Verslaggeverscolumn Opvang

Amerikaanse toestanden: Nederlands eerste hotel voor mensen zonder huis en opvang is een feit

Margriet Oostveen in Hazerswoude

Beeld de Volkskrant

In een oud familiehotel in Hazerswoude woont een Nederlands jongetje van vijf jaar oud al een jaar met zijn moeder op een volgestouwde hotelkamer. Een gang verderop deelt een Nederlands meisje van bijna twee sinds haar geboorte een kamer met haar vader. In dit hotel zijn in drie jaar tijd drie baby’s geboren, er is getrouwd en gescheiden. ‘Gelukkig’, zegt hoteleigenaar Don van der Voort, ‘is er nog niemand overleden’.

Ik kende dit uit Amerika: de motels van de armen, die er kamers per week huren bij gebrek aan een echte woning. Hoe bewoners daar rommelige gemeenschapjes vormen is vorig jaar nog verpletterend verbeeld door de ogen van de kinderen die er moeten wonen, in de film The Florida Project.

Dat Nederland nu ook zo’n hotel heeft, wist ik niet. Het is al zo succesvol, dat eigenaar Don denkt aan een keten.

Ik loop naar de kamer van Shaun Bilsborough (36) en zijn dochtertje van bijna twee. Shaun is tien jaar geleden in Japan veroordeeld voor xtc-import. Hij keerde na zes jaar cel terug, depressief, belandde in de daklozenopvang van Leiden, werd er verliefd, trok met haar in dit hotel.

Zij zwanger. Jeugdzorg wilde de baby na de geboorte weghalen, van de rechter mocht het kindje blijven. Dat ging goed, maar de ouders zaten te veel op elkaars lip. Shaun vertelt alles openhartig, en hoe hij wordt behandeld tegen uitbarstingen: ‘Ik sla geen mensen in elkaar, maar wel een muur. Of ik sta opeens als een half tamme de halve buurt bij elkaar te schreeuwen, uit pure frustratie over mijn leven.’ De moeder kreeg een huurwoning, Shaun co-ouderschap. Zijn dochtertje woont nu van donderdag- tot zondagavond bij hem in het hotel. Tussendoor werkt Shaun als glazenwasser.

De grootvader van Don van der Voort begon op deze plek in 1914. Sinds de opening van de N11 in 2001 liep het slecht. In 2007 bood een uitzendbureau 15 duizend euro huur per maand voor het volledige hotel. Hotel Groenendijk werd in de omgeving bekend als ‘het Polenhotel’.

Toen het contract drie jaar geleden afliep, miste Don zijn hotel: ‘Ik dacht: Polen eruit, studenten en ik er weer in’. Internationale studenten, die geen woonruimte vinden in Leiden. Don belde gemeente Alphen aan den Rijn, vroeg of ze zijn hotel als woonadres mochten gebruiken. ‘De reactie: Eindelijk, zoiets zochten we’. De gemeente kreeg veel mensen aan het loket voor wie er niets was.

Prompt stond er een Nederlandse mevrouw voor de deur. Doorgestuurd, ze sliep al een tijdje in haar auto. De dag erna kwamen de eerste mensen uit de dagopvang Leiden en na een week waren al twintig kamers bezet.

Hoteleigenaar Don van der Voort.

Het Polenhotel heet nu Budgethotel Groenendijk. Het doet niet aan reserveringen, want er staat toch altijd wel iemand op de stoep. Zeventig gasten betalen per maand vooruit: 450 euro voor een woonadres plus een kleine eenpersoonskamer (de meeste kamers), 695 voor tweepersoons. Zelf schoonmaken en koken in de gemeenschappelijke keuken. Plus een contract tekenen dat alcohol en drugs verbiedt.

Don heeft in drie jaar nog maar drie mensen uit het hotel gezet. Eén was aan de drugs. Nummer twee bleek een oplichter. Nummer drie werd door de politie gezocht: ‘Ik ben daarna op zijn kamer geweest: één fanatieke islambende.’

Maar de rest gaat prima. Vier Polen nog, ze bouwen een jacht verderop. Een groep Ierse bouwvakkers. Wat studenten. Gescheiden mensen (‘Woonde je samen in een huurwoning, dan is het vinden van een nieuw huis na echtscheiding hét probleem’). En dan alle mensen voor wie geen plaats is in de opvang. Zo veel nu, zegt Don, dat het maatschappelijk werk uit Alphen aan den Rijn intussen maar gewoon elke veertien dagen spreekuur houdt in het hotel.

Kamer 147, van het jongetje van vijf.

In kamer 147 vind ik een vrouw op bed die anoniem wil blijven: rugpijn. Ze werkte in de beveiliging op de luchthaven van Bonaire. Na een mislukte herniaoperatie volgden mislukte hersteloperaties in Nederland, ze wacht op een nieuwe. Haar zoontje van vijf wordt door een taxi naar school gebracht en gehaald als zij door de pijn niet mee kan met de bus. Jeugdzorg kwam kijken, zegt ze, en schreef in een rapport dat dit leven hier niet goed is voor een kind. ‘De gemeente Alphen zorgt echt goed voor ons. Maar een betaalbare huurwoning is er gewoon niet.’

Ik vraag wat het jongetje in de weekends doet. ‘Dan lig ik de hele dag op bed’, zegt zij, ‘en hij speelt hier op de grond’.

In de hoek staat zijn grote gouden ballon in de vorm van een 5. Cadeautje van Don.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.