COLUMNPeter Middendorp

‘Als wij erachter komen’, zei de medewerker van de sociale dienst, ‘ben je de klos. Maar zolang je niets zegt, komen we er ook niet achter’

null Beeld

Het nieuws over de jacht op zogenaamde fraudeurs in de toeslagenaffaire voerde me terug naar tijd dat ik een uitkering genoot, ruim twintig jaar geleden. Ik behoorde net niet tot de generatie die, als de leraar vroeg wat men later wilde worden, zelfbewust antwoordde: ‘Werkloos, meneer.’ Maar het was nog wel redelijk normaal om na de studie je ov-pas in te leveren en meteen door te lopen naar de Sociale Dienst.

Na een tijdje moest ik op gesprek. De medewerker vroeg: ‘Wat wil je? Wat kun je?’ Nou, zei ik, op zich zou ik stage kunnen lopen bij een tijdschrift, maar daarvoor zal ik naar Amsterdam moeten verhuizen en dan verlies ik mijn uitkering hier, en als Groninger krijg ik daar geen nieuwe. Dus, zei ik, en ik zag al een toekomst voor me van sollicitatiecursussen en passend kutwerk, ik heb denk ik niet zoveel te willen.

‘Oh,’ zei ze, ‘maar je moet het ons toch ook niet vertellen als je naar Amsterdam verhuist? Want dat mag niet: hier een uitkering en daar wonen.’ Ik keek haar aan, bevreemd. Je moest geen slapende honden wakker maken, maar deze was al wakker. Maar, zei ik, dat is toch fraude? Dat mag toch helemaal niet?

‘Als wij erachter komen’, zei ze, ‘ben je de klos. Maar zolang je niets zegt, komen we er ook niet achter.’ Ik vroeg: en je weet zeker dat dit geen valstrik is? ‘Ja’, zei ze, mogelijk omdat werknemers indertijd nog zelf beslissingen mochten nemen. ‘Je komt pas in de problemen als ik het wil, en ik help je liever op weg.’

Maar dan nog, zei ik, heb ik een probleem. De eerste maanden zal ik niets verdienen, en daarna heel weinig, en heel onregelmatig. Misschien duurt het wel een jaar voordat ik genoeg verdien om van te kunnen leven. In de tussentijd word ik dan doorlopend gekort, ingehouden of eruit gezet.

‘Maar je moet toch ook niet iedere maand opgeven wat je hebt verdiend? Dat wordt een enorme papierwinkel, ook voor ons, heel onoverzichtelijk. En dan houd je nog niet genoeg over.’ Nee, zei ze, weet je wat je moet doen? ‘Je laat je niet uitbetalen door het tijdschrift, maar spaart je facturen op totdat je een bedrag hebt waarmee je een tijdje vooruit kunt, en dan pas meld je het aan ons.’

Beduusd verliet ik het gesprek. Kort daarop vertrok ik naar Amsterdam. Haar plan werkte perfect. Ze had me de mazen in de wet niet alleen aangewezen, maar ze ook voor me opengehouden, zodat ik erdoorheen kon zwemmen. Er kwam geen stress, geen controle, iedereen werd in zijn waarde gelaten. Ik spaarde facturen tot ik me ineens 8.000 gulden kon laten uitbetalen, zegde de uitkering op en was voorgoed zelfstandig – zo was zelfs de maatschappij het goedkoopste uit.

Het geld is overigens volledig opgegaan aan drank en drugs, maar daar kon de Sociale Dienst ook niets aan doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden