden, bedachten huisartsen dat hun patiënten te lang moesten wachten als ze hen geen vaste afspraaktijden gaven. Tot dan toe ging iedereen gewoon in de wachtkamer zitten: ziekenfondspatiënten ’s morgen vroeg, welgestelde particulieren ’s middags. Om 5 minuten en 50 seconden bij je huisdokter binnen te zijn, moest je gemiddeld 24 minuten wachten, zo rekende een dokter destijds uit. Hij bedacht als eerste het afspraakspreekuur: vanwege de indeling van zijn papieren agenda met blokjes van vijf minuten te verdubbelen als de patiënt veel wilde bespreken. Omdat alle kindertjes destijds mazelen, rode hond, kinkhoest, de bof en een heleboel andere akelige infectieziekten kregen, werkten die dokters zich het apezuur. Vaccinaties hebben vanaf die tijd niet alleen heel veel kindertjes gered maar ook gezorgd voor meer tijd voor andere problemen.

Een jonge huisarts schetste vorig jaar in een plaatje over wat er allemaal in mijn tien minuten moet: ik moet mijn elektronisch patiëntendossier openen en de patiënt halen, dat kost bij elkaar een minuut, maar omdat mevrouw Cornelissen een zere heup heeft, duurt dat net iets langer. Dan moet ik 1,5 minuut naar haar luisteren, 2,5 minuut vragen stellen, 2 minuten haar pijnlijke heup onderzoeken, 2 minuten uitleggen, 1,5 minuut alles begrijpelijk opschrijven en dan een half minuutje mijn handenwassen. In theorie precies 10 minuten. Maar mijnheer Cornelissen, die meegekomen is, wil ook wat vragen over het nut van een nieuwe heup; ik wil haar verwijzen en moet opzoeken waar de kortste wachttijd is. Zeker drie minuten extra. Met een beetje pech wachten mijn patiënten dus net als hun oma in 1958 regelmatig een half uurtje.

De nieuwste aanslag op de tijd komt niet van veeleisende patiënten maar van de zorgautoriteit NZA. Dat zit zo. Mevrouw Cornelissen moet op haar centjes letten en heeft dus een budgetpolis. Dat je dan niet overal naar toe kan, was haar ontgaan. Ze begrijpt net als ik de verschillen tussen de ‘1500 verschillende polissen’ ook helemaal niet. Naar aanleiding van een gerechtelijke uitspraak dat niet zorgverleners maar zorgverzekeraars hun klanten op financiële consequenties moeten wijzen, berichtte de NZA vorige week, dat zorgverleners desondanks de plicht hebben om mevrouw Cornelissen niet alleen te behandelen maar ook financiële blaren te besparen. Volgens de NZA kan dat makkelijk omdat ik in het declaratiesysteem van de verzekeraars kan kijken wat de polis bij mevrouw Cornelissen vergoed. Dat betekent apart inloggen, gegevens inkloppen, uitleggen dat het dichtstbijzijnde ziekenhuis geen contract heeft. De huidige baas van de NZA schreef in een vorig leven een utopisch plan voor een nieuwe opleiding tot zorgverlener met mooie woorden over aandacht en tijd voor de patiënt maar de opdracht om polissen uit te leggen stond daar niet in. Artsen hebben inmiddels veel meer last van onbenullige toezichthouders dan van veeleisende patiënten.

Als de antivaxers ook nog eens hun zin krijgen en de vaccinatiegraad verder daalt, zijn we terug in de jaren vijftig en zie ik net als mijn voorgangers volop mazelen en kinkhoest. In die vijfminutenspreekuren ga ik natuurlijk geen polissen checken.

Wat doet een dokter allemaal in 10 minuten? Beeld Isar Wulffaert
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.