Column Thomas van Luyn

Als ik waardeloze shit zou leren waarderen, zou er voor mij netto meer schoonheid in de wereld zijn

Beeld Valentina Vos

Spotify raadt me steeds kutmuziek aan. Nou neem ik dat soort suggesties heel serieus. Big Tec weet alles van me, dus als zij denken dat kutmuziek echt iets voor mij is, dan kan ik dat niet zomaar wegwimpelen. Maar er gaat iets fout. Tot vrij recent nam ik met plezier kennis van waarmee het Zweedse muziekstreamingbedrijf mijn playlist ‘discover weekly’ had gevuld. Da’s knap, want ik ben geen makkelijke patiënt als het om muziek gaat. Bravo Spotify. Nu lijkt er echter iets misgegaan te zijn in het algoritme. Mijn lijst stroomt ineens vol met zowel onbeluisterbare bagger als totale fokking kutzooi, twee genres waar ik normaal gesproken niet veel mee heb. Natuurlijk, smaken verschillen, en ik heb niets dan respect voor hen die af en toe languit op de bank gaan liggen met een spinnende poes op de buik, om eens heerlijk te luisteren naar die lelijke bagger, ik verwelkom diversiteit in al haar vormen. Echter, net zoals ik me niet geroepen voel om van dichtbij langdurig een kakkende junk te observeren, zo dwing ik mezelf liever niet om aandachtig naar dat soort muziek te luisteren. En ik heb het echt geprobeerd, als investering in de toekomst: als ik immers waardeloze shit zou leren waarderen, zou er voor mij netto meer schoonheid in de wereld zijn.

En dat is hard nodig in mijn sportschool. Daar draaiden ze altijd lekkere nummers, motiverend bij de inspanning die nodig is om mijn vadsige strandlichaam weer winterhard te maken (in de winter moet je fit en sterk zijn, in de zomer mag je slap en dik zijn – mensen zien dat vaak verkeerd om) Je weet wel, beetje gay, beetje dancy, loungy, housy vrolijke, fitte muziek. Maar mijn gym is overgenomen door een grote keten. En laat die nou nét een voorkeur hebben voor dezelfde kutmuziek waardoor mijn Spotify-playlist is overgenomen! En op een volume dat dwars door mijn koptelefoon heen beukt.

Welk subgenre van herrie heb ik het dan over, wilt u nu weten. Als u er niet bekend mee bent is het moeilijk uit te leggen, maar het is een gezongen hiphop waarbij de vocalist zich in het lage spreekregister beperkt tot maximaal drie noten, althans, welke noten hij echt zingt zal niemand ooit weten, want het is de autotune die ze voortbrengt. De beat is langzaam, het akkoord (het is er nooit meer dan één) in mineur. De tekst is iets met liefdesverdriet en bitch en fuck. Het zuigt alle levensvreugde uit je. Je kijkt naar de gewichten en denkt: ja, die kan ik wel optillen, maar dan moet ik ze weer neerzetten. Wat heeft het allemaal voor zin? Waar is de coffeeshop?

Ik besloot te klagen bij de knul aan de balie. Dat gaat ver, ja, maar misschien wisten ze niet dat hun klanten lusteloos en lethargisch in de apparaten hingen. Misschien zaten stonede uitzendkrachten, als de baas weg was, aan de geluidsinstallatie. De knul van dienst was gelukkig even in gesprek met de sappendrinkende kletskous (elke sportschool heeft er één). Net op tijd realiseerde ik me dat ik op het punt stond om te klagen dat de muziek slecht was en te hard stond. Oeps. Op de loopband nam ik me voor een noise-cancelling koptelefoon te kopen en gewoon te wachten tot de dingen beter worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden