column Erdal Balci

Als je economische groei de schuld geeft van de klimaatcrisis, is armoede wat je oogst

De jongedame die op een bijeenkomst van de Amerikaanse Democraten met veel overtuiging stelde dat we de kinderen moeten opeten als maatregel tegen het klimaatcrisis, bleek achteraf een trol te zijn. Toen ik op sociale media aangaf dat ik haar zin ‘we have to eat the children’ zo sterk vond en dat het zowaar door Stephen King geschreven had kunnen zijn, werd ik op het satirische werk van de Ierse priester Jonathan Swift geattendeerd. Swifts ingeving was om de arme kinderen als voedsel aan de rijken te serveren. Drie eeuwen na Swift is het weer tijd om kinderen in de armoede aan tafel te halen. Niet om ze om op te eten, maar om ze ander slecht nieuws te geven.

Met de klimaatcrisis in het achterhoofd passen mensen hun eetgewoonten aan. Ook staan steeds meer mensen anders tegenover het economische systeem dat drijft op consumptie en groei. Overal hoor en lees ik de laatste jaren dat het wel wat minder kan met de economische groei. Klimaatboegbeeld Greta Thunberg gaf in haar welbekende toespraak op de VN-conferentie de wereldleiders dan ook eerst op hun donder vanwege hun verraad van de jongere generaties, om daarna te onderstrepen waar het ideologisch eigenlijk allemaal om draait: ‘All you can talk about is money and fairytales of eternal economic growth.’

Het steeds meer aan populariteit winnende gedachtegoed komt erop neer dat de mens er een puinhoop van heeft gemaakt, dat die mens door zijn hebzucht de gezondheid van de planeet op het spel heeft gezet en dat het nu tijd is in economisch opzicht een pas op de plaats te maken. Maar wat het afscheid van de ambitie van een duurzame economische groei betekent, waar de beoogde economische krimp de wereld naartoe gaat leiden, daarover wordt liever geen openheid van zaken gegeven.

De waarheid is dat als je de economische groei tot de boosdoener uitroept, je daarmee in feite zegt dat bedrijven niet meer moeten groeien, dat nieuwe investeringen niet meer wenselijk zijn, dat banen maar moeten verdwijnen en dat iedere stad een leger van werklozen zal hebben, maar dat we daar nu eenmaal niets aan kunnen doen. In deze neerwaartse spiraal klopt sneller dan alles en iedereen een oude bekende op de deur: de armoede.

Dat honderden miljoenen Chinezen niet meer straatarm zijn, hebben ze te danken aan het feit dat hun overheid vanaf 1978 de ambitie van de structurele economische groei heeft gecombineerd met de principes van de vrije markt. India is vanaf de jaren negentig begonnen met het omarmen van de economische groei als de remedie tegen armoede. Sindsdien hebben 200 miljoen Indiërs zich uit de houdgreep van de absolute armoede kunnen ontworstelen. Volgens onderzoek van de Wereldbank neemt armoede af, maar moet bijna de helft van de wereldbevolking het nog steeds doen met minder dan 5,50 dollar per dag. En nu wordt dus geopperd dat die mensen geen hoop meer moeten koesteren om uit die armoede te geraken. Want, economische groei, CO2, klimaat...

Ikzelf groeide op in een land zonder economische groei. In die omstandigheden van economische krimp sleep mijn zus in het licht van twee kaarsen onze potloden met een broodmes. Potloodslijpers waren een luxe bij ons. Ik was kleuter en huilde als rouwende walvissen om vader die ons had achtergelaten omdat in een ver land wel economische groei en werk was.

Later bracht hij ons ook naar dat land. Ik weet dat hij een keer duizend gulden in een envelop deed, de regen in liep en naar de corrupte bedrijfsleider van de wasserij in Zaltbommel vertrok om met hem te ‘praten’ over een baantje voor mijn werkloze zus. We waren een keer naar de dokter gegaan, de man zag de gaten in mijn schoenen en schudde afkeurend het hoofd. Het waren de deprimerende jaren tachtig, de economische groei kwam maar niet op gang. We verlieten de kamer van de dokter, tranen op mijn wangen, een brok in vaders keel.

Met zo’n verleden ben ik dus niet de persoon voor het gesprek met de kinderen. Hoe zeg ik ze dat ik zelf wel uit de armoede heb mogen komen, maar dat zij daar geen recht meer op hebben? Ik doe dit land van de vrij stabiele economische groei een nieuw spreekwoord cadeau en laat dat moeilijke gesprek liever aan anderen over. ‘De boer komt de winter wel door maar vergeet nooit meer de kou in zijn klompen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden