Opinie Willem Melching

Als overheid economie stuurt, is chaos gegarandeerd

Vergelijk het klimaatbeleid met de planeconomie in de voormalige DDR en je ziet dat het gedoemd is te mislukken, betoogt historicus Willem Melching.

De Trabant uit Oost-Duitsland in een garage in Berlijn. Beeld Daniel Rosenthal

Dertig jaar na de val van de Muur maakt de planeconomie van de DDR opnieuw furore. Dit keer in de vorm van het klimaatbeleid. De overeenkomsten tussen de Oost-Duitse planeconomie en het klimaatbeleid zijn groter dan je op het eerste gezicht zou denken.

De Oost-Duitse economie blonk uit in het stellen van grootse doelen die met uiterste precisie werden vastgesteld. De overheid, en niet de consument, bepaalde wat er geproduceerd werd en in welke hoeveelheden. Op het maken van winst rustte een ideologisch taboe, daarom was spaarzaamheid volstrekt overbodig en liepen de productiekosten totaal uit de hand. De overheid moest dan ook structureel bijspringen met grote subsidies.

Ultiem symbool van de planeconomie was natuurlijk de Trabant. Dit autootje was gebaseerd op verouderde technologie, de Oost-Duitsers moesten er twaalf tot veertien jaar op wachten en de uitstoot was tientallen malen hoger dan van een vergelijkbare Westerse auto. De Trabant was de enige auto ter wereld waarvan de grondstoffen vóór de productie meer waard waren dan ná de fabricage van het socialistische wonder op wielen. Kortom: een economische en ecologische ramp op wielen.

Op papier kon er niets mis gaan. Maar in de veertig jaar dat het land bestond, is er niet één van de doelen in de planeconomie ooit gehaald. Op lange termijn kan namelijk niemand serieuze detailplannen maken. De werkelijkheid is te chaotisch om zich in planningsparameters te laten vangen.

Heilloze weg

Ondanks dit aanschouwelijk onderwijs uit het verleden gaan de klimaatredders dezelfde heilloze weg op. De grootse en gedetailleerde doelstellingen doen aan de planeconomie denken. Zo moet rond 2030 de auto-industrie per oekaze stoppen met de verbrandingsmotor en wordt van overheidswege de elektrische auto verordonneerd. Om dit te realiseren wordt de subsidiekraan wijd opengezet. Maar wie van bovenaf de koers vastlegt op de elektrische auto maakt dezelfde fout als de Oost-Duitse planners. Een dergelijk beleid beperkt de creativiteit én de spaarzaamheid van de industrie en verhindert de doorbraak van kansrijke alternatieven. Bovendien veroordeelt de overheid zichzelf tot het verstrekken van grote subsidies.

Zodra de overheid de sturing van de economie ter hand neemt is de chaos voorgeprogrammeerd. De heisa rondom de ‘Tesla-subsidie’ is kinderspel in vergelijking met wat ons nog te wachten staat. Natuurlijk zijn de beperking van uitstoot en het vergroten van duurzaamheid een groot goed. Maar doe niet alsof de overheid dat allemaal zelf tot in de details kan regelen.

Net als de planeconomie wordt ook het klimaatbeleid gehinderd door ideologische taboes. De vraag naar elektriciteit zal de komende decennia spectaculair toenemen. De enige betrouwbare oplossing is de bouw van vele honderden kerncentrales. Maar door de ideologie van ‘ecologische zuiverheid’ is juist deze rationele oplossing door de klimaatredders hermetisch afgesloten. Maar zolang het niet permanent waait en de zon dag en nacht schijnt, is kernenergie het enige redelijke alternatief. Het taboe op kernenergie is bizar, want uit onderzoek blijkt dat elektrische auto’s alleen goed zijn voor het milieu wanneer de gebruikte stroom volkomen CO2 vrij is. Is dat niet het geval, dan zijn ze al gauw smeriger dan een goed gebouwde diesel.

De opmerkelijke gedrevenheid van de klimaatredders heeft ook met de DDR te maken. In 1989 mislukte op jammerlijke wijze het socialistische experiment. De planeconomie was gewoon geen goed alternatief voor de vrije markteconomie. Wat restte was een economische en ecologische puinhoop. Daardoor zat links plotseling zonder ‘groot verhaal’.

Forum voor Democratie

Maar het klimaatbeleid biedt soelaas. Nog één keer kunnen de links-ecologische partijen, zoals de Grünen en GroenLinks, hun hang naar megalomane plannen, vergaande overheidsbemoeienis, ruime subsidies en de daaraan verbonden hoge belastingen uitleven. Dat niet iedereen daarvan gecharmeerd is, bleek wel bij de laatste verkiezingen. Het stormachtige succes van Forum voor Democratie is voor een belangrijk deel te danken aan hun standpunt over het klimaatbeleid.

Veel mensen maken zich wel degelijk zorgen over het klimaat, maar slechts weinigen zijn bereid, of financieel in staat, om grote offers te brengen. Maar dat deert de klimaatredders niet. Net als vroeger zien zij zichzelf als een revolutionaire voorhoede die de onwetende massa’s gaan redden. Of die massa’s dat nou leuk vinden of niet.

In 2049 zal er ongetwijfeld met nostalgie op deze hectische fase van het klimaatdebat worden teruggeblikt. Meewarig zal worden geglimlacht om de economische en technologische dwaalwegen die werden ingeslagen. Het enige wat dan nog rest van de grote klimaatpaniek van 2019 zijn de laatste antieke Tesla’s. Gekoesterd door liefhebbers tuffen ze nog wat rond, als de Trabantjes van de klimaatrevolutie van 2019. De elektrische auto’s van nu met hun vieze accu’s, maken ons (alweer) afhankelijk van politiek foute landen en leiden (alweer) tot uitbuiting in de Derde Wereld. Ongetwijfeld hebben ze in 2049 wel iets beters gevonden. We weten helaas nog niet welke schone brandstof de auto’s dan zullen gebruiken. Maar wél staat nu al vast dat BMW er tegen die tijd een 12-cilinder versie van zal produceren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden