GastcolumnDanka Stuijver

‘Als je hoest moet je thuisblijven trut!’

Tijdens het hardlopen adem ik een vliegje in. Het gevolg is een hysterische hoestbui. Terwijl ik de tranen van mijn wangen veeg, maak ik oogcontact met een voorbijganger die mij op veilige afstand gadeslaat. Type heel grote man met heel klein hondje. Ik steek mijn duim omhoog om aan te geven dat ik niet stik. Hij reageert met een empathisch: ‘Als je hoest moet je thuisblijven trut!’. 

Misschien had hij een paar maanden geleden wel ‘Gaat het?’ geroepen of mij zelfs een slokje water aangeboden. Maar de tijden zijn veranderd en deze man gaat luid en duidelijk met zijn tijd mee.

In deze coronatijd houden we elkaar goed in de gaten. Een glijdende schaal van solidariteit en elkaar met een calvinistisch vingertje terechtwijzen. Een BBQ wordt beëindigd als gevolg van een tip van een verklikker in de buurt (de RIVM-NSB’er). We gaan in het diepste geheim naar opa en oma zonder sporen, in de vorm van foto’s op sociale media, achter te laten. In de supermarkt ontstaan opstootjes om het laatste flesje handzeep of wegens vermeend ‘spookrijden’ met het boodschappenkarretje. En wie het waagt om te hoesten in het openbaar, kan rekenen op een uitbrander.

Normaal

‘Doe even normaal’ had ik naar de grote man met zijn kleine hondje willen roepen. Een typisch nuchtere en veelgebruikte Nederlandse opmerking, maar momenteel volstrekt waardeloos. Want wat is de definitie van het nieuwe normaal? Daarover zijn de meningen verdeeld. 

Ook de RIVM-voorschriften worden niet op uniforme wijze geïnterpreteerd. Net zo min als de bijbel. Ik heb mij altijd afgevraagd hoe het kan dat zoveel verschillende religieuze stromingen één en hetzelfde boek als leidraad gebruiken. Nu met de RIVM-voorschriften begin ik dat te begrijpen. De een is zeer streng in de RIVM-leer, de ander een stuk vrijer. 

Een glaasje wijn in de tuin met een paar vrienden? ‘Dat moet kunnen zolang je maar op afstand blijft’, vindt de een. ‘Nee. Je blijft nog steeds thuis behalve voor absoluut noodzakelijke dingen en dan alleen als je geen klachten hebt’, zegt een ander. En met het versoepelen van de maatregelen ontstaat nog meer ruimte voor eigen interpretatie en invulling.

Opa in de speeltuin

De eerste week van de maatregelen zag ik in de speeltuin een opa van begin 70 met zijn kleindochter. Hij kreeg sluikse en afkeurende blikken. Een jonge vrouw mopperde: ‘Voor mensen zoals hij is het restaurant van mijn man gesloten en hij lapt de regels aan zijn laars.’ Inmiddels groeit het aandeel grijze coupes in de speeltuin gestaag. En iedereen, van jong tot oud, ‘vindt daar wat van’. 

Ook onder artsen ontstond hierover een discussie. Op Facebook. De ene arts vond dat het nu juist het moment was om met de kleinkinderen naar opa en oma te gaan want straks als de kinderen weer naar school gaan, is de kans veel groter dat ze met het virus in aanraking komen. De ander vond dat zeer onverstandig. Iemand noemde dat je als arts een voorbeeldfunctie hebt en de voorschriften nauwgezet dient op te volgen. Weer een ander vond dat iedereen een eigen afweging moest maken. Maar de acties van de een beïnvloeden het risico op besmetting voor de ander. Dus de ‘eigen afweging’ is in deze context een relatief begrip.

Waar het op neerkomt is dat niemand echt weet wat wijsheid is als het om het coronavirus gaat. We missen houvast en een gevoel van controle. Zeker nu, met het geleidelijk afbouwen van de maatregelen. Daar worden we onrustig van. De een zoekt dekking door toch binnen te blijven, de ander wordt kribbig. Op een andere klant in de supermarkt die te dichtbij komt. Op iemand die in het openbaar hoest. Of op Mark Rutte en Jaap van Dissel. Omdat ze te streng zijn. Of juist te laks. 

Dealen

Laten we niet vergeten dat zelfs in het Outbreak Management team niemand eerder met dit bijltje heeft gehakt.  Dit team heet bewust een Management Team en geen Control Team want echt controle hebben we niet. Daar moeten we mee dealen. Continu zullen maatregelen worden versoepeld en dan weer worden aangescherpt. En continu zal de afweging worden gemaakt of daarmee de voordelen voor de ene groep opwegen tegen de nadelen van de andere. 

De mensen wier bedrijf failliet is gegaan, weten straks exact wat de coronacrisis hen heeft gekost. De mensen die zonder maatregelen zouden zijn besmet en wellicht zelfs zijn overleden hebben daar geen weet van. Gegarandeerd dat er straks geluiden opgaan dat de prijs te hoog was, dat het land kapot is gemaakt door de maatregelen, dat zelfs de gezondheidsgevolgen van de economische crisis groter zullen zijn dan door het coronavirus zelf. Maar wat gebeurt er als we niks zouden doen? Ik weet het niet. 

Wat ik wel weet is dat ik aan het hardlopen een bittere nasmaak heb overgehouden. En dat komt niet door het vliegje.

Danka Stuijver is huisarts en in de maand mei gastcolumnist op zondagen op volkskrant.nl/opinie. Ze schreef eerder in de rubriek ‘Dagboek van een huisarts’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden