Column Arthur van Amerongen

Als ik dronken ben, draai ik graag Oh zwarte zigeuner in de versie van Willy Alberti en Johnny Jordaan

Arthur van Amerongen.

Ik trek zigeuners aan, of het nou in de Algarve, Andalusië of Transnistrië is.

Tot mijn verbazing wisten ze mij zelfs in Argentinië te vinden. Die waren ooit met de pipowagen en levende have gewoon ergens in Europa op de boot gestapt.

Na amper een uur in Cádiz zaten mijn kompaan Ivo en ik in een vervallen flat met tien gitano’s. Uit beleefdheid vroegen we maar niet waar hun zussen waren.

Als dank voor de gastvrijheid mochten wij alles betalen: tabak, sterke drank, bier, wijn, diverse geestverruimende en -vernauwende middelen, pinda’s, olijven, chorizo en hompen tortilla.

De huiskamerflamenco was gratis, met Atletico Madrid-Juventus op de achtergrond. Onze gastheren Ramon, Angel en Moise stieten te pas en te onpas de huiveringwekkende quejío uit, de klaagzang die je heel profaan zou kunnen vergelijken met de Jordaansnik.

In de jaren zeventig zag ik in Spanje nog wel eens zigeuners die een geit op een draaiende ton lieten dansen maar dat mag niet meer van Brussel. Als kind verslond ik boeken over de kinderen van de wind. Ik rookte Gitanes zonder filter - net als Serge Gainsbourg en Jacques Prévert - maar daar kreeg ik een naar hoestje en een rauwe stem van,  net als de Spaanse gastarbeiders uit mijn jeugd die zich dood rookten met Ducados.

Als ik dronken ben, draai ik graag Oh zwarte zigeuner in de versie van Willy Alberti en Johnny Jordaan. Ik luister vaak naar Django Reinhardt, Stéphane Grappelli, Stochelo Rosenberg, Camarón de la Isla, Paco de Lucía en Tomatito. De dochters van Tomaatje vormden Las Ketchup en hadden een wereldhit met Aserejé (The Ketchup Song).

In de zigeunerflat brak een enorme ruzie uit over welke stad de beste flamencozangers had voortgebracht: Cádiz, Jerez de la Frontera, Granada, Sevilla of Cordoba. Precies op het moment dat het gewelddadig werd, kwam er een stokoud vrouwtje in een rolstoel aangereden en zwegen onze vrienden gedwee. De woeste kerels zaten er bij als bestrafte kleuters.  

Ik moest denken aan Joop, die was net zo’n groot kind. Joop had de homoseksualiteit uitgevonden en verbeterd. Iedere dag zwierde hij op zijn rolschaatsen over het plein voor de Beurs van Berlage (nee, hij was niet die skater in die reetveter). 

Joop had als zigeunerjongetje het vernietigingskamp overleefd. Hij was bijdehand, vals en vrolijk maar als ik ook maar iets vroeg over de oorlog, sprongen de tranen in zijn ogen en schoot hij het plein weer op om te rolschaatsen. Zo danste Jopie zijn verdriet weg.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden