Column Sylvia Witteman

Amsterdammers van onder het IJ hebben maar één mening over Noord: te ver

Ik ken een oude dame die van lekker eten houdt, en omdat zij zelf niet goed kan lopen doe ik weleens boodschappen voor haar. Ze had zin in Poolse worst. Er zit een Poolse winkel in Amsterdam-Noord, wist ik, maar ik kom nooit in Noord. Hoe ronkend de promotieteksten van onze gemeente ook mogen zijn (‘Urban renewal meets nature’s beauty. The best of contrasting worlds; vast green expanses and charming little villages plus some of the city’s most cutting-edge achitecture’): de toeristen trappen er misschien in, maar de doorsnee Amsterdammer van onder het IJ heeft maar één mening over Noord: te ver.

De nieuwe metrolijn maakte zeer korte metten met die bekrompen gedachte. Krap zes minuten bleek het te duren om mij van de vertrouwde Vijzelgracht naar dat terra incognita te vervoeren. 6 minuten! Hoe kón dat? Daar spuugde de roltrap me al uit op het zogeheten ‘Albatrospad’.

Geen albatros te bekennen. Datzelfde gold, mutatis mutandis, voor de andere straten in dat stille buurtje, waar ik, nog steeds beduusd van die wonderbaarlijke verplaatsing, rondliep. Een Kraaienplein zonder kraaien, een Adelaarsweg zonder adelaars en een snackbar, ‘Het smikkelhoekje’, waar niet werd gesmikkeld.

Maar de Poolse winkel bleek wel degelijk Pools. Hebberig laadde ik mijn mandje vol met worstjes, véél meer dan een oude dame verstouwen kan, maar ja, ik was er zelf tenslotte ook nog. De caissière sprak intussen door de telefoon iemand bars toe in het Pools, de juffrouw van de vleesafdeling zong een Pools liedje, en de vakkenvuller rook lieflijk naar Poolse wasverzachter.

Toen ik weer buiten kwam, regende het. En in die regen zat, zeiknat, een peuter in het kinderzitje van een onbemande fiets te huilen en te trappelen. De fiets stond angstaanjagend te wankelen op zijn standaard. Nergens een mens te bekennen.

Ik trok het kind uit dat zitje, tegen me aan, waarop hij nóg harder begon te brullen en spartelen. Wat te doen? Zo kort als die 6 minuten in de metro hadden geleken, zo lang duurde het voor er een man aan kwam lopen die zijn handen naar het ontroostbare jongetje uitstrekte, opgewekt ‘bedankt, hè!’ riep en met het kind was weggefietst vóór ik hem had kunnen vragen of hij wel goed snik was. Nou ja, ik wist het antwoord al.

En toen werd ik weer zo magisch teruggeflitst naar de veilige binnenstad, waar de zon hing te schijnen op vertrouwde straten. Had ik alles gedroomd?

Maar nee, ik was nog nat van de regen in Noord. En ik had die worstjes nog. Ze waren erg lekker. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden