Angst voor het vreemde maakt cultuur kapot

Als we cultuur niet meer steunen, hebben we straks niemand meer met wie we cultuur kunnen delen.

Geert Drion

De kracht van elke cultuur ligt in het aanvaarden van haar ongewisheid. Dat te blijven voeden en faciliteren, moet de eerste toetssteen van ons cultuurbeleid zijn. Ga daarom vandaag de straat op.

Er is een beklemmend verhaal dat me altijd is bijgebleven. Het gaat over een man die, na een of andere ramp, de laatste overlevende is. Hij is letterlijk alleen op de wereld. Om zijn tijd te doden, reist hij rond, door de verlaten steden.

Op een gegeven moment komt hij in een groot museum, ik meen in New York, waar hij ongestoord de grootste kunstwerken kan bekijken. Het zegt hem niets; het zijn holle, levenloze vormen, omdat er niemand is met wie hij zijn ervaringen kan delen.
Vandaag komen in het hele land mensen bijeen om zich uit te spreken tegen de bezuinigingen op cultuur. De afgelopen maanden is hierover verhit gediscussieerd. Het is interessant en tegelijkertijd ook frustrerend om te zien hoe de discussie verloopt.
Interessant omdat we in korte tijd het volledige repertoire aan argumenten voorbij zien komen. Frustrerend is dat die argumenten elkaar steeds in de staart bijten.

Voor- en tegenstanders strijden in twee arena’s met elkaar. Het eerste strijdpunt is de vraag of een zinvol onderscheid is te maken tussen hoge en lage cultuur. Het tweede debat gaat over de vraag waarin nu precies de legitimering van overheidssteun aan cultuur is gelegen. En in al dat geargumenteer dreigt één ding uit het zicht te verdwijnen, namelijk de kern van wat cultuur is. Eerst een korte blik in die twee arena’s.

Onderscheid
Is het mogelijk onderscheid te maken tussen hoge en lage cultuur? Je zou zeggen: jazeker. Net zo goed als je een onderscheid kunt maken tussen een Bouquetreeksboekje en een literaire roman. Het zit in complexiteit, fijnzinnigheid, gelaagdheid. In de kunsten wordt het spel van betekenissen tot kunst verheven. Pulp dient een ander doel en is, als het goede pulp is, daarop efficiënt toegesneden.
Niet iedereen beschikt over voldoende bagage om het onderscheid te kunnen maken. Daar kun je van alles van vinden, maar het is van alle tijden. Zou je zeggen.

Maar in het openbare debat zijn dit soort conclusies niet zomaar meer te trekken. Om drie redenen. De eerste is dat het debat over hoge en lage cultuur wordt gedomineerd door een specifieke ‘retorische figuur’. Degenen die het verschil tussen hoge en lage cultuur onbelangrijk of onwenselijk vinden, openen het debat vaak met een provocatieve uitspraak: ‘Dat kan mijn dochtertje van 5 ook!’ of ‘Tromboneclubjes’. Om eraan toe te voegen: ‘Ik heb er natuurlijk niet voor doorgeleerd, maar leg mij maar eens uit dat ik ongelijk heb!’

Dat is slim, omdat hiermee de valkuil van de ‘elitepositie’ wordt voorbereid. Een inhoudelijk tegenargument kan dan eenvoudig worden afgedaan met: ‘Als je al zoveel woorden nodig hebt om het aan mij uit te leggen, dan is het natuurlijk wel duidelijk dat het allemaal elitaire onzin en geldverspilling is.’

Weerwoord
Hier is weinig weerwoord op gekomen. Misschien heeft dat te maken met het tanende zelfvertrouwen van intellectuelen in het maatschappelijke debat.

Maar er hangt nog een meer inhoudelijke schaduw over het verschil tussen hoge en lage cultuur. Juist vanuit het linkse intellectuele bolwerk van de sociologie wordt al dertig jaar, met succes, gekrabd aan het onderscheid tussen hoge en lage cultuur. Want sinds de jaren tachtig wordt bepleit dat cultuur niets anders is dan een ‘contingente’ verzameling van bezigheden en uitdrukkingsvormen. Onderscheid is niet een kwestie van hoog of laag, goed of slecht, maar voor alles een kwestie van smaak. En smaak wordt bepaald door sociale strata. Gegoede kringen houden van Mozart, sociaal zwakkere kringen gaan voor Cherso. En de moderne cultuursurfer geniet van alles. Meer is daar niet over te zeggen.

En laten we wel wezen, de vraag wat ‘kunst’ eigenlijk is, kan allang niemand meer beantwoorden. In onze geësthetiseerde leefomgeving is immers alles vormtaal geworden. Nog afgezien van het feit dat ‘smaken verschillen’ is ook om die reden ‘mooi’ al lang geen criterium meer: alles is mooi.

Speelveld
Of juist weer niet. Want met de opkomst van conceptuele kunsten is er een nieuw, voor het publiek verwarrend, element op het speelveld gekomen: de kunstenaar als onderzoeker van de eigen vormtaal en als commentator op het publiek en de maatschappelijke context. In een duizelingwekkende spiraal verwijst elk conceptueel werk naar een ander concept. Of is het werk een ‘statement’, een bewuste ‘prank’ of shockerende confrontatie. De Pisbak staat in een museum en Kabouter Buttplug op het plein. De kunstenaar presenteert zich niet als de schepper van iets moois, maar als een provocateur die zijn positie als kunstenaar gebruikt om een maatschappelijk debat aan te zwengelen. ‘Linkse hobby’ is een inkopper.

De combinatie van bovengenoemde argumenten heeft de positie van degenen die het onderscheid tussen hoge en lage cultuur wél van belang vinden danig verzwakt. Het lijkt bijna onmogelijk die positie te handhaven zonder in de verdachte, elitaire hoek te belanden.

Op het tweede strijdtoneel rond de bezuinigingen op cultuur gaat het om de vraag naar de legitimering van subsidie aan cultuur. Dat is niet hetzelfde. Want ook als je vindt dat er culturele uitingen zijn die zich wél verheffen boven de doorsnee uitingsvormen (zoals de kunsten van zichzelf beweren), dan is daarmee nog niet gezegd dat ze moeten worden gesubsidieerd. De relatie tussen de kwaliteit van de kunsten en subsidie is omstreden. Het is goed mogelijk om te spreken vanuit het belang van de hoge cultuur tegen subsidie of inmenging door de overheid.

Cultuursubsidie
En dan hebben we het nog niet eens gehad over de vraag met welk doel cultuursubsidie eigenlijk kan worden verstrekt. Ook hierover zijn de meningen hevig verdeeld, zowel bij kunstenaars als bij bestuurders. Subsidies aan de kunsten worden al lang niet meer alleen ‘pour l’art’ verstrekt. Van de kunsten wordt tegenwoordig een maatschappelijke effect verlangd dat zich buiten het belang van het artistieke scheppingsproces beweegt. En daarmee is ook de autonomie van de kunstenaar aan het wankelen gebracht.

Als je van een afstandje kijkt naar al deze meningen en nuanceringen, dan valt op dat werkelijk elke uitspraak omstreden is. En vaak om goede redenen. Het gevaar daarvan is dat in de hitte van het gevecht de waarde van cultuur uit het zicht verdwijnt.
Uit het beeld van de eenzame figuur in het museum, waarmee ik begon, spreekt dat cultuur het delen is van uitdrukkingsvormen, ervaringen en meningen. In dat spel van vorm, betekenis en identiteit zoeken we onze plek in relatie tot anderen. Cultuur is een dynamisch, ‘levend’ systeem waarin we waarden, uitingsvormen en identiteiten met elkaar uitwisselen en confronteren.

Kunstwerk
De kunsten spelen in dat ‘culturele gesprek’ een bijzondere, niet te onderschatten rol. Want of je het nu mooi vindt of lelijk: een kunstwerk ‘vraagt’ iets van je dat in het gewone leven niet zo vaak voorkomt, namelijk om je gebaande paden te verlaten, je oordeel op te schorten en je zintuigen te openen. Dat is een gok, een investering. En het is de essentie van contact.

Is het toevallig dat juist degenen die bang zijn voor de invloed van ‘vreemdelingen’ in onze samenleving cultuur afdoen als ‘hobby’? Ik denk van niet. Want wie bevreesd is voor het onbekende, zit niet te wachten op een dialoog. Die is bevreesd voor elke vorm van delen en voor de kunsten al helemaal. Maar angst is een slechte raadgever. Het maakt elke cultuur kapot.

Zo zijn de werkelijke vijanden van onze cultuur degenen die haar dynamiek willen smoren. En daarin ligt de ware paradox van cultuurbeleid. De kracht van elke cultuur ligt in het aanvaarden van haar ongewisheid. Het is de kunst dat te blijven voeden en faciliteren. Dat zou de eerste toetssteen van ons cultuurbeleid moeten zijn. Juist nu.
Want anders eindigen we straks als die eenzame figuur. Alles tot onze beschikking, maar niemand om het mee te delen. Dat mag het land van Wilders zijn, het is niet het land van mij.

En vast ook niet dat van u. Trek uw jas aan en ga de straat op.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden