Column Chris Oostdam

Als ik er volgend jaar nog ben wil ik onze 25ste trouwdag vieren in Venetië

Drie weken na de eerste kuur krijg ik de tweede. Het voelt al bijna routineus: bloed prikken, wachten, consult bij de arts, wachten, naar het dagcentrum, infuus, wachten, en weer naar huis. Als de therapie aanslaat ziet de maandag er voor de komende twee jaar elke drie weken zo uit.

De drie weken tussen de eerste en de tweede kuur verlopen wisselend. Hoewel zich tal van bijwerkingen kunnen voordoen, merk ik er aanvankelijk niet veel van. Na een paar dagen krijg ik uitslag, vooral op mijn buik en rug, later over mijn hele lichaam. Het jeukt vreselijk. ‘Dat is geen slecht teken’, wordt mij verteld, ‘er gebeurt in elk geval iets in je lichaam.’ 

Ik krijg pillen en zalf, en de uitslag verdwijnt weer. Ik heb ook een paar dagen dat ik nauwelijks een hap door mijn keel kan krijgen. Met moeite lepel ik een minischaaltje yoghurt leeg. De ochtend daarop heb ik honger als een paard en eet ik smakelijk twee beschuitjes op.

In deze periode heb ik een controleafspraak bij de cardioloog. De bètablokker die ik slik om mijn hart rustig te houden, lijkt niet goed te werken, omdat ik toch vaak een onregelmatige hartslag heb. In overleg wordt besloten dat ik ermee kan stoppen. 

Prettig is ook dat de cardioloog vertelt dat er geen reden is om ons zorgen te maken over die onregelmatige en hoge hartslag. Die is het gevolg van de kanker, maar de kans op plotseling fataal hartfalen is gering. Tot mijn verbazing is met name Ronald daar erg opgelucht over. Hij heeft zijn zorgen daarover goed voor mij verborgen weten te houden. Volgens plan stop ik met de medicatie en ik voel me inderdaad wat energieker.

Een week later zit ik op de Spoedeisende Eerste Hulp. Ik ben extreem benauwd. Het is niet meteen duidelijk waar dat vandaan komt. Er volgen diverse onderzoeken en het duurt eindeloos. We moeten hulptroepen inschakelen om Zappa uit te laten en eten te geven. Uiteindelijk blijkt er vocht achter mijn longen te zitten; de medicatie waarmee ik net was gestopt wordt hervat.

Om half tien ’s avonds komen we, behoorlijk gaar, thuis. Daar staat onverwacht een mooie bos bloemen op ons te wachten, die mijn nicht uit Amsterdam volstrekt toevallig juist vandaag heeft laten sturen. Met recht een opkikkertje.

Een paar dagen later dus de tweede kuur, op onze 24ste trouwdag. Vrijwel altijd maken we daar een leuke dag van. Maar nu, na zo’n lange dag in het ziekenhuis, heb ik de energie niet om uitgebreid ergens te gaan eten. We besluiten naar de dorpschinees te gaan: open op maandag, dichtbij, simpel, snel.

We zijn getrouwd in Venetië en hebben altijd gezegd: als we de 25 jaar halen – en dan dachten we niet zozeer aan de dood, maar eerder aan of we dan nog met elkaar zouden zijn – gaan we terug. Die belofte herhalen we nu plechtig: als ik er volgend jaar nog ben, dan wil ik onze 25ste trouwdag vieren in Venetië, in een mooi hotel, met een fantastisch diner in een uitstekend restaurant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.