Column Ibtihal Jadib

Als we érgens niet bang voor hoeven te zijn is het wel dat we versmelten tot een eenheidsworst

Een vriendin had me gevraagd mee te gaan naar een debat en omdat ik geen smoes kon verzinnen, zat ik ineens op maandagavond te luisteren naar Gert-Jan Segers (die van de ChristenUnie) en Klaas Dijkhoff (die van de integriteitspartij). Ik ben bepaald geen voorbeeldburger want voor de ontwikkeling van mijn o zo belangrijke mening wend ik mij vrijwel nooit tot de perso(o)n(en) die het betreft. Ik lees een paar kranten, leg mijn hand op De Onderbuik en dan heb ik het aardig scherp. Vind ikzelf. Het debat was daarom verfrissend want nu hoorde ik uit eerste hand wat onze politieke leiders te zeggen hebben.

Het ging over artikel 23 van de Grondwet. Dankzij salafistisch onderwijs in ons land kijken we nu ongemakkelijk naar die bepaling want die blijkt voor iedereen te gelden, behalve voor moslims. De soapserie rond het Haga Lyceum in Amsterdam is aanleiding voor Dijkhoff om een kritisch licht te laten schijnen op de Grondwet. Segers voelt daar niets voor en hamerde er tijdens het debat meermaals op hoe gevaarlijk het is als de seculiere meerderheid haar norm oplegt aan religieuze minderheden. Segers ervaart dat het tegenwoordig bijna raar is om christen te zijn. Daarbij schetste hij het schrikbeeld van uniformiteit: als we geen ruimte geven aan mensen om raar te zijn, maken we van de bevolking een soort eenheidsworst. ‘Brrr’, zei hij telkens met een vies gezicht als hij die eenheidsworst er weer bijhaalde.

Ik was onder de indruk van meneer Segers want die man beheerst de kunst van het spreken. Maar wat hij zei sloeg natuurlijk nergens op. Als we érgens niet bang voor hoeven te zijn in Nederland is het wel dat we met z’n allen versmelten tot een eenheidsworst. We leven in tijden van polarisatie, segregatie en bubbels. Demografen roepen al jaren dat de verschillen in opvattingen eerder groter worden dan kleiner, we staan misschien wel verder van elkaar af dan ooit.

Het pleidooi van Segers om raar te mogen zijn, raakt bovendien de kern van het bezwaar tegen (streng) religieuze scholen. Als er íéts is waar religieuze instituties bedreven in zijn, is het wel de indoctrinatie van mensen tot uniformiteit. Alles staat in het teken van hoe je als ‘goed’ mens behoort te leven, en dat krijg je er voortdurend in geramd. Ik ben zelf overtuigd moslim maar ik pieker er niet over om mijn kinderen aan streng religieus onderwijs bloot te stellen. Waarom zou je kinderen wijsmaken dat God overstuur raakt van homo’s en intelligente vrouwen?

Dat er ouders zijn die wel religieuze scholen wensen, is uiteraard prima. We leven in een vrij land. Artikel 23 stelt echter wel ‘eisen van deugdelijkheid’ aan het onderwijs. Ik denk niet dat die eisen worden vervuld als kinderen wordt voorgehouden dat er maar één juiste manier van leven is. Onderwijs dient juist de ontwikkeling van het zelfstandig denkvermogen te stimuleren. Dat is een kwaliteitseis die je kunt stellen zonder dat je een inhoudelijk oordeel hoeft te geven over de desbetreffende geloofsleer. Het enige dat je hoeft te toetsen is of die leer wordt gepresenteerd als zijnde superieur, en dat er dus iets ‘mis’ is met mensen die anders zijn. Dan leer je kinderen te discrimineren, om ze vervolgens een samenleving in te gooien waar dat verboden is.

Iedereen mag raar zijn in dit land. Daar hoeft niemand superieur in te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden