Als vooruitblikken steeds meer terugblikken wordt

Nou ja, we hebben natuurlijk ook een hoop om wél naar uit te kijken, sprak ik mezelf enigszins vermanend toe nadat ik op een maandagochtend al een kwartier afwisselend naar de lege, kerstboomloze plek in de kamer en het grijze januarichagrijn buiten had zitten staren. Oké, deze maand was niet veel waard, maar meteen daarna kwam er een boek, een baby, en daarna misschien zelfs wel een verhuizing naar iets groters, ruimers, groeners. En daarna...

Beeld Thinkstock

De telefoon ging.

'Hoe is met mijn dottekopje?'

Aan de andere kant van de lijn klonk de broze stem van mijn Brabantse, 85-jarige schoonmoeder, een vrouw zoals ze die nu niet meer maken, zelfs niet in Brabant. 'Is ze naar de crèche? Wat kan ze al goed lopen hè, komen jullie snel weer? Ze is zeker weer een stuk gegroeid?'

Ik wilde antwoorden dat er niet zo gek veel was veranderd sinds we twee weken eerder met Kerst bij haar hadden gelogeerd, maar in plaats daarvan luisterde ik naar een verhaal over de leeftijd waarop de Man, haar zoon, van kruipen over was gegaan op lopen en de keer dat hij zijn hoofd tussen de spijlen van de balustrade had gestoken. Ik kende het verhaal - ze had het tijdens Kerst ook verteld. Wat die avond ook werd behandeld: wat haar overleden man van Kerst had gevonden, waar het houten kerststalletje vandaan kwam ('Die kochten we voor ons trouwen, bij Van Soest op de Emmastraat'), het jaar dat er een herdertje kwijt was en de dood van George Michael, die ze niet kende, hetgeen ze verdedigde met de tekst dat ze 'de laatste tijd een beetje achterliep met muziek'.

En zo veranderde vooruitkijken steeds vaker in terugblikken. Misschien was dat ook wel de enige optie als er nog maar een écht grote gebeurtenis in het verschiet lag.

Parallel aan het terugblikken liep het weggeven. Na de zoveelste operatie aan aders, kleppen, voeten en vaten was de Schoonmoeder er ook mee begonnen. Het ivoorkleurige babymutsje dat van haar trouwjurk was gemaakt, had ze me op een stille zondagmiddag reeds in handen gedrukt, formeel, trots, geroerd door wat eens was, maar ook met alledaagse dingen ging het nu snel. Na elk bezoek kregen we tegenwoordig brood uit de vriezer mee, in onze la lagen inmiddels vier dozen pindakoeken (ik had één keer gezegd dat ik die lekker vind) en omdat ze voor het kerstgourmetten van pure zenuwen veel te veel had ingeslagen, begon ze al bij binnenkomst met het uitdelen van minihamburgers, stukken paling, stokbrood en kruidenboter. Zelfs het oude monopolyspel dat we die avond speelden, een versie uit het ouderlijk huis waarin nog met guldens werd gehandeld, mochten we hebben. 'Die vond je toch zo mooi?'

Jazeker, maar het was dáár mooi: die oude letters op het donkerbruine Perzische tafelkleed, het getik van de Zwitserse klok op de achtergrond en zijzelf die ondertussen rondging met thee en chocola en dingen zei als: 'Wie het kleine niet eert' en 'ik hou het allemaal in de gaten' - dát was mooi. Thuis was die doos monopoly gewoon wat het was, een doos monopoly, zoals pindakoeken je na verloop van tijd de neus uitkwamen en een ivoorkleurig babymutsje nooit dezelfde impact op mij zou hebben als op haar.

'Wanneer komen jullie weer?', vroeg ze, alsof Kerst alweer maanden achter ons lag. Ik dacht weer aan het jaar dat voor ons lag, aan de drukte die komen ging en de Dochter die ineens liep en de kapotte vaten van mijn Schoonmoeder.

'Aankomend weekend, is dat wat?'

'Fijn', zei ze. 'Dan eten we minihamburgers.'

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden