Column Max Pam

Als ik een zwerver iets geef, wil ik dat hij eigenhandig over dat geld kan beschikken

Max Pam. Foto de Volkskrant

Het moet zo’n tien jaar geleden zijn geweest – het pinnen werd net populair – toen ik in The New Yorker een ­cartoon zag over een zwerver die op straat zat met een pin-­apparaatje. Hij had er ook een bord bij gezet, waarop op barse toon stond geschreven: ‘No cash!’ Sindsdien ben ik verschillende cartoons over dit thema tegengekomen, maar de eerste blijft toch de grappigste.

Zoals altijd is de verbeelding weer door de werkelijkheid ingehaald. In Trouw schrijft Marno de Boer dat je in Oxford sinds kort per app kunt afrekenen met een dakloze. Cash geld bij je hebben om een charitatieve daad te verrichten, is niet meer nodig. In Oxford is een betalingssysteem ontwikkeld waarbij de zwerver een geplastificeerde kaart met een streepjescode krijgt ­uitgereikt. Voorbijgangers kunnen deze kaart scannen met hun mobiele telefoon, en wanneer er een match is met het systeem, kunnen zij bijvoorbeeld via Ideal of Adyen – Mabel verdient er dan ook nog wat aan – een bedragje overmaken. Ook kan de dakloze zich met een tekstje even voorstellen.

‘Hoi, ik ben van een steiger gevallen en daarom ­zonder werk. Maar binnenkort ga ik weer aan de slag.’

Een mooi initiatief, maar ik vraag mij af of mijn animo iets te geven door de app zal stijgen of zal dalen. Er zitten namelijk verschillende aspecten aan die ik ­lastig vind. In de eerste plaats gaat het binnengekomen geld in het Oxford-systeem niet naar de zwerver zelf, maar naar de huisbaas bij wie hij (of zij) een betalingsachterstand heeft. Of naar een programma dat de zwerver moet opleiden tot ‘hovenier of klusser aan flatgebouwen’.

Als voorbijganger wil ik dat niet. Ik ben niet op aarde om een huisbaas of de dienst beplanting tevreden te stellen. Daar zijn de schuldsanering en de sociale werkplaats voor. Als ik een zwerver iets geef, wil ik dat hij ­eigenhandig over dat geld kan beschikken. De ongelukkige koopt er maar een patatje oorlog van, sigaretten, een flesje Brouwers-pils, of voor mijn part crack. Ik heb als gevende voorbijganger geen opvoedkundige taak en wil dat graag zo houden. Voor je het weet staat die huisbaas ineens aan je deur met een digitale centenbak en zie die man dan nog maar weg te krijgen.

Geld geven aan daklozen is een delicate bezigheid. Ik doe bijna altijd een greep in mijn zakken naar kleingeld en hoop dan vurig dat er een 2-eurostuk tussen zit, maar laatst arriveerde ik bij de Jumbo met mijn boodschappentas toen de zwerver die daar altijd tegen de muur hangt – een aardige vent, die op mijn hond paste tot die keer dat mijn hond verdwenen was – stond te telefoneren met de nieuwste iPhone. Ik dacht: ‘Ja, zeg, ik heb zelf een ouwe iPhone 5 en jij staat hier met een iPhone 7, dit keer krijg je niks.’ Twee weken heb ik erover gedaan met mijzelf in het reine te ­komen, en dat lukte pas toen ikzelf ook een nieuw ­mobieltje had.

Uiteindelijk is het geven aan daklozen niets anders dan de confrontatie met je eigen schaamte. Alleen niet-geven is nog schaamtevoller. ‘Als gij een aalmoes geeft, zo laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet’, zei Jezus. Vergeet daarom dit stukje.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.