Opinie

Amerika is nog steeds de onmisbare natie

Een van de belangrijkste doelstellingen van het Europese en Nederlandse beleid moet zijn te voorkomen dat Amerika niet langer verantwoordelijk wil zijn voor het functioneren van het internationale systeem.

Een soldaat plaatst vlaggen bij de graven op de nationale begraafplaats in Arlington, Virginia, mei 2014. Beeld AFP

Wat is er over van de leidende rol van Amerika in de wereld? President Obama's buitenlandse beleid wordt in binnen- en buitenland bekritiseerd als timide en ineffectief, en wat de Republikeinse presidentskandidaten er tegenover stellen is het andere uiterste. Hoe relevant is Washington eigenlijk nog, juist ook voor ons in Europa?

Het antwoord is simpel: de Verenigde Staten blijven de onmisbare ordeningsmogendheid in het internationale systeem. Het heeft zelf, ondanks alles, er nog alle belang bij die rol te blijven spelen. Voor ons in Europa is een constructieve, activistische Amerikaanse rol intussen essentieel. Vanzelfsprekend is hij echter niet meer. Amerika's invloed is afgenomen, en het land ligt met zichzelf in de knoop onder invloed van de gevolgen van globalisering. Een volk dat zich per definitie als exceptioneel ziet, voelt zich door de buitenwereld belaagd.

Amerika kan minder, en omdat het zich bedreigd voelt bestaat de kans dat het meer aan het eigen belang gaat denken, en minder bereid raakt verantwoordelijkheid te nemen voor het functioneren van het internationale systeem. Dat zou een ramp betekenen, en dit voorkomen moet een van de belangrijkste doelstellingen van het Europese, en Nederlandse, beleid zijn.

Barack Obama

Marco Rubio, senator uit Florida, is een van de meest opportunistische Republikeinse presidentskandidaten met een gevoelige antenne voor wat er leeft onder het electoraat. Zijn openingsverklaring, afgelopen dinsdag in het vijfde debat in de aanloop naar de voorverkiezingen, is veelzeggend. In de rest van zo'n debat moeten deelnemers reageren op specifieke vragen van journalisten en op elkaars uitspraken. In de openingsverklaring kunnen ze zeggen wat volgens hen de kiezer het meeste aanspreekt. Rubio deed het als volgt: 'Er zijn politici die Amerika, 'the greatest country in the history of our mankind', meer willen laten lijken op de rest van de wereld. In 2008 is een van hen, Barack Obama, tot president verkozen, en het resultaat is rampzalig.'

Hoewel hij de zaken omdraait, legt Rubio de vinger wel op een zere plek. Vergeleken met de vorige eeuw is Amerika in de globaliserende wereld van vandaag inderdaad minder exceptioneel. De oorzaak is echter globalisering, niet Obama. Obama heeft zich proberen aan te passen, waardoor zijn buitenlandse beleid zowel in uitvoering als in retoriek verschilt van dat van zijn voorgangers. Het is een onwennige situatie voor veel Amerikanen, die de Republikeinen schaamteloos proberen uit te buiten. Het is een labiele situatie, en voor Europa staat er veel op het spel.

Obama heeft zich proberen aan te passen, waardoor zijn buitenlandse beleid zowel in uitvoering als in retoriek verschilt van dat van zijn voorgangers. Beeld afp

Rond 1900 beleefde de wereld ook een periode van globalisering, maar deze eindigde in 1914 in een grote oorlog. Er ontbraken gemeenschappelijke instellingen om gedeelde uitdagingen op een vreedzame manier aan te pakken. En er was geen wereldmogendheid die in staat was het initiatief te nemen. Uiteindelijk kregen nationale agenda's de overhand over gezamenlijke belangen, en werden ze ten koste van anderen, en met geweld, nagejaagd.

Ook in onze tijd is de globalisering instabiel, en ook nu is er verzet van hen - staten, groepen, individuen - die de toekomst strikt op eigen voorwaarden vorm willen geven. Het verschil met de eerdere periode is dat we nu wel de instellingen hebben waarmee orde kan worden nagestreefd (VN, IMF, G-20, IAEA), en ook hebben we in de VS een mogendheid met de ambitie en het eigenbelang om het internationale systeem bijeen te houden.

Zo werkte het tenminste tijdens de Koude Oorlog, en ook nog na 1990, toen voormalig-communistische landen toetraden tot instellingen van het systeem, zoals de EU, de NAVO, en de Wereldhandelsorganisatie. Of dat systeem toekomst heeft, hangt af van een ieder die er iets bij te verliezen heeft, maar vooral van de VS.

Waarom toch Amerika? In de eerste plaats omdat de liberaal-democratische orde van onze tijd grotendeels op Amerikaanse initiatieven teruggaat. Amerika zit in het dna van het internationale systeem. Verder hebben de VS sinds 1945 een centrale rol gespeeld bij handhaving en uitbouw. Het is daarom twijfelachtig of de diverse internationale verbanden, juist ook in hun onderlinge samenhang, effectief kunnen blijven zonder Amerikaanse voortrekkersrol.

Liberaal-democratisch

Een ander land, bijvoorbeeld China, zou op termijn de Amerikaanse rol misschien kunnen overnemen. Maar gezien de aard van het regime in Peking zouden we dat in Europa niet per se moeten verwelkomen.

Hiermee zijn we bij een laatste reden voor de exceptionele Amerikaanse rol: het internationale systeem is nog altijd op liberaal-democratische leest geschoeid. Het draait om vrije (zij het ook gereguleerde) markten, en open samenlevingen, tenminste als norm. Ondanks alle compromissen en hypocrisie waaraan ze zich heeft schuldig gemaakt, streeft Washington nog altijd naar een wereld waarin individuele vrijheden - fundamentele rechten van de mens - de norm zijn. Voor ons in de EU is het niet anders.

De reden dat het internationale systeem nu in een crisis verkeert, is niet alleen vanwege de 'failed states' in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, of omdat president Poetin vaak zijn eigen weg gaat. Veel meer dan vroeger is Amerika zelf deel van het probleem. De behandeling van gevangenen in de 'War on Terror' en de invasie van Irak hebben het morele gezag van de VS aangetast. Amerikanen zelf hebben hier onderling stevig over gedebatteerd, en dankzij het Supreme Court en de regering-Obama zijn er de nodige reparaties verricht - zaken die westerse critici van de VS ook zouden moeten interesseren. Maar de 'War on Terror' gaat door, en de schade aan de Amerikaanse reputatie is nog lang niet hersteld.

De oorlogen van het 9/11-tijdperk hebben ook het Amerikaanse vermogen internationale initiatieven te ontplooien ondermijnd, en de financieel-economische crisis heeft daar nog een schepje bovenop gedaan. In zijn eerste nationale veiligheidsstrategie in 2009 benadrukte Obama dat, om een leidende rol te kunnen spelen op het wereldtoneel, de VS eerst het eigen huis op orde moest brengen. De economie heeft zich sindsdien redelijk hersteld, maar de bereidheid om werkelijk in het land en zijn toekomst te investeren heeft al die tijd in het door de Republikeinen gedomineerde Congres ontbroken. De macht van Amerika wordt daarom niet alleen door de opkomst van landen als China, maar ook door eigen toedoen teruggedrongen.

Nog belangrijker is dat sinds 9/11 de houding van het Amerikaanse volk ten opzichte van de buitenwereld is veranderd. Behalve oorlogsmoe zijn Amerikanen veel minder bereid dan vroeger het welzijn van het internationale systeem, de internationale instellingen die vaak dankzij de VS zijn ontstaan, boven een eng-begrensd eigenbelang te stellen.

Een groot deel van de nationale veiligheidselite, het State Department voorop, heeft ook vandaag nog een ruimere blik, getuige de bijna hyper-activiteit van minister van Buitenlandse Zaken John Kerry. De Amerikaanse diplomatie, gesteund door de president, doet zijn best om de traditionele Amerikaanse leidersrol bij allerlei brandhaarden rond de wereld gestalte te geven.

De bevolking en het Congres lijken, behalve gefrustreerd door de complexiteit van de problemen, intussen voornamelijk met zichzelf bezig. Of er wordt gegrepen naar de botte bijl - zie de oorlogsretoriek afgelopen dinsdag in het Republikeinse debat.

Exceptionalisme

De diverse effecten van globalisering, en eigen keuzes, hebben de afgelopen vijftien jaar een nieuwe situatie geschapen in Amerika waarin unilateralisten en isolationisten sterker staan tegenover internationalisten dan lang het geval was. Dat is een groot gevaar voor het internationale systeem, en daarmee ook voor ons.

Het is wel eerder gezegd: eigenlijk zou de buitenwereld ook een stem moeten hebben in een Amerikaanse presidentsverkiezing. Het probleem zit echter dieper, want we hebben na 2008 de president gehad die we dan, zeker in Nederland, gekozen zouden hebben.

De echte vraag is wat we zelf kunnen doen om de unilaterale en isolationistische impulsen in de VS tegen te gaan en de internationalisten te sterken. Dat zijn in het grote geheel misschien marginale dingen, maar ze zijn toch belangrijk. Drie voorbeelden:

Was het, terugkijkend, zo verstandig in 2009/2010 het verzoek van de nieuwe president om een verlenging van de Uruzgan-missie af te wijzen? Hier was een internationalistisch ingestelde president die, juist ook tegenover binnenlandse critici, een buitenlands succes goed kon gebruiken. Had het alle problemen in Afghanistan, of Washington, opgelost? Natuurlijk niet. Maar het was een stapje in de juiste richting geweest.

Hetzelfde geldt voor het recente verzoek van dezelfde president om twee onschuldige personen uit Guantánamo op te nemen.

Tenslotte: die kortzichtige beslissing van minister Koenders onlangs, om tegen de traditie in een Congressionele delegatie niet in Den Haag te ontvangen in het kader van het Nederlandse EU voorzitterschap - is die beslissing al teruggedraaid? Hier is een kans leden van het Amerikaanse Congres beter te leren kennen - ze dienen zich nota bene zelf aan. Zou het de stemming in Washington radicaal doen omslaan? Natuurlijk niet. Is het een kans om contacten te leggen, om met die mensen (ze zijn belangrijk!) in gesprek te gaan? Hoe zal er door die mensen nu over de Nederlandse bondgenoot worden gedacht?

Rubio heeft gelijk: exceptionalisme is een vast onderdeel van de Amerikaanse identiteit. Het is ons vitale belang, en daarom onze plicht, er alles aan te doen dat het zich zo manifesteert dat het internationale systeem er stabieler van wordt. Voorlopig schieten we daarin tekort.

Ruud van Dijk doceert geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de UvA.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden