'Alsof het zo gemakkelijk is om heteroseksueel te zijn'

Heteroseksualiteit mag dan wel breed geaccepteerd zijn in de samenleving, het is lang niet altijd gemakkelijk om praktiserend heteroseksueel te zijn, schrijft cultureel antropoloog Paul Hekkens.

De Gay Pride in Amsterdam. © ANP.

De politiek van links tot rechts had haar mening klaar toen bleek dat een therapie voor mensen die kampen met hun homoseksuele gevoelens, vergoed wordt uit het basispakket. 'Bizar', 'Dit kan niet', 'Kwakzalverij' , 'Idioot en schadelijk', zo waren de reacties.

De reactie van het CDA lijkt op het eerste gezicht gematigder dan die van de meeste andere partijen. Maar bij nader inzien blijkt deze juist niet gematigd. Door haar uitlatingen bevoordeelt de partij homoseksuelen ten opzichte van heteroseksuelen.

CDA-Kamerlid Van Toorenburg zegt: 'Als je leert om als homo steviger in je schoenen te staan, hebben wij er geen problemen mee (...) We vinden het wel raar als er geprobeerd wordt je aard te veranderen.' De uitspraak sluit dus min of meer de mogelijkheid uit, dat iemand er behoefte aan heeft om als heteroseksueel sterker in zijn of haar schoenen te staan.

In elk geval is die behoefte niet van dien aard dat hiervoor therapieën vergoed dienen te worden, terwijl dit bij homoseksualiteit wel denkbaar is. Daarmee staat Van Toorenberg discriminatie op basis van seksuele geaardheid voor, waarbij homoseksualiteit wordt bevoordeeld ten opzichte van heteroseksualiteit. Maar, vraag ik me dan af, is het wel altijd zo gemakkelijk om heteroseksueel te zijn of te worden?

Heteroseksualiteit mag dan wel breed in de samenleving geaccepteerd zijn, dat betekent nog niet dat het altijd gemakkelijk is om praktiserend heteroseksueel te zijn. En al helemaal niet om het te worden. Als jongere kunnen voormalige vriendjes of vriendinnetjes jaloers zijn omdat je nu minder tijd aan hen besteedt. Of ze vinden het raar, omdat ze er zelf nog niet aan toe zijn. Of je prille relatie wordt belachelijk gemaakt vanwege een of ander uiterlijk kenmerk van je partner. Ouders kunnen laten merken de gekozen partner hen onwelgevallig is, of ze oordelen dat zoon- of dochterlief nog niet aan een partner toe is. Op de relatiemarkt woedt een hevige concurrentieslag, waar listen en lagen worden gebruikt, waar niet iedereen van terug heeft.

Ook kan het gebeuren dat het andere geslacht je gewoon niet ziet staan. En dan heb je bij heteroseksualiteit nog het probleem dat als je eenmaal een relatie aangaat, je partner op wezenlijke punten anders in elkaar zit dan jijzelf. Aan het toekomen aan en beoefenen van de heteroseksualiteit zitten dan ook behoorlijk wat moeilijkheden vast. Het is daarom allerminst toevallig dat - juist in het tegenwoordige, vrijgevochten tijdsgewricht - velen er maar niet in slagen om tot een tevredenstellende heteroseksuele relatie te komen.

Volgroeide vorm
Sigmund Freud erkende al de moeilijkheidsgraad van de heteroseksuele relatie, in die zin dat hij het homoseksuele stadium aan het heteroseksuele stadium liet voorafgaan. Heteroseksualiteit zag Freud als een meer volgroeide vorm van seksualiteit dan homoseksualiteit. Homoseksualiteit verklaarde hij uit het gegeven dat sommigen in het homoseksuele stadium blijven steken.

Daarbij komt de complicatie dat de seksuele voorkeur niet altijd even duidelijk is. Deze is in ieder geval niet eenduidig in die zin, dat een homoseksueel niet in staat zou zijn tot een geslachtsdaad met iemand van het andere geslacht. Anders had Raphael Creemers geen vier kinderen kunnen verwekken. Andersom is het ook niet zo dat een heteroseksueel niet in staat zou zijn tot seks met iemand van hetzelfde geslacht. Noodhomoseksualiteit in gevangenissen geeft daar blijk van. En misschien is biseksualiteit vooral te begrijpen als een persoonlijke erkenning van dit vrij algemene gegeven.

Maar als het dan klopt dat de keuze tussen homoseksualiteit en heteroseksualiteit niet voor iedereen volkomen eenduidig is, en als het waar is dat de stap naar heteroseksualiteit helemaal niet makkelijk is, dan is het ook niet uitgesloten dat mensen in homoseksueel vaarwater terechtkomen, terwijl hun aanleg voor homoseksualiteit toch niet erg dwingend is.

Dit geldt des te meer als de samenleving gemakkelijk toegang biedt tot milieus waarin het juist wel bon ton is om homoseksueel te zijn. En als men gemakkelijk in dergelijke milieus verzeild kan raken, dan kan men zich ook afvragen, hoe moeilijk het vervolgens kan zijn om daar weer uit te stappen. Geven homoseksuelen je een bemoedigende schouderklop als je bekent het toch over een heteroseksuele boeg te willen gooien? Of word je tegengewerkt of met onbegrip bejegend? Misschien dat je al je contacten binnen de homowereld kwijtraakt, terwijl je je weg in het heterowereld nog niet hebt gevonden? Misschien dat het in de homowereld voor jou gemakkelijk was om aan je gerief te komen, terwijl dit niet geldt voor de heterowereld.

Allerlei moeilijkheden zijn dus denkbaar als je kiest om uit het homoseksuele milieu te stappen, en die moeilijkheden verschillen wellicht niet eens zoveel van de moeilijkheden die iemand ondervindt die uit het heteroseksuele milieu wil stappen. Dan kan de behoefte om als heteroseksueel steviger in je schoenen te staan groter zijn dan die van een homoseksueel zijn.

Paul Hekkens
is cultureel antropoloog en econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden