Arthur van Amerongen weet inmiddels: Nederlanders schrik je met een beetje vuiligheid niet af

Ik, Arthur van Amerongen

Moncarapacho Beeld Gabriel Kousbroek

Mijn vorig cursiefje ging over Fuseta en sindsdien wordt het non-descripte vissersoord overspoeld door Nederlanders. Binnenkort pronkt die column ingelijst op de deur van het dorpshuis.

Het was geen jubelend stukje, eerder brommerig, maar dat dondert kennelijk niet. Zo gaf Johannes van Dam eens een 3 aan een restaurant. Slechte publiciteit bestaat niet, dacht de uitbater en hij hing de recensie pontificaal in het venster van zijn toko.

Bij de kapper in Moncarapacho hangt een column van mijn hand. Daarin schrijf ik hoe ik voor het bezoek aan de cabeleireiro een pan Portugese bonenstoof had leeggeslobberd. Uitgerekend op het moment dat ik in de kapmantel stak, begon het te borrelen en te gassen. Spoedig zouden al die de bruine vlinders onder de cape vandaan dartelen. De situatie was nog neteliger dan de scheet in lift of telefooncel. Ik haat spreekwoorden en gezegden vanwege de kneuterige burgermoraal, de tegeltjeswijsheid en de bakerpraatjes, maar hier gold: stilzitten als je geschoren wordt.

Een gluiperige Nederlander wilde mijn goede reputatie in het dorp beschadigen door de spiegel van de kapperszaak als schandpaal te gebruiken. Zo van: die vuns van een Van Amerongen doet zich voor als de ideale schoonzoon maar er komt alleen maar vuiligheid uit zijn pen.

Alleen had de Tena-drager, die ongetwijfeld geen woord Portugees spreekt, het stukje niet zo goed weten te vertalen, want ik hoefde de knappe kappersjongen nooit meer te betalen voor een knipbeurt. Steeds stak hij, terwijl hij naar mijn column wees, trots zijn duim op. Tot vermoeiens toe.

Ik woonde vijf jaar in Moncarapacho, een dorp dat net als Fuseta in geen enkele reisgids voorkomt. Er is dan ook helemaal niks te doen, los van het jaarlijkse carnaval. Daar doen zo weinig praalwagens aan mee dat de optocht vijf keer een rondje rond de kerk maakt.

Toch heb ik vaak geschreven over het lintdorp dat niet eens aan zee ligt. Vaak ging dat over eenzaamheid, alcohol en de dood. Als ik mijn stukjes teruglees, is het qua treurnis net of ik in een IJslands moordmysterie zit, midden in de winter.

Desondanks wonen er opvallend veel Nederlanders in Moncarapacho, dus zo afschrikwekkend waren mijn columns nou ook weer niet.

Lange tijd was ik ervan overtuigd dat ik samen met mijn honden begraven zou worden in het dorp. Hoewel ik op goede voet stond met de burgemeester, de priester en andere notabelen, was zelfs dat piepkleine voorrechtje mij niet gegund. Stank voor dank dus, de honden huilden en de karavaan trok verder. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.