Opinie

Als we ons enkel druk maken over de ‘tegenmacht’ ligt de volgende affaire op de loer

Het ‘sensibiliseren’ van Kamerleden is niet iets van nu, dat bestond al in de jaren zestig van de vorige eeuw. Wie wil begrijpen hoe het zo faliekant mis heeft kunnen gaan in de toeslagenaffaire zal dieper moeten graven, betoogt Leo Lucassen.

Wilders versus Rutte, donderdag in het debat over de ministerraadnotulen.  Beeld EPA
Wilders versus Rutte, donderdag in het debat over de ministerraadnotulen.Beeld EPA

Het debat over de vrijgegeven kabinetsnotulen van donderdag jongstleden concentreerde zich vooral op het gebrek aan dualisme en transparantie, en het onjuist informeren van de Tweede Kamer. Met als gevolg dat het vertrouwen in de politiek bij burgers ernstig is geschaad. Dit was ook ruwweg de inhoud van de motie van wantrouwen, die onmiddellijk door een deel van de oppositie werd ingediend. De kritiek spitst zich daarbij vooral toe op de bestuursstijl van de kabinetten Rutte.

Dat is begrijpelijk, maar ook misleidend. Wie wil begrijpen hoe het zo faliekant mis heeft kunnen gaan in de toeslagenaffaire, zal dieper moeten graven. En dan blijkt dat degenen die nu het hoogst van de toren blazen, met name Geert Wilders en Wybren van Haga, behoorlijk wat boter op hun hoofd hebben en er om die reden alle belang bij hebben om de affaire voor te stellen als een probleem van ‘het kartel’ of ‘de politieke elite’.

Want, zoals de Leidse politicoloog Ruud Koole haarfijn liet zien in een analyse uit 2018, het gebrek aan discipline en het tot de orde roepen van Kamerleden is niets nieuws. Dat kennen we al vanaf de jaren zestig. Voorbeelden van het afdwingen van fractiediscipline (of het nu Ad Melkert van de PvdA is, Ruud Lubbers van het CDA of Mark Rutte en Geert Wilders in de meer recente tijd) zijn er te over.

Daar kun je van alles van vinden, maar deze ‘monistische’ praktijk hoort er blijkbaar gewoon bij en verklaart niet waarom ambtenaren van de Belastingdienst zich zo spijkerhard en legalistisch hebben opgesteld, en waarom de verantwoordelijke bewindslieden zo lang hebben weggekeken. Het verklaart ook niet waarom het kabinet tot vandaag de dag meer bezorgd is over de eigen beeldvorming, dan over de burgers die het slachtoffer zijn geworden van een totaal uit de rails gelopen bureaucratisch apparaat.

Eigen belang najagen

Om dat te begrijpen moeten we dieper graven, waarbij we op twee andere, structurele, koerswijzigingen stuiten. Ten eerste de in de jaren negentig, als gevolg van het dominerende marktdenken, ontstane neiging om de burger als klant te zien. Iemand die moet worden bediend, maar ook gewantrouwd. En nauw daarmee samenhangend het idee dat de overheid niet zozeer voor burgers dient te zorgen, binnen een duidelijk omschreven ‘sociaal contract’. In plaats daarvan worden burgers in de eerste plaats beschouwd als individuen die erop uit zijn hun eigen belang na te jagen (zowel ten goede als ten kwade). Individuen die uitstekend in staat zijn om zich een weg te banen door de overheidsbureaucratie en zich bij tegenslag weerbaar op kunnen stellen.

Waar dit toe kan leiden, is inmiddels duidelijk geworden. Een goed voorbeeld is het asiel- en inburgeringsbeleid. Net als Nederlanders in een minder florissante financiële positie of met een lager opleidingsniveau, verdwalen zij al snel in de bureaucratische jungle, met alle gevolgen van dien. En als zij daarin om welke reden dan ook vastlopen beschouwen de overheid en de politiek dat, in lijn met de neoliberale ideologie, als hun eigen, individuele probleem. Niet als een collectieve opgave.

Zo werden inburgeraars geacht zelf een bureau te vinden, en als ze zakten voor hun inburgeringsexamen werden ze opgezadeld met een aanzienlijke schuld. Het gevolg is dat niet alleen zij, maar ook de Nederlandse samenleving als collectief er slechter van werd. Want iedereen is gebaat bij een zo soepel mogelijk verlopend inburgeringsproces. Of je nu van immigranten houdt of niet.

Marktgedreven beleid

Dat brengt ons vanzelf bij de derde factor die nodig is om de toeslagenaffaire te begrijpen. Namelijk het sinds Pim Fortuyn dominerende ‘integratiepessimisme’ en het maar voortslepende debat over het ‘multiculturele drama’ en de zogenaamde ‘massamigratie’. Hoewel het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) jaar in, jaar uit laten zien dat het integratieproces veel beter verloopt dan voorspeld, worden met name rechtse partijen niet moe om maatschappelijke misstanden, zoals het gebrek aan sociale huurwoningen, in de schoenen van migranten te schuiven. Terwijl het een uitvloeisel van het eigen marktgedreven beleid is.

Met name Geert Wilders die nu het hoogste woord heeft, maar ook Rutte zelf die migranten en hun kinderen herhaaldelijk als voorwaardelijke burgers afschildert (‘pleur op’), zouden bij zichzelf te rade moeten gaan. Want de toeslagenaffaire, die vooral burgers met een migrantenachtergrond treft, is nauw verbonden met de giftige cocktail van marktdenken en xenofobie.

Als we een volgende politieke affaire in Den Haag willen voorkomen moeten we niet alleen het gebrek aan dualisme aanpakken, maar ons vooral op die drie dieper liggende oorzaken richten. Dat zal niet gemakkelijk zijn, want migranten zijn een ideale kop van jut om werkelijke oorzaken van falend beleid te verbloemen. Zolang het debat zich tot het probleem van de te zwakke ‘tegenmacht’ beperkt, ligt de volgende affaire alweer op de loer.

Leo Lucassen is directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar in Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden