Paulien Cornelissein 150 woorden

Als je in gezamenlijk enthousiasme verkeert, moet je dat zo lang mogelijk vasthouden

‘Ben jij ook een mama?’, vroeg het jongetje aan me. Ik zag zijn moeder schrikken, misschien was dit wel gênant of pijnlijk voor mij. Nee hoor, een makkelijke vraag en een makkelijk antwoord. ‘Ja’, zei ik, ‘ik ben ook een mama. Maar mijn kind zit op school nu.’ De moeder van het jongetje legde uit: ‘Die is dan misschien al vier, of ­ouder!’

‘Ja’, zei ik, ‘die is vier. Hoe oud ben jij?’

‘Twee’, antwoordde het jongetje, en stak ter illustratie twee vingers op. ‘Wow’, antwoordde ik.

‘En dan word ik drie’, vertelde hij, ‘en daarna word ik vier!’

‘En dan mag je ook naar school!’, juichte ik.

‘Ja!’, riep hij, ‘maar nu ga ik naar Almere!’

‘En dat is ook heel erg leuk!’, zei ik, want als je in gezamenlijk ­enthousiasme verkeert, moet je dat zo lang mogelijk vasthouden. ‘Heel erg leuk’, beaamde het jongetje. Hij dacht even na en riep toen: ‘Toppie!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden