EssayArnon Grunberg

Arnon Grunberg over het plezier van spelen: morgen beginnen we opnieuw

Schrijver Arnon Grunberg dacht na over wat hem vreugde brengt.Beeld Jan Hamstra

Schrijver Arnon Grunberg dacht na over wat hem vreugde brengt. Zijn conclusie: spelen. En dan niet in de betekenis van sport of het spel dat een oplichter speelt, maar spelen als levenshouding. 

Onlangs kwam The New York Times met een speciale bijlage waarin veertien schrijvers was gevraagd te vertellen hoe zij in deze tijden blijdschap (‘joy’) konden vinden. Er was sprake van ‘rare en verrukkelijke manieren’ om blijdschap te ondervinden, maar uit de bijdragen zelf bleek dat het met de rariteiten meeviel. Begrijpelijk, je wilt als krant, of als schrijver misschien ook wel, met de rariteit flirten, maar uiteindelijk niet het slechte voorbeeld geven. Het moet binnen de perken blijven.

Hoewel de blijdschap mij niet kon overtuigen verleidde deze bijlage mij na te denken over een onderwerp waarover ik zelden schrijf en eigenlijk ook niet vaak nadenk. Blijdschap, geluk; is geluk denkbaar zonder blijdschap? Als de vraag over geluk in mijn romans ter sprake komt – een favoriete vraag van sommige interviewers: waarom zijn jouw personages niet gelukkiger? – reageer ik doorgaans lacherig. Ik gun mijn personages alle geluk van de wereld, maar op de een of andere manier is dat vrijwel nooit of slechts kortstondig voor hen weggelegd.

Wat echter schenkt mij blijdschap in deze tijden, en als ik daaraan mag toevoegen: ook in andere tijden, zo verschrikkelijk anders is deze tijd (nog) niet.

Verliefd zijn is een vreugdevolle bezigheid, beantwoorde verliefdheid en in uitzonderlijke gevallen ook de onbeantwoorde; het zwelgen in lijden kan vreugdevol zijn. Ik kan me goed herinneren dat iemand tegen me zei: ‘Voor de liefde heb je geen talent, een zeker talent voor verliefdheid kan je niet worden ontzegd.’

Alle wijsgeren echter zijn het erover eens dat de verliefdheid niet duurzaam is, slechts weinig mensen sterven verliefd. Hoopt men niet op wat duurzamere blijdschap en vreugde, al dan niet raar en verrukkelijk? Allicht tegen beter weten in, het kenmerk uiteindelijk van alle hoop?

Spelen brengt Arnon Grunberg vreugde.Beeld Jan Hamstra

Ik zou kunnen beweren dat schrijven voor mij een bron van blijdschap is, maar iets daaraan bevalt me niet, het klinkt me te veel als de binnenstebuiten gekeerde koketterie van de schrijver die niet kan ophouden te spreken over de lijdensweg die het schrijven voor hem is. Als het goed is, gaat schrijven gepaard met een concentratie die enig geluk als neveneffect heeft, zoals allicht mediteren ook geluk als neveneffect heeft. Ik mediteer niet, maar ik kan me voorstellen dat het de concentratie is die ervoor zorgt dat je tijdelijk verlost wordt van jezelf en die verlossing is vreugdevol – waarop je je precies concentreert, maakt dus misschien niet zoveel uit.

Jezelf kwijtraken is jezelf te snel af zijn, al kan het eveneens vreugdevol zijn anderen te snel af te zijn.

Ik begreep dat mijn bron van vreugde het best kan worden samengevat met het woord ‘spelen’.

Een ingewikkeld woord, een volwassene mag basketbal spelen, hij mag met zijn kinderen spelen, hij mag met zijn al dan niet samengestelde gezin een bordspel spelen, maar verder moet het spelen van de volwassene niet gaan, anders wordt hij al snel iemand die spelletjes speelt, oftewel iemand die onbetrouwbaar is, een soort oplichter eigenlijk. Ik herinner me dat ik op een feest in een hoek werd gedreven door iemand die vervolgens verklaarde: ‘Ik ben lekker gek.’ Je moet het harde oordeel over anderen zoveel mogelijk vermijden maar een milde vorm van walging kon ik toen even niet onderdrukken.

Spelen is een levenshouding.Beeld Jan Hamstra

Met het bovenstaande wil ik vooral aangeven wat ik allemaal níét met spelen bedoel, dat net als dat andere woord, ironie, in praktijk een uitnodiging blijkt voor misverstanden. Het is niet jezelf lekker gek vinden, het is geen zwendel. Zeker, schrijven is een vorm van spelen, maar spelen is meer, het is een levenshouding.

Ik heb eens beweerd dat waar het fysieke geweld begint, het spel ophoudt. Dat lijkt me nog steeds waar. Voor de militair mag oorlog een spel zijn, voor de verkrachter mag verkrachting een spel zijn, de slachtoffers zullen daar anders over denken. Wat een andere manier is om te zeggen dat waar het slachtoffer begint, het spel ophoudt. Oftewel, je speelt het, voor zover je het met andere mensen speelt, met open vizier. Maar wie daaruit concludeert dat spelen belangeloos en risicovrij is, heeft het mis.

Als ik aanbel bij mijn vriendin, zij de deur opendoet en die meteen weer dichtgooit met de woorden: ‘Nee, jij vandaag niet’, is dat spelen. Althans dat neem ik aan, want doorgaans laat ze me even later gewoon binnen. Correspondenties met betrekkelijke vreemden of ontmoetingen met vreemden kunnen een spel zijn; je probeert een andere kant van jezelf uit, altijd in de ietwat tintelende onzekerheid of de ander ook speelt. Geen spelen zonder nieuwsgierigheid. Geen spelen zonder de sensatie van vrijheid: in het spel lijkt alles mogelijk.

Schrijven is als gezegd spelen, maar niet spelen met woorden, dat doet me, met alle respect, denken aan Scrabble en kruiswoordpuzzels. Ik heb niet voor niets een stiekeme hekel aan taalpuristen; de schrijver die een taalpurist is, is een dode schrijver. Het spelen zit in het maken, in de poging iets te zeggen, iets te ontdekken over deze werkelijkheid wat niet eerder is gezegd of niet op die manier.

Spelen kan niet plaatsvinden zonder reflectie.Beeld Jan Hamstra

Spelen kan niet plaatsvinden zonder reflectie, zonder het besef te spelen; waar dat besef ontbreekt, begint de waanzin. Zo is het spel niet alleen een bron van blijdschap maar moet er ook een verdedigingslinie zijn ingebouwd. Een jong kind kan zich volledig verliezen in wat hij maakt, een volwassene die dat doet, overschrijdt een gevaarlijke grens. Ik heb dat wat ‘inspiratie’ wordt genoemd weleens vergeleken met een gecontroleerde psychose – ik heb nooit een psychose gehad, dus het blijft een vermoeden, maar toch.

Men heeft mij meerdere malen, naar aanleiding van mijn teksten maar ook naar aanleiding van mijn leven, onthechting en distantie verweten. Op de een of andere manier klinken die woorden altijd als een verwijt, maar milde onthechting en bescheiden distantie zijn slechts neveneffecten van het navigeren tussen controleverlies en controle.

Spelen is bewust een versie van jezelf zijn zonder daarmee volledig samen te vallen, het woord ‘versie’ zegt genoeg. Als gezegd, wie niet weet dat hij speelt, speelt niet meer. Omdat je op verschillende plekken verschillende versies van jezelf laat zien kan dat spelen vergeleken worden met simultaanschaken, al is de tegenspeler niet per se een tegenstander.

Een scepticus zou misschien zeggen: dat spelen van jou lijkt op leven. Daarop kan ik antwoorden: ja, het gaat om het besef dat spelend geleefd moet worden, al was het maar om het lijden en het geweld op afstand te houden.

Twee van mijn favoriete romans, Madame Bovary en Don Quichot, gaan over de ontaarding van het spel, hoe het maaksel, het resultaat van het spel, de tekst, mensen – personages in de roman, maar dat zijn ook mensen – ertoe kan verleiden zich zo te verliezen in het spel dat het geen spel meer is. Emma Bovary laat zich onder andere het hoofd op hol jagen door de romans die zij heeft gelezen, vaak genoemd romannetjes, alsof het alleen minderwaardige literatuur is die ons werkelijk kan verwarren, bij Don Quichot zijn het uiteraard de ridderromans die zijn kijk op de wereld en op hemzelf radicaal hebben veranderd.

In elk spel zit het diepe verlangen werkelijkheid te worden.Beeld Jan Hamstra

Elk spel draagt het risico van de ontsporing in zich.

Leven kan echter niet zonder kleine en grotere grensoverschrijdingen en het verlangen ernaar. Kunst, het spel, is een poging die grensoverschrijdingen vorm te geven zonder al te veel schade aan te richten. Soms gaat dat mis, Don Quichot blijft een prachtig voorbeeld, hij ziet zijn spel voor de werkelijkheid aan.

In elk spel zit het diepe verlangen werkelijkheid te worden, letterlijk alles op het spel te zetten: jezelf. De verleiding van het donquichottisme is de verleiding een spel op leven en dood te worden, waarna het uiteraard geen spel meer is.

Het komt erop aan het donquichottisme serieus te nemen en er toch aan te ontsnappen. Dat kán ook alleen door dat verlangen serieus te nemen; alleen door je eigen potsierlijkheid te omarmen kun je erboven uitstijgen.

De speler zegt: morgen beginnen we opnieuw.

Omarm je eigen potsierlijkheid.Beeld Jan Hamstra

Vanaf deze week verschijnt de column van Arnon Grunberg, Koptekst, nog slechts één keer per week. In plaats van de dinsdagse Koptekst schrijft Grunberg maandelijks een essay.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden