ColumnDirk poetst

Als irritatie plaatsmaakt voor ingehouden woede, begin ik te fantaseren over een roman

Boekverkoper Dirk Meuleman (63) schrijft voor de Volkskrant een tiendelige reeks over zijn ervaringen als invalkracht in de thuiszorg.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

’s Ochtends krijg ik van de zorgorganisatie een alarmerende mail over huiselijk geweld, en over onze plicht als zorgpersoneel om deze groeiende misstand tijdig te signaleren.

Later op de dag signaleer ik in de piepkleine woning van mijn tot nu toe jongste cliënt – hij is 29 – een variant: huishoudelijk geweld. Het nauwelijks 40 vierkante meter tellende vloeroppervlak van meneers woning ligt bezaaid met wasgoed en schoenen. Her en der staan plastic en papieren tassen. Op het aanrecht staat de vuile vaat tot gevaarlijke hoogte opgestapeld. De gootsteen is tot de rand toe gevuld met brak spoelwater en vette borden.

Of ik een beetje wil opruimen, stofzuigen en afwassen. Een beetje wil ik dat wel. Veel verder zal ik in de anderhalf uur die ik heb helaas niet komen, wat had ik me hier graag volledig uitgeleefd. Mijn jas leg ik op het bed, de enige plek waar nog wat ruimte vrij is. Ik ga onmiddellijk aan de slag. Dan gaat de bel. Een vriend van meneer komt de trap op. ‘We gaan zo een boodschap doen’, is de verklaring voor zijn komst. Daaruit concludeer ik dat ook de vriend een zorgtaak vervult: mijn jonge cliënt is gedeeltelijk verlamd. Officieel mag ik niet schoonmaken als de cliënt zelf niet thuis is. Ik besluit de regel met voeten te treden. Zo heb ik even de ruimte.

Als ze zijn vertrokken, stort ik me op de aangekoekte pannen. Afspoelen kan best met één arm, bedenk ik, en ik voel irritatie opkomen. Bij het leeghalen van de spoelbak grijp ik ook nog eens bijna in een flinke glasscherf. Tien minuten later zijn beide heren alweer terug, in gezelschap van een wederzijdse vriendin. De boodschap bleek een bezoekje aan de coffeeshop om de hoek. Ik word voorgesteld als ‘Dirk die schoonmaakt’. Terwijl de vriend een enorme joint draait, zijn meneer en mevrouw druk doende met hun telefoon. Grappige filmpjes en bewerkte foto’s worden becommentarieerd. Op lange stilten volgt bulderend gelach. Dan komt het onderwerp eten ter sprake. Over en weer worden suggesties gedaan voor de te bezorgen maaltijd van die avond.

Of ik ook de koelkast wil schoonmaken, vraagt de vriend, ‘die is wel heel erg smerig.’ Mijn irritatie heeft inmiddels plaatsgemaakt voor ingehouden woede. Om een uitbarsting te voorkomen, schrijf ik in mijn hoofd verder aan mijn Grote Utopische Roman. Het is het jaar 632 na Trump. In de ideale samenleving die is ontstaan behoort de Zorgplicht tot de Dertien Plichten. Het signaleren van huishoudelijk geweld staat hoog in het vaandel van De Vriendelijke Macht (DVM). Elk sociaal samenzijn dient te worden voorafgegaan door een grondige inspectie van de te betreden Leefomgeving. Pas als het bezoek een in hygiënisch en praktisch opzicht aanvaardbare en veilige ambiance heeft gecreëerd, mag het ontspannen. Wie zijn verplichting niet nakomt, wordt verbannen naar Verboden Terrein.

Ik kom weer wat tot rust. En ben even later gewoon in staat om op vriendelijke toon te vragen of dame en heren wellicht bereid zijn hun benen op te tillen, zodat ik ook onder de tafel kan zuigen. ‘Natuurlijk, ga je gang.’ Zonder op te kijken doen ze wat ik vraag. Ik besluit dat DVM morgen nog een algeheel verbod instelt op het gebruik van media in gezelschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden