Column Daniela Hooghiemstra

Als slachtofferschap een vaste identiteit wordt, raakt uit beeld hoe complex de werkelijkheid is

Sinds de ontdekking van de waarde van eigen emoties, is het taboe op slachtofferschap verdwenen.

Waar vroeger werd geleden in stilte, uit schaamte of angst om zwak gevonden te worden, is er nu meer kans op medeleven, morele en juridische erkenning. Slachtofferschap kan zelfs iets opleveren: schadevergoeding, lezers of kiezers. In de soms felle strijd die erover losbarst, raakt uit het oog dat daders en slachtoffers in theorie misschien gescheiden categorieën zijn, maar dat zij in de praktijk in elkaar overvloeien, of elkaar afwisselen.

Jelle Brandt Corstius was slachtoffer toen hij Gijs van Dam vorig jaar in Trouw van verkrachting beschuldigde, maar sinds Van Dam aannemelijk wist te maken dat de beschuldiging ongegrond was en juist híj degene is die leed berokkend werd, zijn de rollen omgedraaid.

Een gebeurtenis kan iemand tot slachtoffer maken, maar daarmee is diegene vervolgens niet alleen nog maar dát. Als slachtofferschap een vaste identiteit wordt, raakt uit beeld hoe complex de werkelijkheid is en ook hoe veelzijdig mensen zijn.

Gelijkheidsactivisten zoals de bij Trouw vertrokken Seada Nourhussen zijn slachtoffer van racisme, maar hameren zelf intussen op de indeling in zwart-wit. Theorieën over de werkelijkheid doen die zelden recht. Rob Wijnberg, die met internetkrant De Correspondent aan de weg timmert in Amerika, denkt dat door hem veronderstelde diepere structuren áchter de dagelijkse werkelijkheid blootgelegd moeten worden. Ik geloof het tegenovergestelde. Wie al op dergelijke structuren vertrouwt, moet die als journalist opzij zetten om onbevangen waar te kunnen nemen en ooggetuigen te laten spreken. Zodat kan worden opgetekend ‘wie es eigentlich gewesen ist’, zoals de Duitse historicus Leopold von Ranke zijn hermeneutische streven ooit omschreef.

Dat lukt natuurlijk niet altijd. Maar wie vooraf belooft om structuur in de plaats te stellen voor de ‘waan van de dag’, veronderstelt een orde die er in het echte leven niet is. Daar loopt alles, van goed en slecht, noodzakelijk, zinloos, sterk, zwak en waar tot leugenachtig, door elkaar. Over die wanorde een vast schema leggen, werkt net als religie: het biedt schijnbaar zekerheid, maar staat in de weg van het tonen van juist de tegenstelling tussen de absurde, toevallige, onbenullige, belangrijke, lelijke en mooie feiten die de werkelijkheid typeert.

NRC-journalist Marcel Haenen liet in zijn onlangs verschenen biografie De bokser over strafpleiter Max Moszkowicz zien wat vakbekwame verzameling van die feiten kan opleveren. Hij reconstrueerde het leven van de bekende advocaat vóór, tijdens en na de Holocaust. Van zijn geboorte in het Duitse Essen, de vlucht naar Nederland, de deportatie naar Westerbork, Auschwitz, Mauthausen, Melk en Ebensee, tot aan zijn leven als strafpleiter in Maastricht.

Inzicht krijgen in hoe gruwel en schoonheid, recht en onrecht, toeval en noodlot, ernst en absurditeit zich tot elkaar verhouden, vergt afstand, geduld en nieuwsgierigheid. Anders dan bij actiejournalistiek, die één dimensie zoekt, moeten een heleboel bronnen geraadpleegd worden.

De 15-jarige Moszkowicz was de enige van de 713 inzittenden van het transport naar Westerbork die de oorlog overleefde. Bij aankomst in Auschwitz werden zijn moeder, zusje en broertje meteen vergast. Boven de wasbak zonder stromend water hing een geïllustreerde instructie van hoe de tanden gepoetst moesten worden (‘Nicht so, aber so’).

Uitgehongerd en dagelijks getuige van mishandeling en moord, werd Moszkowicz verliefd op een medegevangene. Zij overleefde de oorlog, maar trouwde met een ander voor hij haar kon traceren. Moszkowicz’ vader hielp hem in het kamp te overleven, maar werd zelf vlak voor de bevrijding vermoord. Moszkowicz werd ook geselecteerd voor executie, maar een Duitse commandant gelaste die op het nippertje af.

Met dezelfde precisie waarmee Haenen het kampverleden ontleedde, beschrijft hij hoe Moszkowicz na de oorlog furore maakte als strafpleiter, maar er ook op los declareerde, zich zwart liet betalen en bevriend raakte met beroepscriminelen. Hij trouwde met de katholieke vrouw wier familie hem na de oorlog opving, maar verliet haar ook weer voor een andere, joodse. Zijn zoons mochten (of moesten?) partner van zijn advocatenkantoor worden, maar drie van de vier werden van het tableau geschrapt wegens onethisch gedrag. De familiefirma ging ten onder. Dergelijk onderzoek onthult niet de waarheid, maar biedt wel inzicht in een mensenleven.

Daniela Hooghiemstra is journalist en historica. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.