Amerikaans kapitalisme stuit op zijn grenzen

Is de regering-Bush, die zich als geen andere heeft opgeworpen als pleitbezorger van de vrije markt, in zijn nadagen tot het socialisme bekeerd? Je zou het haast denken, nu de Amerikaanse overheid is overgegaan tot de feitelijke nationalisatie van de grootste verzekeraar van het land, AIG. Alsof De Nederlandsche Bank plots Nationale Nederlanden overneemt. Twee weken eerder ondergingen de twee grootste hypotheekbanken al hetzelfde lot.

de Volkskrant


Met ideologie, laat staan een linkse, hebben deze ongekende overheidsinterventies in de financiële wereld uiteraard niets van doen. Wel met pure angst voor de gevolgen van de ondergang van deze instellingen, die door hun omvang en verwevenheid met andere banken en verzekeraars als steunpilaren van de financiële wereld gelden.

Dat het zover met het Amerikaanse kapitalisme is gekomen dat zelfs een aartsconservatieve regering zich tot nationalisaties gedwongen ziet, heeft diverse oorzaken. De hebzucht waarvan bankiers op Wall Street vervuld plegen te zijn ('Greed is good', oreerde Michael Douglas al in de jarentachtigfilm Wall Street), kreeg de laatste jaren weer alle ruimte. Jaarinkomens die dankzij allerlei bonussen konden oplopen tot meer dan 100 miljoen dollar waren geen uitzondering.

In deze cultuur, waarin de winst op korte termijn belangrijker was dan de continuïteit op langere termijn, gedijden nieuwe financiële producten waarvan de risico’s moeilijk zichtbaar waren en de rendementen hemels leken. Credit default swaps en aanverwante producten waren vaak te ingewikkeld om zelfs door bankbestuurders te worden begrepen. Maar uit angst achter te blijven bij de concurrenten gaven zij niettemin het groene licht – verzekeraar AIG bijvoorbeeld deed voor niet minder dan
441 miljard dollar mee.

De toezichthouders namens de overheid bleken evenmin in staat deze nieuwe financiële producten op hun werkelijke risico’s te beoordelen. De Amerikaanse overheid mag nu ‘de troep opruimen’, met het geld van de belastingbetalers. Dat is wrang: jarenlang verdienden bankiers obscene bedragen, maar nu het mis gaat, mag de gewone Amerikaan voor de kosten opdraaien.

Het is een figuur die al vaker is voorgekomen – denk aan de Amerikaanse savings&loans-crisis in de jaren tachtig. Ook nu weer dient de vraag te worden gesteld: welke bypasses heeft het hart van het kapitalistische systeem nodig om dit soort uitwassen te voorkomen?

Meer toezicht en strengere regelgeving zijn de klassieke, politieke reacties. De financiële sector reageert hierop afwerend met een beroep op de reinigende werking van een crisis: de zwakkeren worden door de sterken overgenomen. Ook zou het faillissement van een vooraanstaande zakenbank als Lehman Brothers een betere les voor bankiers zijn dan welke wetgeving ook.

Wellicht. Maar ‘we kunnen het wel aan de markt overlaten’ voldoet ruim een jaar na het begin van de kredietcrsis toch echt niet meer. Daarvoor is ‘het opruimen van de troep’ te kostbaar. Verscherping van het toezicht en, minstens zo belangrijk, het aanpakken van de bonussencultuur zijn dan ook noodzakelijke antwoorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden