Het spel en de knikkers AOW-sommen

Als onderzoekers willens en wetens valse sommen gaan maken, ben ik er wel weer klaar mee

Onderzoekers van het demografisch instituut Nidi, Joop de Beer en Nicole van der Gaag, stelden vorige week voor om de AOW-leeftijd te variëren aan de hand van het opleidingsniveau. Hoe lager de initiële opleiding, des te eerder met pensioen. Laagopgeleiden leven korter dan hoogopgeleiden en daarom ‘lijkt het logisch om de AOW-leeftijd zodanig te differentiëren dat de verhouding tussen AOW-jaren en arbeidsjaren voor verschillende sociaal-economische groepen gelijk zou moeten zijn’, schrijven de onderzoekers.

Ik bleef hangen aan dat ‘lijkt logisch’. Hoezo ‘lijkt het logisch’ om de verhouding tussen AOW-jaren en arbeidsjaren gelijk te houden voor verschillende groepen? Wat is er logisch aan?

Wie het artikel leest (op mejudici.nl) doet twee onaangename ontdekkingen. Ten eerste leggen de onderzoekers deze basisveronderstelling niet uit. Ten tweede maken ze sommen op basis van valse gegevens.

Eerst de valse gegevens. De onderzoekers vergelijken twee getallen. Ten eerste het aantal jaren dat mensen AOW mogen verwachten te ontvangen. Hoe lager het opleidingsniveau, des te lager de (statistische) levensverwachting. Dit vergelijken de onderzoekers met het aantal werkjaren in een mensenleven. Omdat hoger opgeleiden langer naar school gaan, is het aantal potentiële werkjaren voor hoogopgeleiden vijf jaar minder dan voor laagopgeleiden. Op basis van deze gegevens slaan de onderzoekers vrolijk aan het rekenen.

Wat hieraan niet klopt? Nou, dat het aantal potentiële arbeidsjaren hemelsbreed verschilt van het aantal feitelijk gewerkte jaren. Over het hele arbeidzame leven bekeken hebben hoogopgeleiden vaker werk dan laagopgeleiden en werken ze bovendien meer uren per week. Laagopgeleiden doen dan ook langduriger beroep op de sociale zekerheid.

Als je dus al het aantal AOW-jaren wil vergelijken met het aantal gewerkte jaren moet je als onder-zoekers wel de feitelijke gewerkte jaren nemen. Anders speel je vals.

Weten de onderzoekers dit dan niet? Toch wel, blijkt uit een voetnoot. Want daar schrijven ze, met als bron het Centraal Planbureau: ‘Van de publieke verzekeringen tegen ziekte, arbeidsongeschiktheid en langdurige werkloosheid wordt vele malen meer gebruik gemaakt door lager opgeleiden. Dit nuanceert het beeld ook weer.’ Waarom dan de valse som gemaakt?

Dan de logica. Wat is er logisch aan een vaste verhouding tussen (feitelijke) arbeidsjaren en AOW-jaren? Niets, eerlijk gezegd. Onze AOW is een inkomensvoorziening die de hele bevolking een basisinkomen garandeert vanaf zekere leeftijd, juist ongeacht hun arbeidsverleden.

Wie nooit een dag in zijn leven heeft gewerkt (en dus ook nimmer een cent AOW-premie heeft betaald), krijgt op de AOW-leeftijd toch een levenslange uitkering. En dat is maar goed ook, anders zou zo iemand van de honger omkomen. Deze twee kenmerken zijn voor de AOW cruciaal: het is een voorziening en geen verzekering; het arbeidsverleden doet er niet toe. Juist vanwege deze kenmerken is de AOW scherp nivellerend.

De link tussen arbeidsverleden en de hoogte van het oudedagsinkomen ontstaat in Nederland pas bij de aanvullende pensioenen. Hier wordt pensioenpremie ingehouden op loon en bouwen mensen pensioenrechten op aan de hand van het aantal gewerkte jaren en uren per week. En omdat laagopgeleiden inderdaad korter leven dan hoogopgeleiden, zijn de aanvullende pensioen denivellerend. Laagopgeleiden dragen per saldo bij aan het aanvullende pensioen van hoogopgeleiden.

Is het ‘logisch’ een link te leggen tussen AOW-leeftijd en opleidingsniveau? Nee, en wie dat bedenkt, snapt de fundamenten van het Nederlandse pensioenstelsel niet. En als onderzoekers dan ook nog willens en wetens valse sommen gaan maken, ben ik er wel weer klaar mee. Bah.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.