Voedselfanatisme

Amerikaanse theoloog Alan Levinovitz waarschuwt: ruil het voedselprediken in voor luisteren

Bij het prediken van ‘natuurlijk eten’ ligt fanatisme op de loer, waarschuwt de Amerikaanse theoloog Alan Levinovitz. Beter dan met voedselgeboden te komen, is het de dialoog aan te gaan met ‘andersetenden’.

Beeld Nathalie Lees

Onlangs had ik de mazzel dat mijn vliegticket werd geupgradet naar business class, dus in plaats van zoute stengels was er een overvloed aan hoogwaardige snacks. Ik koos voor de populaire Amerikaanse snack van gedroogd vlees ‘beef jerky’, want dat vind ik lekker. Maar volgens de verpakking was dit een keus van existentieel belang.

Wat voor iemand eet Lorissa’s Kitchen™ beef jerky, gemaakt van 100 procent met gras gevoerde runderen, en zonder toegevoegde groeihormonen, conserveermiddelen, nitraten en gluten? Iemand die graag een verantwoorde en smaakvolle beslissing neemt. Die oog heeft voor duurzame natuurlijke hulpbronnen en die gelooft in dingen op de juiste manier doen. Telen met liefde. Zorgvuldig omgaan met hulpbronnen. Iemand die zich bezighoudt met het bevredigen van lichaam, geest, hart en ziel.

Dit zakje bevat meer dan een snack, zo lees ik. Het is ook een filosofie. Een manier van leven. Een overtuiging dat wat we in ons lichaam stoppen veel zegt over wie we zijn en waar we om geven.

Als je ernaar kijkt door de bril van mijn vakgebied, de theologie, is deze uitgebreide ideologische merkpromotie best begrijpelijk. Voor joden en moslims geeft koosjer of halal eten blijk van een door God bepaalde manier van leven. Boeddhistische monniken die vlees mijden, doen dat vanuit de leer van Boeddha. Omgekeerd staat het eten van het verkeerde voedsel voor ongehoorzaamheid aan de heilige wijsheid, met als beroemdste voorbeeld het fatale fruithapje van Adam en Eva. Halal betekent ‘toegestaan’ – als je niet-halal voedsel eet, doe je iets waarvan God vindt dat het ontoelaatbaar is. En volgens de Brahma Net Sutra staat het eten van wezens met een bewustzijn gelijk aan het ‘vernietigen van het zaad van je Boeddha-wezen’.

Ook al lijkt mijn beef jerky tamelijk werelds, er wordt dezelfde morele en metafysische betekenis opgeroepen als bij traditionele religieuze eetvoorschriften. Dat soort zingeving zie je overal in de moderne eetcultuur (althans bij degenen die het zich kunnen permitteren zich zorgen te maken over wat we eten, niet of we iets te eten krijgen). ‘Biologisch’, ‘natuurlijk’ en ‘niet genetisch gemodificeerd’ staat er vaak naast het symbool voor koosjer op verpakte levensmiddelen. Dat getuigt niet alleen van zorg over onze gezondheid maar ook over die van de wereld en misschien wel over het welzijn van boeren die misschien wel slachtoffer zijn van ondernemingen die de macht over hun zaden willen hebben. In de VS hebben de wekelijkse boerenmarkten met hun overvloed aan biologisch voedsel en handgemaakte producten wel iets weg van een kerkdienst. Hier verzamelt zich een gemeenschap van mensen — onder wie ikzelf — om een gezamenlijk waardesysteem te bevestigen dat de aangeboden waar overstijgt. Als je bijvoorbeeld plaatselijk gemaakte biologische honing koopt, is dat een ritueel waarmee je je identiteit herbevestigt als die van iemand die zich zorgen maakt over de juiste zaken, van de ontmenselijkende effecten van massaproductie tot de noodzaak om onze natuurlijke omgeving te beschermen.

Dat identiteitsbevestigende effect heb ik ook ervaren tijdens mijn bezoek aan Nederland om onderzoek te doen voor mijn volgende boek, dat gaat over de verborgen religieuze betekenissen van ‘natuur’ en ‘natuurlijk’. Zo bracht ik een bezoek aan Hoeve Biesland, een paradijselijke boerderij in Delfgaauw. Hoeve Biesland houdt zich strikt aan de ‘biologisch-dynamische’ normen die zijn ontwikkeld door Wageningen Environmental Research. Hier ‘managen’ ze de natuur niet, maar geven ze er de voorkeur aan om ‘met de natuur samen te werken’, zodat plaatselijke gewassen kunnen floreren en er een maximale biodiversiteit is. Het voedsel wordt hier geproduceerd in een geest van ‘vrede’, ‘samenwerking’ en ‘een zoeken naar evenwicht’, zodat ‘door rust en ruimte te creëren mens, dier en natuur zich kunnen ontwikkelen’. De missie van deze boerderij is tegelijkertijd politiek, moreel en metafysisch, een schaalmodel van hoe de wereld zou kunnen zijn, geïllustreerd door ideële voedselproductie. 

Het religieuze karakter van culinaire ideologie komt tot uiting in een verschijnsel dat ik de ‘eenheid van voedseldeugden’ noem. Mensen denken vaak dat hun persoonlijke eetgewoonte in alle opzichten superieur is. Alsof het georkestreerd is door een almachtige, welwillende godheid is het eten van ‘natuurlijk’ voedsel toevallig de oplossing voor alle problemen: de opwarming van de aarde, de teruggang in biodiversiteit, gebrek aan gemeenschapszin, kanker, suikerziekte, enzovoort. Deze reddingbrengende visie laat duidelijk zien wat ‘natuurlijk’ eigenlijk is: een vervanger voor ‘heilig’, waarbij God wordt omgevormd tot Natuur, compleet met eetgeboden. Als we deze geboden overtreden, en dat hebben we gedaan, worden we uit het paradijs verdreven. Daarom klinken zoveel diëten als nostalgische mythes. Er was een tijd waarin alles goed was. Nu moeten we proberen ons een weg terug te eten.

Als je het religieuze karakter van eetgewoonten eenmaal ziet, begrijp je ook waarom meningsverschillen over wat we zouden moeten eten zo vaak met vijandigheid gepaard gaan. Als, zoals mijn jerky suggereert, wat je eet symbool staat voor je ziel, dan zijn mensen die anders eten ‘gevallen’, misschien zelfs minderwaardig, slecht, of niet helemaal menselijk. Antropologen die eetgewoonten bestuderen, kijken hier niet van op. Zij zijn al heel lang bekend met de hechte relatie tussen eetgewoonten en identiteit. Beledigingen die bedoeld zijn om andere culturen te demoniseren, draaien vaak om eten: ‘kannibalen’, ‘varkens-eters’, ‘kikkervreters’, ‘stront-eters’. In zijn baanbrekende boek Le cru et le cuit [rauw versus gekookt] laat Claude Lévi-Strauss zien hoe het verschil tussen barbarij en beschaving meestal wordt geduid naar hoe er gekookt wordt. In het oude China waren ‘barbaren’ de volken die geen landbouw kenden. Gebrekkige voeding is een teken van morele achterstand en dat heeft dan weer vergaande consequenties voor ons collectieve welzijn. Het gunstig stemmen van goddelijke krachten brengt dan redding; de goden vertoornen leidt tot verdoemenis. Wanneer anderen zondig eten door vlees uit de bio-industrie of junkvoedsel te consumeren, bedreigt dat onze hele cultuur. Gods ongenoegen is slechts één stap verwijderd van het einde van de wereld.

Ook ik ken de kracht van het wij/zij-denken over eten in religieuze opvattingen uit persoonlijke ervaring. Als trouw bezoeker van de boerenmarkt beschouw ik fastfood als het tegendeel van mijn voedselvoorkeuren: het ‘rauwe’ tegenover mijn ‘gekookte’, het ‘gevallen’ tegenover mijn ’geredde’. Voor mij vormt het groeiend aantal filialen van McDonald’s en KFC een breder teken van cultureel verval. Goedkoop vlees waarbij je je bewust blind moet houden voor grove wreedheid tegen dieren. Het snelle, korte genot van zout, vet en suiker in ruil voor chronische aandoeningen. Vraatzuchtige ondernemingen van miljardairs die een fortuin vergaren over de ruggen van slecht betaalde arbeidskrachten. De langzame uitholling van plaatselijke eettradities door een vloedgolf van oppervlakkige marketing. Overconsumptie in tijden van vervuiling en opwarming van de aarde.

Vorige maand besloot ik, voor het eerst in tientallen jaren, dat ik eens moest proberen om mijn religieuze verzet tegen fastfood te overwinnen en er ook iets van te eten. Tenslotte wist ik wel wat mijn weerzin werkelijk behelsde: een te vereenvoudigde manier van zingeving, een eetverbod dat zowel symbolisch als inhoudelijk was, evengoed voortkomend uit privileges als uit principes. Ik neem het vliegtuig in een tijd van opwarming van de aarde; ik vraag niet naar de herkomst van het vlees als ik in een chic restaurant zit; ik koop volop massaal geproduceerde goederen – daar verandert mijn taboe op Big Macs niets aan.

Maar toen ik naar binnen ging en de geur van patat op mijn neus sloeg, voelde ik toch een fysieke weerzin over me komen, alsof ik een christen was die per ongeluk een tempel van satanisten had betreden. Ik dacht aan Persephone, de Griekse godin die de vergissing begaat om granaatappelpitten te eten die in Hades waren gekweekt, waardoor ze voor eeuwig aan de onderwereld verbonden blijft. Belachelijke, irrationele angsten kwamen kortstondig bij me op: stel nou dat ik er ziek van word? Stel nou dat het zo smerig smaakt dat ik het uit moet spugen? Stel nou dat het zo lekker is dat ik het onvergeeflijke ga vergeven?

Toen vermande ik mezelf en bestelde ‘hash brown’, een gebakken koek van aardappelsnippers. Het smaakte best. Ik bleef wie ik was. En, nog belangrijker, terwijl ik het opat, keek ik naar de mensen om me heen en schaamde me ervoor dat mijn voedselideologie van hen gezichtloze slechteriken maakte in plaats van medemensen.

Beeld Nathalie Lees

Als je ervan overtuigd bent dat eten een manier van leven is, kan het heel moeilijk zijn om tolerant te blijven — zelfs nog moeilijker dan het opbrengen van religieuze tolerantie. Natuurlijk zijn er geloofsfanaten die echt denken dat je geen goed leven kunt leiden als je niet hun geloof belijdt en dat politieke harmonie in de wereld alleen mogelijk is als we allemaal hetzelfde geloof aanhangen. (Er zijn ook atheïstische fanaten, die menen dat alles juist staat of valt met niet-geloven.) Er zijn nog theocratieën en gelovigen die denken dat ‘onnatuurlijke’ seksualiteit tot natuurrampen leidt en dat heidenen de ondergang van de wereld bespoedigen. Toch zal de gemiddelde lezer van dit essay van mening zijn dat een goed leven leiden niet betekent dat je een specifieke geloofstraditie moet aanhangen en dat gedeelde politieke waarden niet moeten afhangen van een gemeenschappelijk geloof. Apocalyps en redding, als je daar al druk over wilt maken, zijn zaken van de volgende wereld, niet van deze.

Bij overtuigingen rond eetgewoonten kan de zaak echter niet worden doorgeschoven naar de volgende wereld. Een veganist kan geen beef jerky zien zonder te denken aan de dieren die daarvoor geleden hebben en ervoor zijn gestorven. De boeren op Hoeve Biesland weten dat veganisten niets moeten hebben van hun harmonieuze en evenwichtige benadering van het produceren van vlees en kaas. Als ik de propvolle afvalbakken bij McDonald’s zie, moet ik denken aan de vuilniseilanden in onze oceanen, aan de verwoestende impact van de industriële vleesproductie op de biodiversiteit, aan de CO2-uitstoot. Het einde der wereld nadert voor ons, voor onze kinderen, voor onze kleinkinderen. De urgentie van eet-overtuigingen kan niet worden uitbesteed aan het hiernamaals. Als het om voedsel gaat, lijkt het wel alsof het pluralisme dat we bij religie kennen niet meer aan de orde is. Integendeel, dan is preken opeens geen fanatisme, maar gezond verstand.

Alan Levionvitz
Alan Levinovitz is hoofddocent Theologische Studies aan de James Madison University in Harrisonburg, Virginia. Hij is de schrijver van The Gluten Lie: and other myths about what you eat. Zijn volgende boek wordt een veelomvattende verkenning van natuuraanbidding in de moderne tijd.

Als we inzien dat eetvoorschriften een vorm van prediking zijn, lijkt weerzin tegen dergelijke voorschriften niet meer zo belachelijk. Mijn eigen eetvoorkeuren weerspiegelen mijn liberale politieke ideeën. Conservatieve types staan meestal afwijzend tegenover zorgen over de impact van Big Macs op het milieu. Zij voelen zich bedreigd door de reddende boodschap van veganisten of boerenmarkten. Zij willen hun eetgewoonten niet laten dicteren door de ideologie van geglobaliseerde elites die van de wereld een monocultuur willen maken (net zoals milieuactivisten vrezen voor monoculturen van gewassen).

Het politieke debat over wat we moeten eten, gaat te vaak uit van feiten: als we maar genoeg beelden van zielige beesten of grafieken van CO2-uitstoot of lijsten van uitgestorven soorten laten zien, zullen de tegenstanders zich wel gewonnen geven. Deze aanpak houdt echter geen rekening met de onderliggende religieuze betekenis van onze eetgewoonten. Die zijn niet alleen wat we eten, die zijn wie we zijn. Als je mensen om de oren slaat met vernietigende feiten over hun eetgewoonten, dan veroordeel je ze persoonlijk. Dan sluit je je tegenstander op in een dualistische tegenstelling tussen culinaire heiligen en zondaars, tussen degenen die de wereld kunnen redden en degenen die de wereld naar z’n grootje helpen. Geen wonder dat dergelijke discussies vaak uitlopen op beschuldigingen van schijnheiligheid, een standaardreactie op zich superieur opstellende predikers.

Zelf ben ik overtuigd van de noodzaak om onze eetgewoonten te veranderen, voor onze eigen bestwil en dat van de planeet. Maar ik zie ook in dat het gesprek over die veranderingen dient te worden gevoerd met de gevoeligheid, het inlevingsvermogen en de bescheidenheid die gangbaar zijn in gesprekken over religie. De toekomst van ons eten gaat de hele wereld aan, en dat betekent dat de dialoog erover enorme sociale, culturele en economische kloven moet overbruggen. De groeiende middenklasse in ontwikkelingslanden zou terecht woedend worden als fanaten uit de eerste wereld ze gaan vertellen dat het vlees dat ze zich eindelijk kunnen permitteren hopeloos corrupt is. Hetzelfde geldt voor degenen in onze streken die gehecht zijn aan McDonald’s. Compromissen en vooruitgang zullen niet worden bereikt door het luidkeels verkondigen van de eetgeboden van eigen voorkeur. In plaats daarvan zouden wij, die zich bekommeren om wat mensen eten, lessen moeten trekken uit het succes van de interreligieuze dialoog en het prediken moeten inruilen voor luisteren.

Onze gezamenlijke redding hangt er misschien vanaf.

Beter leven

Gezonder leven, slimmer bewegen en beter slapen: dat willen we (bijna) allemaal. De Volkskrant gidst u deze maand door de wereld van gezondheidsclaims, afvallen, sportmythes en #fitboys. Alle verhalen en video’s vinden over beter leven vindt u hier

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.