opinie visie op versailles

Amerika hielp de Weimarrepubliek juist

De ondergang van de Duitse Weimarrepubliek is niet te wijten aan het gedrag van de Amerikaanse regering toen, betoogt Arie van der Hek. 

Ondertekening van het Verdrag van Versailles. Beeld Henry Guttmann Collection / Getty Images

In een herdenkingsartikel (Ten eerste, 28 juni) ter ere van het honderd jaar geleden gesloten Verdrag van Versailles voert Sander van Walsum enkele historici op die dit verdrag relativeren als bron van de ondergang van de prille Duitse parlementaire democratie, de Weimarrepubliek (1918-33), met de opkomst van Hitlers totalitaire staat als dramatisch gevolg. Historicus Maarten van Rossem en anderen leggen in dit stuk de oorzaak bij de politiek van de Verenigde Staten, die geen partij wilde zijn bij Versailles en in de jaren ’30-’31 schielijk hun kredieten aan Duitsland terugtrokken. Daardoor werd het herstel van de Duitse economie gefnuikt en belandde de Weimarrepubliek in een crisis, waarvan Hitler handig gebruikmaakte.   

Herstelbetalingen

Maar de werkelijke gang van zaken was anders. Het Verdrag van Versailles regelde het principe van de herstelbetalingen en de geopolitieke herindeling van Europa (met ingrijpende wijzigingen van Duitslands grenzen, de bezetting door Frankrijk, België en Groot-Brittannië van delen van Duitsland), de confiscatie van Duits vermogen en kapitaalgoederen én bepaalde de sancties waaraan Duitsland werd onderworpen als het niet aan zijn verplichtingen voldeed.

De Duitse herstelbetalingen werden in 1922 vastgesteld op 132 miljard goudmark (de markbedragen waren vastgelegd op een vaste mark/dollarkoers), af te betalen in 66 jaar. Dit alles gebeurde op het moment dat de Weimarrepubliek werd geconfronteerd met een vluchtelingenstroom uit Oost-Europa, met een ontbonden leger en dus een massa werklozen, het verlies van landbouwgrond, kolen en ijzerertswinning en met een industrie die zich moest heroriënteren in een naoorlogse wereld waarin veel traditionele afzetgebieden verloren waren gegaan.

De Duitse regering kampte al direct met politieke instabiliteit en budgettaire tekorten en zocht haar soelaas bij de geldpers van de Rijksbank. Van een investerings- en productie-impuls was geen sprake, daarvoor ontbrak het kapitaal. De Weimarrepubliek kreeg te maken met inflatie en bovenop die economische malaise volgde in 1923 de bezetting van het Ruhrgebied door de Fransen en Belgen, die zich beriepen op het Verdrag van Versailles. Duitsland riep de bevolking op tot passief verzet, waarbij de regering steun bood. Dit vergrootte het budgettaire tekort en dwong tot meer geldschepping van de rijksbank: inflatie werd hyperinflatie. Van Duitse herstelbetalingen kon geen sprake meer zijn.

Al in 1922 adviseerden twee financiële commissies dat de herstelbetalingen op de helling moesten, opdat de Duitse regering in staat zou zijn een einde te maken aan de inflatie en de jonge republiek uit de malaise kon komen. Dan ook was een verantwoorde hervatting van de herstelbetalingen mogelijk. De Fransen verhinderden dit plan: zij zochten de confrontatie met de genoemde Ruhrgebiedbezetting en steunden het Rijnlandse ­separatisme op politiek en monetair gebied: het nog bezette Rijnland moest met Frankrijk verbonden blijven. De VS en Groot-Brittannië veroordeelden deze Franse oppositie; de Fransen raakten geïsoleerd.

Nieuwe overeenkomst

In 1924 kwam er met hulp van de Amerikaan Dawes een nieuwe overeenkomst. De in het begin verlaagde herstelbetalingen gingen jaarlijks omhoog tot 1929-1930. De betalingen konden voorwaardelijk worden opgeschort: dit was ter beoordeling van de geallieerden. Duitsland kreeg de goudwisselstandaard opgelegd. Er was sprake van economisch herstel met de inzet van particulier buitenlands krediet, al verliep dat niet probleemloos. Na 1929 kwam de wereld in een recessie terecht. Buitenlandse crediteuren, niet alleen uit de VS, boden geen kredieten meer aan. Regering en rijksbank besloten tot een scherp bezuinigingsbeleid, alles volgens de geldende monetaire spel­regels. De Duitse economie kwam opnieuw in een crisis terecht door vraaguitval en geldgebrek. Buitenlandse crediteuren vreesden wan­betaling en trokken zich terug.  

Van Rossem cs zitten er dus volkomen naast met hun kritiek op de Amerikaanse regering als veroorzaker van de ondergang van de Weimarrepubliek. Dat deze geen partij was bij het Verdrag van Versailles betekent niet dat ze buiten de ontwikkelingen in de Weimarrepubliek stond. De Amerikaanse regering  speelde een actieve rol: direct door Frankrijk proberen af te houden van z’n destructieve Duitslandpolitiek, indirect door de betrokkenheid van Amerikaanse bankiers bij herziening van herstel­betalingen. Met de terugtrekking van Amerikaans kapitaal in 1930-’31 had ze geen bemoeienis. Versailles was aantoonbaar een valse start. Spijtig dat Van Rossems kritiek het zicht op de dramatische ontwikkelingen in het interbellum beneemt.

Arie van der Hek is oud-politicus voor de PvdA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden