COLUMNSylvia Witteman

Amarylissen, ze doen denken aan van die oude Japanse erotische prenten

Het is in hoge mate januari. Vooral thuis, waar de laatste oliebollen rimpelig liggen te verstenen en waar het boslijk onder die verneukeratieve kneuterlampjes zijn naalden inmiddels niet meer gewoon laat vallen, maar kwistig rondsproeit bij elke aanraking. Zelf zet ik zo’n boom liefst op tweede kerstdag al buiten, maar er woont iemand in mijn huis die vindt dat hij ‘zéker tot driekoningen’ moet blijven staan. ‘Pick your battles’ zegt men dan, waarna men met iets te nadrukkelijke tred het pand verlaat, de frisse lucht in.

Die was opeens wel érg fris. Klappertandend fietste ik naar de markt, waar de helft van de kraampjes niet op was komen dagen, zodat het geheel de verbrokkelde aanblik bood van een ouderwets junkiegebit. De bloemenkraam stond er wél. Ik kwam laatst trouwens ergens een bloemenwinkel tegen die ‘Corona’ heette, maar ja, ik ken ook een bloemenwinkel die ‘Sophie’s choice’ heet; zo genoemd door iemand die de film stellig nooit gezien heeft.

Amarylissen wou ik hebben, besloot ik. Wonderbloemen. Eerst stijf en kil, en na een paar dagen krijg je dan die gestileerde, rode eruptie in slow motion. Ze doen denken aan van die oude Japanse erotische prenten, en vonden dan ook gretig aftrek op die koude morgen.

Een vrouw van in de 60 nam er drie. Ze had lang, wapperend grijs haar onder een zwart fluwelen, verzakte Dr. Seuss-hoed en een gebreide, donkergroene omslagdoek om de magere schouders. Het was hip bedoeld, maar gaf de indruk van een meisje-met-de -zwavelstokjes op leeftijd. Of ze ‘fijne dagen’ had gehad, wilde het bloemenmeisje weten. De vrouw stelde dat het ‘ in ieder geval weer achter de rug was’.

Toen was ik aan de beurt. ‘Ik wil graag vijf amaryllissen’ zei ik. ‘Ze gaan per drie’ zei het meisje. ‘Dan moet u er zes nemen.’ Meteen ging in mijn hoofd een zwaailicht aan. Zes bloemen, dat kan niet. Het moet een oneven aantal zijn, dat weet een kind (míjn kinderen trouwens niet). ‘Ik vind alles prima, maar géén zalm’ riep het bloemenmeisje intussen bezwerend in haar telefoon.

Met zes bloemen fietste ik door de kou naar huis. Die zesde bleef aan me knagen, maar thuis, bij het uitpakken bleek één van de sappige, holle stelen onder mijn rillende arm tot moes te zijn geknepen. God helpt hen die zichzelf helpen!

Die andere vijf staan in een vaas, pal tegenover die amechtig stervende kerstboom. De kapotte bloem heb ik kort afgesneden en in een limonadeglas in het kozijn gezet, waar hij prompt tot bloei kwam. Het is geen gezicht, die enorme bloesem op dat onhandige stompje.

Een hysterisch wulpse tulp. Een seksdwerg met kapsones. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden