ColumnPeter Middendorp

Als Rutte niet aan de knoppen wil zitten, waarom wil hij ze dan hebben?

Tussen het wereldnieuws van deze dagen door zag ik Mark Rutte vorige week in een filmpje aankondigen dat hij nog eens premier wil worden. Ik zat ernaar te kijken en hoorde mezelf ‘why’ zeggen, in het Engels, waarschijnlijk omdat het Nederlandse ‘waarom’ naar mijn gevoel te veel uitdrukt dat je nog een antwoord verwacht.

Why? Waarom zou hij dat in godsnaam willen? Voor wie? Voor wat? Om wat te doen? Met welk doel? Hij heeft geen ideeën, geen plannen, aan zijn sollicitatie ontbreekt opnieuw een inhoudelijke motivatie. Hij klinkt als de speler die zegt dat hij in de spits wil staan, en als de coach vraagt – ‘O ja, wil je doelpunten maken?’ – verstoord en gehinderd opkijkt: ‘Nee. Hoezo?’

Rutte geeft geen reden waarom hij premier wil worden, maar motiveert gek genoeg wel te pas en te onpas waarom hij geen ideeën heeft. Eerst was het: ‘Een visie belemmert het zicht op de werkelijkheid.’ Later klonk het – intussen moest iemand hem over de betekenis van ‘visie’ hebben bijgepraat: ‘Wie visie wil, moet naar de oogarts.’

Hij wil geen visie, maar hij gelooft wel ergens in – ja, hij gelooft in ‘de onzichtbare hand’ alsof het een religieus leerstuk betreft. Het verschijnsel, eenmaal door Adam Smith beschreven in zijn beroemde The Wealth of Nations en daarna alweer snel verworpen, wordt door Wikipedia zo gedefinieerd: ‘De onzichtbare hand zou via eigenbelang en marktwerking een toestand van harmonie en welvaart bewerkstelligen, wat regelmatig wordt gebruikt om een idee van laisser faire te rechtvaardigen.’

Ik moet door onzichtbare handen altijd aan mijn oude buurman denken, die eens per week, meestal vrijdagsnachts, bezoek kreeg van zijn overleden echtgenote. De hele week zag je hem niet, alleen vrijdags ging hij boodschappen doen. Dan stak ik een duim op en knikte vriendelijk, alsof ik zeggen wilde: ‘Veel plezier. Doe haar de groeten.’

Het geloof in onzichtbare handen komt uit de tijd van monopolies en uitbuiting. De pijnlijke paradox is dus – en ik zeg dit onder het voorbehoud dat ik evenmin thuis ben in deze materie – dat als je dat geloof toepast op een vrijemarkteconomie, zoals Rutte die aantrof toen hij premier werd, je de situatie van machtsconcentraties en uitbuiting krijgt waartegen Smith en anderen nou juist hun boeken geschreven hebben.

Maar als je ten diepste gelooft dat je je nergens mee moet bemoeien voor het beste resultaat voor iedereen, waarom wil je dan premier zijn? Als je niet aan de knoppen wil zitten, waarom wil je ze dan hebben? Omdat een ander er dan mee gaat spelen en je daar niet tegen kunt? Ben je dan een kat die gaat liggen op de plek waarop het baasje zijn aandacht richt, bijvoorbeeld op je toetsenbord?

Hij vreest de leegte, zijn leegte, het niet-premier zijn, het is een anti-reden. Alleen in huis, alleen in bed, voor troost en gezelschap van onzichtbare handen afhankelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden