Bericht uit Berlijn

Alsnog een tirade tegen de Duitse bureaucratie

Ik zou een andere Duitslandcorrespondent worden, dacht ik vier jaar geleden. Ik zou korte metten maken met de muffe clichés waarin de beeldvorming over het land al tientallen jaren gevangen zat. Nazi’s, sandalen met sokken en bureaucratie – ik nam me voor er zo min mogelijk over te schrijven.

Wat betreft de sandalen is dat wonderwel gelukt, maar de nazi’s bleken te nieuwswaardig om te negeren, helaas. En nu sta ik op het punt te beginnen aan een tirade tegen de Duitse bureaucratie.

Vier maanden geleden gingen we onze zoon inschrijven, die twee weken daarvoor was geboren. Omdat we niet getrouwd zijn, moest de hele familie bij deze handeling in levenden lijve aantreden op het Berlijnse stadhuis, om kwart voor acht ’s morgens.

Daar zaten we, in een Pruisisch galmende gemeentehuisgang, omringd door andere wachtenden met de waakzame blik van mensen die uit ervaring weten dat een goede afloop hier niet vanzelf spreekt.

We werden binnengeroepen door een jonge, glimlachende ambtenaar. Zijn lach verdween toen hij mijn geboorteakte zag, een officieel internationaal duplicaat, dat ik voor de gelegenheid door de gemeente Den Haag had laten toesturen. Na een minuut of wat aan het papier te hebben gefrunnikt, velde de ambtenaar zijn oordeel. ‘Ik heb het idee dat het hier een vervalsing betreft.’

Duitse geboorteakte.

Entschuldigung?’, spraken wij in simultane verbijstering.

Er volgde een scène waarin vijf collega-ambtenaren zich beurtelings fronsend over het A4’tje bogen en over het stempel wreven, de gezichtsuitdrukking van mijn vriend elk kwartier grimmiger werd en de door mij steeds scheller herhaalde vraag wát er precies verdacht was aan de oorkonde niet werd beantwoord. Dat alles begeleid door aanzwellend babygehuil.

Na het zoveelste overleg met zijn vijf collega’s vroeg de ambtenaar of ik de enveloppe nog had waarin ik de oorkonde toegestuurd had gekregen. ‘Ik denk het wel’, zei ik. ‘Nee’, zei mijn vriend. ‘Aha’, constateerde de ambtenaar, ‘ik hoor tegenstrijdige verklaringen.’

Dat was het moment waarop ik zelf ook begon te huilen, zwelgend in hormonale vereenzelviging met Josef K., de hoofdpersoon in Het proces van Kafka. En terwijl mijn mascaratranen op het mutsje van mijn zoon druppelden, had ik een nogal prozaïsche ingeving: ik had een verzendbevestiging per mail gekregen.

Dat bleek de redding.

Niet alleen van ons, ook van de ambtenaar. ‘Vindt u het goed als ik de e-mail bijvoeg, zodat mijn superieur kan zien op grond waarvan ik heb besloten de oorkonde toch goed te keuren?’ Hij glimlachte weer. Opgelucht.

Dat was het moment dat de man volledig samenviel met het cliché van de vlijtige maar schijtluizerig-laffe pennenlikker, een stereotype dat de associatie oproept met de zwartste bladzijden in de geschiedenis van dit land. En waarover ik als correspondent anno 2019 dus niet had willen schrijven.

Maar nu ik toch bezig ben, krijgt u nog de toegift.

‘Zoals u ziet’, zei de ambtenaar tegen mijn vriend bij het overhandigen van de oorkonden van onze zoon, ‘heb ik op uw voornaam het accent aigu helaas moeten weglaten.’ Mijn vriend is zo Duits, dat hij zijn originele oorkonde uit de jaren zeventig nog bezit. ‘Omdat dat daar met pen staat ingetekend?’ ‘Inderdaad. Als u veel waarde hecht aan uw accent, zult u eerst in Wiesbaden een nieuwe oorkonde moeten aanvragen. Nu kan ik niet uitsluiten dat u dat streepje later zelf hebt toegevoegd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden