ColumnAaf Brandt Corstius

Als je het opvat als een rouwproces ben ik van woede naar depressie naar berusting gegaan

Ergens in de kop van Noord-Holland, aan een weg waar je ook pioenrozen kunt kopen, staat op de kruising een grote, grijze nachtclub met op de voorgevel een immens geel spandoek. ‘Fuck Corona’ staat erop. Je kunt het er niet mee oneens zijn.

Toch merk ik aan mijn eigen coronagrafiek dat ik inmiddels op een ander punt zit. Je hebt van die mensen die, als ze op vakantie gaan, zeggen: ‘Pas in de derde week voel ik écht dat ik vakantie heb.’ Dit is vooral een smoes om heel lang op vakantie te gaan.

Dat heb ik met corona. Pas in de zevende week ben ik geheel doordesemd van het feit dat dit gewoon de tijd is waarin wij leven. Ik was automatisch zeventig keer per dag mijn handen, ik bereken bij elk ding wat ik pak geroutineerd hoeveel andere mensen het mogelijkerwijs hebben aangeraakt, en bij bejaarden op straat kan ik nu in een nanoseconde inschatten of zij willen dat ik anderhalve meter of toch liever drie meter afstand neem.

Als je het opvat als een rouwproces ben ik van woede naar depressie naar berusting gegaan. Al roept die berusting ook paniek bij me op: ik ga me hier toch niet bij neerleggen? Nee! Alleen een volk dat voor tirannen zwicht, et cetera. Bovendien is het een raar soort berusting, want je denkt nog steeds de hele dag elke minuut aan dat kutvirus, zoals Mark Rutte het in besloten kring schijnt te noemen. En die gedachte vormt een permanente ruis in je hoofd. Alleen ben je aan die ruis gewend geraakt.

Maar goed, ik ben dus rustiger. We fietsten door de kop van Noord-Holland naar een al even rustig strand (echt rustig! Ik heb me aangewend om bij elke plek die ik bezocht heb, bezwerend te vermelden dat het daar uitgesproken RUSTIG!!!! was). Daar kochten we bij een krokettenloket vier kroketten om de strandtent te steunen – want ik koop ook niet meer, ik steun. Daarna ging ik languit in het zand liggen, met mijn handen onder mijn hoofd.

Ik schoof wat takjes onder mijn hoofd weg en dacht: moet ik niet kijken of dat wellicht afval is dat door andere mensen is aangeraakt, en toen zei ik tegen mezelf: laat het toch. Je ligt op een strand. Het strand heeft geen corona. Ontspan.

Na een tijdje ontspannen zei ik tegen mijn kinderen: ‘Het ruikt hier heel erg naar hondenpoep.’ Ik richtte me op, keek naar mijn handen, en ze zaten vol verse hondenpoep. Ik rende naar zee, spoelde lang en hardhandig mijn handen af, pakte de tube met desinfecterende gel die ik altijd bij me heb, en smeerde mijn handen in.

Ik had zeker tien minuten helemaal niet aan corona gedacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden