ColumnElma Drayer

Annie M.G. Schmidts Jip en Janneke waren al ‘rol- bevestigend’

Weer is er een naam toegevoegd aan de lange lijst van dubieuze auteurs. De Britse schrijfster Enid Blyton (1897-1968) verdiende volgens een adviescommissie van de Royal Mint geen ter harer ere geslagen muntstuk omdat haar boeken ‘racistisch, seksistisch en homofoob’ zouden zijn.

Die aantijgingen kloppen. Ik zou er althans méér van hebben opgekeken als Enid Blyton in haar boeken een omgeving had geschetst vol safe spaces en genderneutrale toiletten. Met personages die zich bedienen van inclusief taalgebruik, onderwijl debatterend over hun witheid.

Dooie schrijvers die deugden zijn nu eenmaal zeldzaam. Auteurs die bij leven géén enigszins racistische, seksistische dan wel homofobe opvattingen koesterden? Je moet ze met een lantaarntje zoeken. Schrijvers zijn per slot net mensen. Kinderen van hun tijd, net als u en ik. Dat besef maakt het in mijn ogen behoorlijk potsierlijk om uitgerekend hen in het verdachtenbankje te plaatsen. Om hen te beoordelen naar het identiteitspolitieke eisenpakket van nu.

Toch gebeurt dat de laatste jaren met grote regelmaat. Wederom, moet ik erbij zeggen, want dit soort kritiek is helaas niet nieuw. Zo kreeg onze eigen Annie M.G. Schmidt al in de jaren zeventig te horen dat haar Jip en Janneke ‘rolbevestigend’ ­waren. Ook de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren moest eraan geloven. Zij had de vader van Pippi Langkous nimmer tot ‘negerkoning’ van Taka-Tukaland mogen uitroepen.

Canoncritici voeren steevast twee argumenten aan die hun bezwaren moeten onderbouwen. Het eerste luidt dat literatuur de gevoelige kinderziel diepgaand beïnvloedt. ‘Onderzoek laat zien’, aldus media­wetenschapper Reza Kartosen-Wong begin dit jaar in Het Parool, ‘dat kinderen al op jonge leeftijd heersende opvattingen en vooroordelen over bijvoorbeeld vrouwen en zwarte mensen hebben overgenomen. Die krijgen zij onbewust mee via onder andere opvoeding, onderwijs en ­kinderboeken.’

In mijn eigen woorden: lezen kinderen over het witte jongetje Jip dat op avontuur gaat, terwijl zijn witte buurmeisje Janneke bedeesd toekijkt, dan heeft dat onherroepelijk gevolgen voor hun latere wereldbeeld.

Het tweede argument luidt dat ­lezers zich willen ‘herkennen’ in boeken. Ze snakken ernaar zich te kunnen ‘identificeren’ met de protagonisten. ‘Ik kan niet geloven dat ik nog steeds moet pleiten voor volledige representatie in literatuur’, schreef uitgeefster Sayonara Stutgard december 2018 in Het Parool. ‘Ik was 26 toen ik voor het eerst mezelf herkende in een boek. (...) Niemand had het idee dat een verhaal waarin ik mezelf zal herkennen, mij uiteindelijk op een positieve manier zal kunnen vormen.’

Werkt het werkelijk zo? Willen ­lezers zich niets liever dan herkennen in de boeken die ze lezen? En vormt hen dat op een positieve manier? Als bij zovelen was Setske de Haan, alias Cissy van Marxveldt, ooit een van mijn favorieten. Het eerste deel van haar legendarische Joop ter Heul-reeks verscheen in 1919 – dit jaar op de kop af een eeuw geleden. De hoofdpersoon verschilde op het oog in alles van de puber die ik begin ­jaren zeventig was. De sfeer in die boeken was uitgesproken feodaal. Het wemelde er van de dienstbodes en andere lagergeschikten, die met volstrekte vanzelfsprekendheid de betergesitueerden ten dienste stonden. Ook het vrouwbeeld was dat je zegt nogal belegen. Onvergetelijke scène uit het derde deel: na een mislukt etentje zet man Leo (23) zijn kersverse echtgenote Joop (19) op de knie, terwijl hij vermanend zegt: ‘Zullen we nog even over vanmiddag praten, vrouwtje?’

Ik kan me niet herinneren dat ik me er ook maar één seconde aan stoorde. Laat staan dat ik dacht: o, zo dien je je dus later als getrouwde vrouw te gedragen. Zulke passages deden niks af aan de vitaliteit die de reeks uitstraalde – vooral dankzij Cissy van Marxveldts fenomenale verteltalent, humor en frisse stijl. Goeie boeken overstijgen moeiteloos hun eigen tijdgebondenheid.

Zulke passages beletten me evenmin om mezelf later feministe te noemen. Dus wat precies het ­probleem is, zou ik heel graag nog eens willen horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden