Column Chris Oostdam

Als kankerpatiënt met wie het relatief goed gaat, heb je geen leven als je alleen maar bezig bent met de korte termijn

Chris Oostdam (63), rechter in Assen, schrijft elke eerste woensdag van de maand over haar leven sinds ze terminaal longkankerpatiënt is.

De bus van het Bevolkingsonderzoek borstkanker stond bij het Multifunctioneel Centrum in het nabijgelegen dorp. De dames van het yogaclubje spraken erover. ‘Ik ben altijd toch wel zenuwachtig als ik ben geweest’, zei een van hen. ‘Ik vind het altijd weer spannend om de envelop met de uitslag open te maken.’ Anderen bevestigden dat. ‘Je bent er dan zo mee bezig’, zei een ander, ‘wat als het niet goed is?’

Ik herkende dat niet zo. Ik doe altijd braaf mee met al die bevolkingsonderzoeken: borstfoto (pijnlijk), uitstrijkje (ook niet fijn) en sinds een paar jaar ook het onderzoek naar darmkanker, waarbij je met een staafje in je poep moet prikken en dat dan moet opsturen (gedoe). Prachtig, dat dat in ons land zo goed geregeld is. Maar ik maakte me er eigenlijk nooit zo’n zorgen over. Als na een dag of tien de envelop in de bus viel, dacht ik: o ja, de uitslag van het onderzoek.

‘Ben jij al geweest?’, vroeg er een aan mij. ‘Nee’, zei ik, ‘ik ben onder behandeling voor kanker en er wordt elke twaalf weken een scan gemaakt van mijn borstkas. Als er iets mis zou zijn met een van mijn borsten, komt dat vanzelf naar voren.’

‘Oh, wat erg, die spanning elke keer! Zit je dan niet vreselijk in de rats?’, was de reactie.

Om eerlijk te zijn: nee. Ergens ben ik ervan overtuigd dat als het weer misgaat, ik dat zelf in de gaten zou hebben, nog voor de scan het uitwijst. Voor bijna alle mensen geldt dat ze niet weten wanneer ze doodgaan of hoelang ze nog hebben. Dat is voor mij niet anders, al is mijn echte langetermijnperspectief verdwenen, omdat vrijwel vaststaat dat ik geen 80 ga worden. Maar mijn ervaring is dat je als kankerpatiënt met wie het relatief goed gaat, geen leven hebt als je steeds alleen maar bezig bent met de heel korte termijn. Als je niet vooruit durft te kijken naar volgend jaar. Als je geen plannen durft te maken voor de niet zo verre toekomst. En mocht het dan onverhoopt anders lopen: het zij zo. Ik heb die kutziekte nou eenmaal.

Maar toen ik een paar weken terug de griep kreeg en echt ziek was, met koorts en al, werd ik toch nerveus. Ik had al in geen twintig jaar meer echt griep gehad. Ik was weleens verkouden of snotterig, met een schrale rode neus en een rauwe keel, maar meer niet. En nu dit ineens.

Ik heb van het UMCG een lijst met mogelijke bijwerkingen van de immunotherapie gekregen en een telefoonnummer waarop 24/7 een verpleegkundige te bereiken is voor overleg, als een van die bijwerkingen zich voordoet. Koorts, hoesten, hoofdpijn en algehele slapte, ze staan er allemaal op. Toen de koorts opliep naar bijna 40 graden, heb ik toch maar even gebeld. Weg stoerheid, ik had behoefte aan de geruststelling van een deskundige. Zo dun is dat vertrouwen in mijn lijf dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden