Column Arthur van Amerongen

Arthur van Amerongen schrikt van de ontvolking van Alcoutim en mijmert over zijn Europa, toen het nog romantisch was

Tot mijn schrik las ik dat Alcoutim met uitsterven wordt bedreigd. Het oerdegelijke weekblad Jornal do Algarve verzint zoiets niet. Maar niet alleen het schattige rivierdorpje op de grens met Spanje staat op de dodenlijst. Ook Monchique, waar ik zo graag in de thermische baden mag schilferen, verdwijnt binnen dertig jaar van de kaart, net als de meeste dorpen in de Algarve profundo. En dat komt allemaal door de litoralização, de trek naar de kust. Daar is volop werk voor de jeugd. De oudjes blijven achter in de spookdorpen, geduldig geobserveerd door de gieren.

Nou wist ik al dat hele gehuchten in de binnenlanden van de Algarve zijn opgekocht door vieze Duitse hippies en heksen. Die huppelen daar ongestoord in hun blote gat door het zonnewendevuur, onderwijl bezwerende mantra’s van die griezel van een Rudolf Steiner uitbrakend. Met ontvolking valt prima te leven, maar met een dergelijke omvolking?

Laatst was ik nog in Alcoutim voor het jaarlijkse smokkelaarsfestival. Dat klinkt spannender dan het is, want bij smokkel denk ik aan mula’s, volgepropt met bolletjes Colombiaans marcheerpoeder, dat verpakt in piepkleine envelopjes kabouterpost wordt genoemd. Ik heb me eens laten vertellen dat zo’n muilezel, vaak een beginnend fotomodel of een brassbandmuzikant, tot 1 kilo met cocaïne gevulde condooms kan verstouwen. In Alcoutim werden vooral eieren, boter, koffie, tabak, amandelen en meel over de rivier gesmokkeld, maar vermoedelijk niet per poepgat.

Drie Eftelingesque standbeelden herinneren nog aan die gouden tijd. Ik moest even googelen wat ze precies voorstelden, maar het betreft een veldwachter van de fiscus, een visser en een smokkelaar. Ze loeren over de Guadiana-rivier naar Andalusië.

Overigens is de Guadiana 744 kilometer lang en daarmee de op drie na grootste rivier van het Iberisch Schiereiland, na de Taag, de Douro en de Ebro. Het is maar dat u het weet.

Beeld Gabriel Kousbroek

Het dorp aan de overkant heet Sanlúcar. In de smoezelige Andalusische barretjes spelen ze vunzige flamenco, een verademing na al dat fadogetrut. Tussen Sanlúcar en Alcoutim kan men over de Guadiana heen en weer roetsjen met een tokkelbaan.

Verder is er niks te doen en dat vind ik een hele geruststellende gedachte.

Bij de drie standbeelden staat zo’n prachtige klassieke Portugese quiosque die de essentie van het volle leven verkoopt: koffie, pastel de nata, brandy, peuken en kranten. Eerdaags ga ik op dat terras zitten mijmeren over mijn Europa, toen het nog romantisch was met al die grenzen en strenge douaniers.

Na vier brandy’s schiet ik dan vol geluk: Alcoutim sterft uit maar overleeft mij tenminste.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.