COLUMNIbtihal Jadib

Als ik met een drone over Nieuw-Zeeland vlieg, denk ik niet aan de 70 miljoen Amerikanen die op Trump stemden

Beeld Aisha Zeijpveld

Parelwitte stranden, een hypnotiserende, groenblauwe zee – Ibtihal Jadib is even helemaal weg van het grote gedoe.

Ik ben net terug van een droomvakantie op de Malediven. Na een leven lang fantaseren bleek het er exact zo uit te zien als de plaatjes in een reclamebrochure: de palmbomen stonden er netjes bij, het parelwitte strand was mooi aangeharkt en het zeewater bestond uit een hypnotiserend mengsel van heldergroen en blauw. Er waren nauwelijks andere vakantiegangers te zien, waardoor ik me op een privéstrand waande. De enige grief van het hele gebeuren zat ’m in het thuiskomen, want Nederland is toch best grauw, zo in november. Ik heb daarom meteen de volgende vakantie geboekt: vanavond ga ik naar Tahiti. Ja, dat leest u goed, ik neem het ervan. Zo’n lullig carpe-diemtegeltje ophangen in de wc is voor amateurs, ik hándel naar mijn dromen.

Zodra de kinderen vanavond in bed liggen, vertrek ik. Dan nestel ik mij op de bank met een fleecedekentje, thee en snaai en zet ik YouTube op. Na het invoeren van de zoektermen: ‘amazing’, ‘drone’ en ‘Tahiti’ verschijnt het aanbod en ben ik nog maar een klik verwijderd van de reis. Misschien doe ik ’es lekker gek, verander ik op het allerlaatste moment van bestemming, dat kan gewoon. 

Je moet wel even zoeken naar een drone die goed bij je past. Als het landschap te snel voorbijschiet, komt dat gejaagde gevoel op wanneer je de doorgeslagen toerist uithangt die alle bezienswaardigheden móét afvinken terwijl je eigenlijk liever op het strand had willen vegeteren. Een te langzame drone daarentegen gaat vervelen, niet elke zandkorrel hoeft te worden bestudeerd. Mijn favoriete filmpjes zijn die waarin er van een drone geen sprake is, maar van een cameraman die op ooghoogte filmt waardoor het net lijkt alsof je daadwerkelijk het vliegveld uit wandelt, de wachtende taxi instapt en naar het resort rijdt. Dan voel ik het tropische briesje al door m’n haren wapperen, al blijkt dat toch iedere keer m’n kat te zijn die op een paar losse krullen is gesprongen. Je moet voor de vakantietrips op Youtube trouwens wel wat schroom van je afwerpen want de bestemmingen zijn allemaal poepchic. Zo voelde ik me erg opgelaten toen het personeel van Joali Maledives mij applaudisserend stond op te wachten, compleet met een trommelende meneer. ‘Oh my.. thank you, thank you’, stamelde ik de eerste keer verlegen tegen de televisie, maar inmiddels vind ik het de normaalste zaak van de wereld. Bij nader inzien is het schandalig dat ik thuis nooit op die manier word ontvangen.

Mijn man vond het aanvankelijk een sneue aanblik, z’n vrouw kwijlend op de bank van alle reizen die ze nooit zal maken, maar laatst bleef hij toch meekijken. Het weldadige effect van de YouTube-vakantie is onweerstaanbaar. Als ik met een drone over Nieuw-Zeeland of Hawaï heen vlieg, hoef ik niet te denken aan de 70 miljoen Amerikanen die op Trump hebben gestemd. Ik hoef de betekenis daarvan niet op mij te laten inwerken, mij af te vragen hoe het kan dat een volslagen idiote president vier jaar lang infantiel kan bazelen en vervolgens toch van zóveel mensen een stem krijgt. Evenmin hoef ik na te denken over de gekmakende vraag waarom leraren hun veiligheid op het spel zetten als zij leerlingen iets willen bijbrengen over het precaire evenwicht tussen grondrechten. Kennelijk heb ik geen begrip meer van de genadeloze realiteit waarin we leven. Dan zijn die nepvakanties zo gek nog niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden