Verslaggeverscolumn Margriet Oostveen in Gilze

Arda werd pas in 1982 het eerste vrouwelijke raadslid in haar dorp

Met het vieren van ­honderd jaar vrouwenkiesrecht is het ook wel eens leuk te ­laten zien hoe tergend langzaam het daarna nog kon gaan. Omdat ­alles altijd in verschillende snel­heden gebeurt: een kwestie van ­cultuur, gemeenschap, regio of ­gewoon toeval. De snellen willen de langzamen dan weleens ‘achterlijk’ noemen. Ik denk eerder: kijk eerst even naar onszelf.

Neem Arda van Puijenbroek. Arda was het eerste rechtstreeks ­gekozen vrouwelijke raadslid van het Brabantse dorpje Gilze. In 1982.

Arda bij haar verkiezing tot raadslid. Beeld Foto Johan van Gurp/De Stem

In 1982! Drie-en-zestig jaar na de invoering van het actief vrouwenkiesrecht. Ik woonde toen zelf in een Brabants dorp, 14 jaar oud: voor het eerst zoenen, voor het eerst bier drinken, een sigaret roken en al een tijd op Kim Wilde (‘whoa!’) dansen. Arda deed dat allemaal niet, maar schreef in Gilze wel kalmpjes ­geschiedenis.

1982! Terwijl Roermond al in 1919 Mathilde Haan koos als eerste vrouwelijke raadslid van Nederland, voor de Katholieke Kiesvereniging. Terwijl in 1918 Suze Groeneweg als eerste vrouwelijk lid van de Tweede Kamer was geïnstalleerd. Vrouwen kregen in 1917 passief kiesrecht, zelf stemmen mocht pas twee jaar later.

Arda van Puijenbroek is in Gilze geboren en woont er nog steeds. Nu in een prachtig hypermodern huis, met snufjes, zoals volauto­matische wc-verlichting.

Een vroege jeugdherinnering van Arda: dat ze naar de kleuterschool van de zusters Franciscanessen ging en op een dag naar huis werd gestuurd omdat haar rokje te kort was. ‘Je moest daar op je knieën gaan zitten en als de zoom je kuiten niet raakte, dan was het dus te kort’. Haar moeder is naar de nonnen gegaan en heeft gezegd: er is er hier maar één die bepaalt wat mijn dochter draagt. ‘Dat een vrouw zelf beslist, en niemand ­anders’, zegt Arda. ‘Dat vond mijn moeder dus altijd al.’

Haar oma was ook zo. Sterke, daadkrachtige vrouwen. Thuis meepraten over alles. ‘Dat was in die tijd wel bijzonder. Bij vriendinnen zag ik moeders die altijd ­beschikbaar en aan het poetsen ­waren.’

Gilze 100 jaar geleden. Beeld Foto Heemkring Molenheide

Haar ouders dreven samen een kruidenierszaak in het dorp, de Vivo. Haar vader nam nog bestellingen op aan huis. Arda, oudste van vijf kinderen, ging na de ulo thuis en in de winkel helpen. ‘Dat was geen plicht, maar wel redelijk vanzelfsprekend en ik wist ook nog niet zo goed wat ik verder wilde.’ Arda trouwde met Piet, ook uit het dorp, die werd leraar installatietechniek. Zij ging er als huisvrouw bij studeren, haalde haar onderwijsakte Nederlands, tussen het krijgen van drie kinderen. Thuis zorgde Piet net zo goed al mee, hij kookte als het nodig was. ‘Er was geen drempel.’

Nu even over naar Mariëlle van Hezewijk, die is aangeschoven ­namens de plaatselijke heem­kundekring. Ze maakten daar een mooi boekje over honderd jaar kiesrecht in Gilze en Rijen, samen één gemeente. Mariëlle zocht nog wat cijfers op: in 1962 stonden er in Gilze nog maar drie vrouwen op de kieslijsten. Die werden speciaal, zij het nogal discutabel, aangeprezen: ‘Er zijn vrouwen die hun man vragen: óp wie moet ik nu stemmen?’ Keuze is nu niet moeilijk meer (…) EN DE VROUW DIE KIEST EEN VROUW’.

In 1974, met zestien vrouwen op de kieslijsten, kwam er heel even eentje in de gemeenteraad. Maar dat was maar voor een paar maanden en ter vervanging van een plotseling overleden man, niet rechtstreeks gekozen dus. Mariëlle: ‘Daarvoor moesten we tot 1982 op Arda wachten.’

Waarom duurde het toch zo lang? In koor: ‘Omdat de meeste vrouwen te laag op de lijst stonden.’ Goed genoeg om stemmen te trekken, maar niet om mee te doen. Mariëlle: ‘Dat was de strategie.’ Arda: ‘Nog steeds vaak wel, denk ik.’

Je moet ook gewoon zelf zorgen dat je op een verkiesbare plek komt te staan, zegt Arda. ‘In Rijen had je veel meer vrouwen op de barricaden, maar dát deden ze dan weer niet.’ Zij deed dat wel, al brengt ze het nog steeds als toeval, met die typisch Brabantse bescheidenheid.

Arda raakte ‘bij een of andere gelegenheid’ in gesprek met mensen van de lokale partij Kern ’75. ‘En die vroegen een tijdje later of ik nummer vier op de lijst wilde zijn.’ Eén gepasseerde mannelijke partij­genoot kwam haar zeggen dat mannen het beter konden. ‘Ik zei: Ik zal het een tijdje proberen. En kom dan nog eens terug’.

Je moest het gewoon doen, zegt Arda. En het werd eens tijd.

De burgemeester meldde bij haar beëdiging: ‘Vrouwen mogen van mij alles, als ze maar lief blijven.’

Vier jaar later werd Arda van Puijenbroek wethouder.

Arda nu.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden