Column Max Pam

Als je Michael Moore met flink wat korrels zout neemt dan valt er in zijn nieuwste film veel te genieten

Journalist en filmmaker Michael Moore is vanwege zijn demagogische aanpak wel eens vergeleken met Joseph Goebbels. Die vergelijking gaat nogal ver, maar in het geval van Moore hoef je niet al te fijnzinnig te zijn. In zijn nieuwste film, Fahrenheit 11/9, wordt Donald Trump door Moore vergeleken met Adolf Hitler, waarbij Moore er niet voor terugschrikt historische beelden te gebruiken van de Kristallnacht en van Hitlers toespraak op een partijcongres van de NSDAP. In stemgeluid en beeld vloeit Hitler letterlijk over in Trump.

Overdrijven is een wapen van de demagoog. Liegen is een ander wapen. Volgens Tim Krabbé heeft Moore in zijn succesfilm Bowling for Columbine willens en wetens gelogen. Krabbé, die het uitzocht in zijn boek Wij zijn, maar wij zijn niet geschift, schrijft dat de leerlingen die het bloedbad aanrichtten – Eric Harris en Dylan Klebold – de avond voor de slachtpartij helemaal niet zijn gaan bowlen, maar dat Moore die wetenschap bewust uit zijn film heeft gelaten, omdat hij de weinig sensationele werkelijkheid niet kon gebruiken voor het verhaal dat hij wilde vertellen.

Toch heb ik een zwak voor Michael Moore. Zijn boek Here Comes Trouble, een soort autobiografie, heb ik destijds (2012) met het grootste genoegen gelezen. Hij is geestig, staat (meestal) voor de goede zaak en is niet bang om in vol zwerversornaat op autoriteiten af te stevenen en hen in ondiplomatieke bewoordingen te confronteren met allerlei pijnlijke tekorten.

In plaats van autoriteiten zou ik misschien beter de uitdrukking ‘de boven ons gestelden’ kunnen gebruiken, want Michael Moore lijkt zowel uiterlijk als innerlijk erg op Theo van Gogh. Vanuit hun eigen onderbuik weten (wisten) zij ook instinctief wat er leeft in de onderbuik van de samenleving. Van Gogh herkende de impact van Pim Fortuyn en Moore voorspelde als een van de weinige linkse Amerikanen een zege voor Donald Trump.

Ook in Fahrenheit 11/9 zijn we weer getuige van Moore’s werkwijze. Gewapend met handboeien zoekt hij in Michigan gouverneur Mark Snyder op, de man die uit winstbejag het waterschandaal veroorzaakte in de stad Flint. Als het niet tot een arrestatie komt, rijdt Moore met een tankwagen naar het privé-huis van Snyder en spuit als een jongetje dat over het hek pist, de tuin van de gouverneur vol met vergiftigd water. Erg grappig en dik verdiend voor deze politicus, die zo schaamteloos zijn eigen bevolking ziek heeft laten maken.

Flint is toevallig ook de geboortestad van Moore en daarom is het niet toevallig dat hij van het waterschandaal een belangrijke verhaallijn maakt. Hij lijkt zijn verhaal op een chaotische wijze te vertellen, maar het effect is dat de ontknoping als een verrassing komt. Omdat gouverneur Snyder een vriend is van Trump en ook publiekelijk door hem wordt gesteund, wekt Moore aanvankelijk de indruk dat hij het waterschandaal in de schoenen gaat schuiven van Trump en de op geldbeluste Republikeinen.

Maar dan volgt de tournure. Terwijl de bevolking van Flint wegkwijnt van het lood in het drinkwater, brengt de Air Force One de toen nog regerende president Obama naar Flint. ‘Hope’ was de slogan van Obama en de Flintenaren hebben al hun hoop op hem gezet, maar in één klap slaat de president alle hoop de bodem in door demonstratief een slok leidingwater te drinken. Een daad waarmee hij zich schaart achter het ziek makend gedrag van Snyder. Aldus Moore.

De moraal van de vertelling wordt daarmee ook in één klap duidelijk: het zijn de Democraten geweest die met hooghartig gedrag de weg hebben gebaand voor Trump. De Democraten hebben het contact met de gewone bevolking verloren en zullen daar zwaar voor worden gestraft. Eigen schuld, dikke bult. Deze opvatting wordt in ons eigen kabouterland voortdurend uitgedragen in de Volkskrantcolumns van Derk Jan Eppink.

Als je de demagogie van Moore met flink wat korrels zout neemt en je hem – net als Theo van Gogh – wilt beschouwen als een goedmoedige dikzak die de provocatie nodig heeft om de schaamte over zijn eigen mismaaktheid te overwinnen, dan valt er in Fahrenheit 11/9 veel te genieten. Het begin van de film is ronduit meesterlijk: hilarisch gemonteerde beelden van Democraten die met een arrogant zelfvertrouwen denken dat zij de verkiezingen al hebben gewonnen, terwijl bij Trump en de zijnen de avond begint in de zure overtuiging dat er aan het einde niets te vieren zal zijn. En dan langzaam de bijna ongelooflijke omslag: de totale implosie bij de Democraten en het stijgende onbegrip bij de Republikeinen die niet weten of ze wel moeten juichen.

In 1948 versloeg Truman tegen alle polls en verwachtingen in zijn rivaal Dewey, maar dit is nog gekker. Ondanks alles, geweldig dat ik dit mag meemaken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden