OpinieArbeidsmigratie

Arbeidsmigranten aanpakken werkt juist averechts

Een gezamenlijk plan van de SP en de ChristenUnie  om de uitwassen van arbeidsmigratie in de EU tegen te gaan lost de problemen niet op, betoogt Leo Lucassen. Integendeel. 

Poolse aspergestekers in Gemert, Limburg. Beeld Marcel van den Bergh

Afgelopen weekend lanceerden de fractievoorzitters van de Socialistische Partij, Lilian Marijnissen, en de ChristenUnie, Gert-Jan Segers een ‘offensief’ om wat zij noemen ‘de uitwassen van arbeidsmigratie binnen de Europese Unie’ in te perken. Zij constateren, terecht, dat er al jaren veel misstanden zijn in sectoren waarin met name Oost-Europese arbeidsmigranten actief zijn, zoals de land- en tuinbouw, de logistiek en distributiecentra. Met name malafide uitzendbureaus (en een aantal werkgevers) maken misbruik van de kwetsbare positie van arbeidsmigranten, door slechte arbeidsomstandigheden, lage lonen en veel te hoge bedragen te rekenen voor tamelijk miserabele huisvesting. 

De oplossing volgens Marijnissen en Segers is het inperken van de vrijheid van migratie binnen de Europese Unie, de facto overigens alleen voor lager geschoold werk. Net als vroeger zouden werkvergunningen weer verplicht moeten worden, waardoor lidstaten zelf kunnen bepalen hoeveel arbeidsmigranten ze willen toelaten. Bovendien zouden migranten die langer dan drie maanden ingeschreven staan verplicht in moeten burgeren en Nederlands leren.

Fundamenteel recht

Afgezien van de vraag hoe realistisch dergelijke voorstellen zijn (het gaat hier om een tamelijk fundamenteel EU-recht), is het zeer de vraag of de voorstellen het – nogmaals terecht – aangekaarte probleem zal oplossen.

Ten eerst is het (opnieuw) optuigen van een overheidsbureaucratie waarbij werkgevers vergunningen moeten aanvragen, zoals dat voor 2004 het geval was voor Oost-Europese lidstaten, geen garantie dat het misbruik zal afnemen. Migranten worden dan namelijk nog meer gekluisterd aan werkgevers. En zoals nationaal en internationaal onderzoek heeft aangetoond maakt dat de kans op uitbuiting eerder groter dan kleiner. Nu kunnen migranten nog ‘stemmen met hun voeten’ als het ze niet bevalt en ergens anders gaan werken, dan niet meer.

Ten tweede miskent het de oorzaak van de arbeidsmigratie, namelijk dat er veel werk is waarvoor – of we dat nu leuk vinden of niet – nauwelijks binnenlands aanbod is. Waar dat vroeger tot binnenlandse arbeidsmigratie leidde (Drenten naar Philips in Eindhoven), zien we dat nu vraag en aanbod op Europese schaal bij elkaar worden gebracht. Het argument dat Polen en Roemenen de lonen drukken, een aanname die ook het Brexit-debat domineerde, klopt dan ook niet. Onderzoek laat zien dat een dergelijk effect niet of nauwelijks bestaat. Ook niet zo vreemd wanneer we bedenken dan er van directe concurrentie nauwelijks sprake is.

Kunstmatig

Het probleem is dan ook niet de arbeidsmigratie op zich, maar het gebrek aan arbeidsmarktcontrole, waarop in de afgelopen decennia flink is bezuinigd. Verder constateren Marijnissen en Segers, net als de FNV terecht dat goedbedoelde maatregelen om laaggeschoolde Nederlanders gemakkelijker aan een baan te helpen, onder meer via het zogenoemde lage-inkomensvoordeel (het ‘Lage Inkomens Voordeel’, LIV dat in 2017 is ingegaan), averechts uitwerken en de lonen kunstmatig laag houden. En daarmee wordt het binnenlands aanbod in bepaalde sectoren nog kleiner dan het al is. Tot slot zien we dat bepaalde bedrijven, zoals distributiecentra, nieuwe vestigingen vaak op tamelijk onbereikbare plaatsen bouwen, waardoor het voor veel Nederlandse werkenden logistiek (en financieel) erg onaantrekkelijk, zo niet onmogelijk is, om er te gaan werken.

De oplossing voor de door Marijnissen en Segers geconstateerde problemen is niet het aanpakken van arbeidsmigratie op zich, maar het beschermen van de mensen waar het hier om gaat. En wel door het aanscherpen en handhaven van de regels, zorgen voor een hoger minimumloon, tegengaan van perverse prikkels van belastingconstructies zoals de LIV, en menselijker arbeidstijden. Daarvan profiteren zowel inlandse als buitenlandse arbeidskrachten.

Ontwricht

Tot slot wijzen Marijnissen en Segers op de sociale kosten van migratie, waarbij het gezinsleven van bijvoorbeeld Poolse en Roemeense migranten wordt ontwricht en hun plaats aldaar weer wordt ingenomen door Oekraïners. Die kosten zijn er, maar wat is het alternatief? Afgezien van het feit dat het voor een belangrijk deel om jonge mensen gaat zonder gezin, is het resultaat dat ze gedwongen daar blijven en veel minder verdienen voor hetzelfde werk. Wat betekent dat we hun de vrijheid ontzeggen om naar eigen inzicht een beter leven op te bouwen door (al dan niet tijdelijk) elders te gaan werken. Iets wat we zelf volkomen normaal vinden, en waarvan tientallen miljoenen Europeanen in de 19e en begin 20e eeuw hebben geprofiteerd door naar de Verenigde Staten te verhuizen.

Overigens zou het probleem in de komende jaren er wel eens heel anders uit kunnen komen te zien. Door de stijgende lonen in landen als Polen (de PIS heeft onlangs het minimumloon met 15 procent verhoogd) en een krimpende bevolking in Oost-Europa, gekoppeld aan slechte ervaringen in West-Europa, is het heel wel voorstelbaar dat de Nederlandse arbeidsmarkt in afzienbare tijd met een tekort aan werkenden wordt geconfronteerd. Een nodeloos ingewikkeld en averechts werkend vergunningensysteem zal dat probleem alleen maar verergeren.

Leo Lucassen  is directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden