Opinie

Als we zo doorgaan kan extreme armoede in 2030 de wereld uit zijn

Jeugdambassadeurs over ontwikkelingssamenwerking

Onze investeringen maken jaarlijks het verschil in vele mensenlevens.

Minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking spreekt tijdens haar werkbezoek aan Afrika in Bujumbura met jongeren over voorbehoedsmiddelen. Beeld anp

Deze week behandelt de Tweede Kamer de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel. Erg spannend lijkt het vooralsnog niet te worden. Coalitiepartijen VVD en PvdA hebben zich in het regeerakkoord immers al gecommitteerd aan een forse bezuiniging op het ontwikkelingssamenwerkingsbudget van 750 miljoen per jaar, oplopend tot 1 miljard vanaf 2017. Dit bedrag kwam in 2012 bovenop de inperking van het budget die al was ingezet onder het kabinet Rutte I. Met deze bezuinigingen liet Nederland voor het eerst in decennia de norm van 0,8 procent BNP los. Dit terwijl de recente ebola-crisis maar weer eens laat zien dat er voor ontwikkelingssamenwerking nog een wereld te winnen is. Wij roepen de Kamer daarom op meer te investeren in ontwikkelingssamenwerking.

Wereldwijd heeft ontwikkelingssamenwerking geleid tot prachtige resultaten. Een paar feiten op een rij. In 2002 ontvingen slechts 300.000 mensen levensreddende hiv/aids medicijnen; nu zijn dat er al 9,7 miljoen. In 2012 kregen 5 miljoen mensen toegang tot sanitaire voorzieningen. En nog steeds redden vaccinaties 2,5 miljoen levens per jaar. Onze investeringen maken dus jaarlijks het verschil in vele mensenlevens.

Het spannendste nieuws is dat het percentage mensen dat in extreme armoede leeft de afgelopen 20 jaar is gehalveerd. Dat simpele feit heeft grote betekenis: als we zo doorgaan kan extreme armoede in 2030 de wereld uit zijn. De wereldwijd slinkende budgetten voor ontwikkelingssamenwerking hebben echter al tot vertraging geleid en dreigen nu serieus roet in het eten te gooien.

Het is en-en

Dat is jammer, want investeren in ontwikkelingshulp is ook nog eens goed voor de Nederlandse economie. Zo blijkt uit een recente studie van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB)dat elke euro hulp leidt tot 0,7 tot 0,9 euro aan extra exportinkomsten voor Nederland.

Nu is ontwikkelingssamenwerking niet bedacht om onze eigen schoorsteen te doen roken, maar het feit dat ontwikkelingssamenwerking ons ook wat oplevert, geeft in ieder geval tegenwicht aan de populaire gedachte dat we in Nederland eerst maar eens aan onszelf moeten denken. Ja, er zijn in Nederland serieuze problemen die onze aandacht vragen. Een werkloosheidcijfer van meer dan 600.000 is niet mis en elk kind dat in Nederland in armoede opgroeit is er één te veel. Maar we moeten ophouden met doen alsof mondiale armoedebestrijding en een welvarende Europese economie niet hand in hand kunnen gaan. Het is niet of-of, het is en-en.

Natuurlijk, de effectiviteit van ontwikkelingshulp staat soms ter discussie. De relatie tussen ontwikkelingsgeld en economische groei is immers niet altijd eenduidig vast te stellen. Bovendien kan een situatie waarin Afrika jaarlijks zo'n 55 miljard verliest aan eigen inkomsten, terwijl er zo'n 34 miljard aan ontwikkelingsgeld in gaat, allerminst efficiënt genoemd worden. Dit is echter geen argument tegen hulp. Het is een argument vóór Europees optreden tegen corruptie, belastingontduiking en witwaspraktijken van anonieme spookbedrijven. Want ja, Europese bedrijven zijn medeverantwoordelijk voor het illegaal wegsluizen van inkomsten uit de Afrikaanse grondstoffenindustrie. Het kabinet moet naast extra te investeren in hulp dan ook kritischer kijken naar de wijze waarop Nederland zelf bijdraagt aan de instandhouding van ongelijkheid in de wereld.

De belangrijkste reden om meer te investeren in ontwikkelingssamenwerking is echter geen economische. Het is en blijft bij uitstek een keuze die is gebaseerd op een morele overtuiging. Het is de overtuiging dat Nederland - als één van de rijkste landen ter wereld - voorop moet lopen in de promotie van internationale solidariteit.

Pijnlijk

Want hoe pijnlijk is het dat het ooit zo vooruitstrevende Nederland inmiddels zelfs de internationale 0,7 procent norm heeft losgelaten en binnenkort uitkomt op een bijdrage van 0,57 procent? Hoe pijnlijk is het dat in deze tijden van ongekende welvaart nog steeds 1,2 miljard mensen leven in extreme armoede? En hoe pijnlijk is het dat Nederland er juist in tijden van crisis voor kiest te bezuinigen op deze groep allerarmsten? Nieuwe investeringen in effectieve en noodzakelijke programma's zouden weer een eerste stap in de goede richting zijn. Niet om onszelf een plezier te doen, maar gewoon om anderen te helpen. Want daar is hulp voor bedoeld.

Marije van Rest en Merel Berkelmans zijn Jeugdambassadeur van de internationale campagne- en lobby organisatie ONE.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.