Opinie Column

Als je jong bent is het leuk om jarig te zijn. Als je 53 wordt, kan die verjaardag je gestolen worden

Sylvia Witteman.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie 

Als je jong bent, vind je het leuk om jarig te zijn, als je ouder wordt, vinden alleen je kínderen het nog leuk dat je jarig bent (taart, dronken opa die tientjes uitdeelt) en als je 53 wordt, kan die hele verjaardag iedereen gestolen worden.

Behalve dan Bol.com, Wehkamp, T-Mobile en een sanitairverzendhuis waar ik elf jaar geleden eens een douchekop heb besteld; s ochtends heel vroeg al werd ik per mail overladen met hun warmste felicitaties. Vervolgens kreeg ik van huisgenoot P. een bos rozen, dertien stuks, niet omdat hij Satan aanbidt, maar gewoon omdat de bloemenman er nog precies dertien had. Nou ja, voor bijgelovigheid ben ik te oud.

In de badkamer kwam ik mijn jongste zoon tegen. Ik strekte mijn armen al uit naar zijn pezige lijfje voor een feestelijke omhelzing, toen hij met een grafstem mededeelde dat hij ‘heel nodig moest poepen’. Daarna gleed ik uit op de natte vloer en viel tegen de badrand. Toen ik weer rechtop stond kreeg ik van mijn fris geschoren oudste zoon een paar klapzoenen waardoor ik de rest van de dag doordringend naar Calvin Klein zou ruiken, en wég was iedereen.

Wat nu? Tegen elven zou mijn moeder verschijnen. Naar de bakker dan maar, voor een taart. Ik houd niet van taart, en mijn moeder ook niet, maar ja, ‘maxima est enim vis vetustatis et consuetudinis’ (‘op een verjaardag vreet je nu eenmaal taart’), zoals beroepsouwehoer Cicero al zei.

Waar was mijn fiets?! Mijn fiets was weg! Mijn liefste, mijn énige vriend in dit aardse tranendal, mijn goede, oude roestige engel met zijtassen vol natte theedoeken, lege colablikjes en verkruimelde Blokkerfolders: weg. Ruw op een aanhangwagen gesmeten, onderweg naar een of ander schimmig oostblokland. Die dertien ellendige ongeluksrozen!

Zo kwam het dat verbaasde voorbijgangers een 53-jarige vrouw als een machteloze kleuter tegen een fietsenrek konden zien schoppen en vervolgens naar de bakker zien lopen (lópen!) om met rode ogen en trillende lip een citroenmeringuetaart aan te schaffen.

Toen ging de telefoon. Mijn zoon, dat hij even mijn fiets had geleend, want ...mama, sorry, heel erg sorry! Ik dacht, je hebt hem toch s ochtends niet nodig en... Jezus, mama, húil je? Sorry, ik dacht écht...’

‘Jij móet niet denken, eikel, riep ik. ‘Dat moet je een paard laten doen, dat heeft een groter hoofd en meer tijd.’ Op de automatische piloot ging ik nog een tijdje door met schelden, maar in mijn hart voelde ik een warme wolk van geluk opstijgen. Mijn fiets! Mijn lieve fiets! Hij was er nog!

In geen jaren had ik me zo jarig gevoeld. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.