Column Thomas van Luyn

Als u vreemdgaat en iets oploopt, hou dan uw partner een longontsteking voor

Thomas van Luyn. Beeld Valentina Vos

Nou het was dus longontsteking, vandaar mijn geklaag de ­afgelopen weken, waarvoor ik geen excuses aanbied want ziek zijn zuigt nou eenmaal apenballen en dat steek ik niet onder stoelen of banken. Je hebt mensen die in stilte lijden, maar daar heb ik gelukkig geen last van. Op vele fronten kan ik enorm bescheten en geremd zijn, maar als het om ziek zijn gaat ben ik aanwezig en extravert. Joepie voor mij.

Hoe dan ook: antibiotica dus. En wat een feest. Bedankt Alexander Fleming, dat je een kweekje per ongeluk liet beschimmelen en zo penicilline uitvond. In Frankrijk heb je zevenhonderd Avenues Louis Pasteur, in Engeland heb je maar één Alexander Fleming Road (in Guildford). Waarom niet in elk dorp? Zelfs in Haarlem heb je een Alexander Flemingstraat. En eentje in Beiroet, weet ik toevallig. Wat mij betreft verdient elke stad in de wereld een Alexander Flemingplein, want de man heeft dus zojuist mijn leven gered. Ik overdrijf niet, aan longontsteking ging je niet zo lang geleden hartstikke dood. Nu haal ik een paar pillen bij de apotheek, en huppekee, beter. Dat ging trouwens met enig gefluister gepaard. De apotheekster deed ineens erg discreet en omslachtig. Pas na enig onbegrip over en weer bleek dat ze dacht dat het om een geslachtsziekte ging. Blijkbaar krijg je daar dezelfde anti­biotica voor. Toch nuttige ­informatie: als u vreemdgaat en iets oploopt, hou dan uw partner een longontsteking voor.

Binnen een paar dagen was de koorts weg – gelukkig maar, want ik had een midweekje Londen geboekt en reeds de nodige centjes vooruitbetaald. De tickets geboekt, de Airbnb betaald, de theaterkaartjes gekocht: als Hollander moest je dat bordje natuurijk wel netjes leegeten, want in de derde wereld kunnen ze geen musicals gaan kijken in ­Londen.

De longontsteking was nog niet weg: ik kon geen tien meter lopen, in de metro viel ik continu in slaap en elk fris lentebriesje leek dwars door mijn skelet te blazen. Ik voelde me als een 96 jaar oude man – met longontsteking. Gek genoeg vond ik dat goed passen bij Londen. Heel dickensiaans, om op straat hoestend ineen te zijgen in een steegje, gevonden te worden door een bobby en te sterven in een victoriaans hospice met lampetkannen en juten gordijntjes.

Over Dickens gesproken: toevallig had ik met een vriend afgesproken in een pub, en wat bleek? Het was de stamkroeg van Charles ­Dickens geweest. I kid you not. Kan geen toeval zijn, want de helft van zijn karakters sterft aan longontsteking. Prachtige pub, er zat geen kip. Er was geen plankje of ruitje veranderd sinds Charles Dickens daar uit het raam naar het vondelingenhospitaal aan de overkant kon kijken, om met eigen ogen te zien wat de armoede aanrichtte: de dag dat het hospitaal openging werden er meteen honderd baby’s voor de deur achtergelaten. Honderd. Geen wonder dat zijn boeken vol zitten met meelijwekkende wezen. Dat ziekenhuis, dat is nu een park waar je alleen in mag als je een kind bij je hebt. Niet uit pedofielenfobie, maar als monument voor al die eenzame kinderen die geen ouders hadden. Heel ontroerend.

Dickens ligt, heel statig, begraven in Westminster Abbey. Da’s heel chic. Maar Alexander ­Fleming, mijn redder en die van miljoenen mensen, ligt in St Paul’s Cathedral. Net wat chiquer, en terecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.