Column Arthur van Amerongen

Arthur van Amerongen bezoekt Vila Pouca: het niemandsdorp van Gerrit Komrij dat de vuurstorm van afgelopen jaar wist te overleven

Vila Pouca bezoek ik twee keer per jaar omdat Charles, de man van Gerrit Komrij, en mijn vriend Philip er wonen.

Niemandsdorp noemde Gerrit zijn gehucht. Er gebeurt ogenschijnlijk nooit iets, maar achter de potdichte luiken broeit innig leed. Het gekonkelfoes van de dorpelingen werd door chroniqueur Komrij tot in de finesses opgetekend.

De reis per trein en bus naar de Serra da Estrela, de grootste bergketen van Portugal, kost me altijd een dag. Het is geen straf om met de Comboios de Portugal te reizen: de conducteur draagt nog gezag uit, in de restauratiewagen stroomt de drank rijkelijk en het toilet is zo schoon dat je van de bril kunt eten. Kom daar maar eens om bij de Nederlandse Spoorwegen.

Coimbra, waar ik moet overstappen op de bus, is overspoeld door studenten wegens de Queima das Fitas, de feestelijke afsluiting van het collegejaar. Gewend aan het insipide bejaardenreservaat van de Algarve, schrik ik me een hoedje van zo veel jeugdelijk gedruis en pak snel de bus.

Foto Gabriel Kousbroek

Het is drukkend warm in de bergen. Langs de kronkelwegen wandelen honderden pelgrims naar Fátima om de eerste verschijning van de Maagd aan de drie herderskinderen te gedenken. Ik vind het al een wonder als de pelgrims onderweg niet geschept worden door een dronken boer in een Piaggio Ape.

Het geblakerde landschap is macaber, met overal uitgebrande huizen en verkoolde bomen, een herinnering aan de vuurstorm vorig jaar oktober waarbij 35 doden vielen.

Het roze landhuis in Vila Pouca heeft de brand overleefd. Regelmatig maken Nederlandse toeristen hier foto’s omdat ze denken dat Gerrit en Charles er woonden. Ook het Komrijk zelf, even verderop, heeft het vuur doorstaan. Onder het prieel, opgeluisterd door brulkikkers, schapengeblaat en geitengemekker, bespreken we de nationale ramp.

Philip, die in het naburige dorp woont, zag de brand al om half twaalf ’s ochtends aanwakkeren. Om tien voor half vier viel het internet uit en om negen uur ’s avonds wist hij dat zijn huis in de vlammenzee zou opgaan. De poezen kon hij ternauwernood redden.

Charles zat in zijn villa, omringd door stevige muren die de vuurzee tegenhielden: ‘Ik ging gewoon naar bed die avond, wat kon ik verder doen?’

Het kerkhof met het graf van Komrij is ongeschonden. Huizen, bosschages en bomen eromheen zijn verbrand.

Ik moet altijd even slikken als ik Gerrits gedicht op de grafsteen lees: ‘en alles blijft bestaan wanneer je sterft’.

Daaronder net zo mooi in de vertaling van Arie Pos, Komrij’s biograaf:

e tudo continua quando morremos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.