COLUMNArthur van Amerongen

Als kind wilde ik maar één ding: vluchten

Uitgerekend op de Dag des Heeren wil ik aan mijn Grote Portugese Treinroman beginnen maar de Algarve-boemel rijdt vandaag zeer sporadisch. De stationsrestauratie in Olhão zit potdicht, het is bloedheet en bovendien heb ik geen mondkapje bij me. In de Correio da Manhã las ik dat een máscara verplicht is in het openbaar vervoer als onderdeel van de terugkeer naar de sleur van alledag, op straffe van een boete van 350 euro. Nog vier maanden, 4000 kilometer spoor en 500 stations te gaan. De moed zakt mij nu reeds in de schoenen.

Ik kan natuurlijk een paar uur wachten op de trein naar Fuseta maar ook over het spoor gaan wandelen, zoals hobo’s in de Verenigde staten deden tijdens de Great Depression. Die waren echter dakloos en op zoek naar een baantje, terwijl ik behuisd ben en veins dat ik werk.

Spoorlopen is niet fijn, want de bielzen liggen te dicht bij elkaar. Daartussen wemelt het van vlijmscherpe kiezel, grind en ander gesteente. Ik ben fakir noch masochist.

Gelukkig loopt er langs het spoor een geitenpaadje, overwoekerd door brandnetels, cactussen en distels maar minder irritant dan het ballastbed onder de rails.

Een draisine, een soort lorrie die op spierkracht over de rails rijdt, zou nu handig zijn. Die zag ik vroeger wel eens in stomme films of in Comedy Capers maar het kan ook bij de Road Runner zijn geweest.

De draisine en de hobo staan voor mij gelijk aan vrijheid want als kind wilde ik maar één ding: vluchten. 

Runaway child, runaway wild.

Acht jaar geleden stapte ik met mijn schaarse bezittingen in een rugzak uit op het stationnetje van Fuseta, acht kilometer verderop. Ik wil die sensatie van ultieme vrijheid opnieuw beleven maar nu zonder drie blaffende, zeer nerveuze honden.

Al mijmerend langs het spoor raak ik licht bedwelmd door de geur van eucalyptus, lavendel en de weeïge moeraswalm. De sentimental journey naar Fuseta is een weldaad voor mijn toch wel drukke geest. 

Ik passeer de apeadeiros van Marim en Bias. Een apeadeiro is een halte, een opstapplek. Vroeger vertrokken straatarme Portugezen hier naar Frankrijk en elders, op zoek naar het geluk. Nu zijn de ooit spierwitte gebouwtjes vervallen, de ramen dichtgemetseld en de muren onder gekliederd met graffiti. 

Iets voor Bias staat een wit bordje met een zwarte S. Ik google en lees: Indicador de Aviso Sonoro. Als de machinist dat bordje ziet, moet hij toeteren. Maar hier steekt zelfs geen kip meer over.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden