ColumnEva Hoeke

‘Als papa en mama dood zijn, gaan wij lekker heel lang opblijven, hè?’

Een van de vele aardigheden van het hebben van kleine kinderen is dat je ze kunt afluisteren wanneer ze over je roddelen. Andersom roddelen hun vader en ik ook vaak over hen. Elke dag eigenlijk, het begint zodra ze naar bed zijn en wij beneden als slappe poppen in de touwen hangen, in afwachting van het NOS Journaal. ‘Wat een slopers, hè’, zeggen we tegen elkaar, en daar zoeken we dan de beelden bij op onze telefoons. De liefste sturen we aan elkaar door.

Maar gister was het dus andersom en dat heb ik geweten.

Ik stond in de keuken de aardappels af te gieten, we aten er spinazie en een ei bij, niks mis mee. Mijn beste vriendin is bang voor eieren, of bang, ze walgt ervan. Zodra ze er eentje ziet begint te moeilijk te kijken, en als je het in je hoofd haalt er eentje op te peuzelen waar zij bij is gaat ze heel demonstratief een stuk verderop zitten. Het zit ’m in de geur zegt ze, maar goed, ik sta op het standpunt dat je dan ook niet aan eieren moet ruiken.

Ineens die stemmetjes.

Vanuit de huiskamer, waar ze aan tafel zaten te tekenen, de beentjes bungelend eronder.

Ze voerden een gesprek.

Dochter (4): ‘Als papa en mama dood zijn, gaan wij lekker heel lang opblijven, hè?’

Dochter (2): ‘Ja, en dan gaan we altijd beneden slapen.’

Dochter (4): ‘En snoepjes eten.’

Dochter: (2) ‘Als papa en mama dood zijn, gaan wij in de auto alle M&M’s opeten, hè?’

Het klonk dromerig, alsof het leven dan pas echt zou gaan beginnen.

Is natuurlijk ook zo.

Maar voor nu is de dood nog slechts een veilig vehikel, die ze al naar gelang de situatie inzetten om te krijgen waar ze op uit zijn. Sinds de oudste op school zit vraagt ze steevast of ik haar niet dood ga schieten wanneer ik haar aanspoor haar schoenen aan te trekken, of haar yoghurt op te eten, of iets anders waar nog nooit een straf op heeft gestaan. Ik verdenk de jongetjes in haar klas ervan haar deze teksten in te fluisteren, doe je niks aan, behalve ‘nee, natuurlijk niet gekkie’ roepen.

Er wordt ook veel mee geschmierd, want ze weten nu al dat de dood iets plechtigs met zich meebrengt, waarmee je volwassenen vol in het hart kunt raken. ‘Lukies papa is er niet meer, hè?’, zegt de kleinste vaak wanneer we na een dag lang kleien en tosti’s eten bij mijn vriendin wegrijden, die van die eieren, en dan kijkt ze me via de achteruitkijkspiegel met een buitengewoon vroom gezichtje aan. ‘Ja’, zeg ik dan, al even vroom, want aan zijn onfortuinlijke dood valt weinig te relativeren. Aan die van onze eigen vaders wel, die horen erbij, vaders van vaders gaan nu eenmaal dood, die van moeders ook, altijd te vroeg maar ver voordat zij er waren, dus echt pijn doet dat niet. Poezen, zelfde verhaal. De vorige poes was gewoon weg, op een dag. ‘Toch mama?’ Ik dacht aan klaaglijk miauwen, aan magere botten en de geur van ontsmettingsmiddel, de gepeperde rekening waar het destructiebedrijf op stond vermeld.

‘Ja’, loog ik.’

Maar gisteravond, we keken net naar een special over Aart Staartjes, zal je altijd zien, kwam die van 4 ineens naar beneden. Warrige haren, kleine oogjes. De vraag zat hoog: hou oud zouden we zijn als we dood zouden gaan? 40? 90?

‘Nou?’, drong ze aan.

‘Nog lang niet’, zei ik met mijn neus in haar nek.

Toen ik haar even later in bed legde sliep ze alweer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden